‘Amerika eerst’ raakt nu ook beurzen

Valutapolitiek

Stijgende rentes, dalende dollars en ruzie tussen Frankfurt en Washington: er broeit iets naars op de financiële markten.

Rente stijgt terwijl dollar aan kracht verliest

Hogere rentes in de Verenigde Staten en een verzwakkende dollar: er broeit iets op de financiële markten, maar beleggers en analisten lijken het er nog niet over eens wát dan precies.

Al enige weken is een verkoopgolf aan de gang van Amerikaanse staatsschuld. Daardoor gaat op de obligatiemarkt de effectieve rente op Amerikaanse staatsleningen omhoog. Vrijdag bereikte de rente op de tienjarige staatslening 2,83 procent. Dat is het hoogste in vier jaar. Nog begin januari stond deze rente op 2,40 procent.

Tegelijk met die stijgende rente verliest de dollar aan kracht: tegenover de euro bereikte de Amerikaanse munt een koers van 1,25 dollar per euro, tegen 1,20 begin dit jaar. Een jaar geleden was dat nog 1,05 dollar.

De combinatie van deze twee verschijnselen verraste veel beleggers. De wisselkoers tussen munten is vaak af te leiden uit renteverschillen. En nu de rente in de VS veel sneller stijgt dan de Europese, was juist een sterkere dollar verwacht. Dat geldt in iets minderde mate ook voor de reële rente, de rente gecorrigeerd voor inflatie.

Oorlog met andere middelen

Wat is er aan de hand? Politiek speelt een rol. Vorige week sprak de Amerikaanse minister van Financiën Mnuchin zich in Davos uit voor een zwakkere dollar, en hij werd nauwelijks gecorrigeerd door president Trump.

Een pleidooi voor een zwakkere dollar is een breuk met een kwart eeuw Amerikaans beleid. Wisselkoersen worden normaal gezien als een gevolg van beleid, niet als een doel daarvan. Het touwtrekken om de waarde van dollar en euro werd de afgelopen jaren dan ook gevoerd via de monetaire politiek: het wedijveren in een zo soepel mogelijk monetair beleid, waarbij de munten navenant zo onaantrekkelijk mogelijk werden. Maar bewindslieden noch centrale bankiers konden erop worden betrapt expliciete wensen voor de wisselkoers kenbaar te maken.

Mnuchins stijlbreuk kan worden gezien als voortzetting van Trumps activistische handelspolitiek met andere middelen. Free trade moet, nu Amerika zijn eigenbelang gaat nastreven vooral fair trade worden – in de visie van het Witte Huis. Het omlaag praten van de dollar helpt daarbij.

De beweging van de dollarkoers zorgt aan weerskanten van de Atlantische Oceaan voor ongewenste effecten. In Europa, waar de inflatie nog steeds maar 1,3 procent bedraagt en de kerninflatie (zonder energie en voeding) 1 procent, zorgt een duurdere euro ervoor dat de gewenste stijging van de inflatie langer uitblijft. Dat betekent dat de Europese centrale Bank (ECB) zich gedwongen kan zien een normalisering van het beleid (het stoppen van aankopen van staatsleningen en het verhogen van de rente vanaf nul) langer uit te stellen.

Test voor de nieuwe Fed-topman

In de VS zal de Federal Reserve door de lagere dollar juist gedwongen worden de rente sneller te verhogen – wellicht met driekwart procentpunt alleen al in 2018. De inflatie is daar al 2,1 procent, de kerninflatie 1,5 procent en de tekenen zijn dat dit verder oploopt. Vrijdag bleek dat de lonen met 2,9 procent stegen in januari – het snelst sinds de financiële crisis.

Het probleem is dat de Fed moet vechten tegen het beleid van het Witte Huis zelf. Het gaat al erg goed met de Amerikaanse economie, die al sinds 2010 bezig is aan een vrijwel onafgebroken expansie. Voor dit jaar verwachten veel economen opnieuw groei, tot wel 3 procent.

Het was dus eigenlijk vrij laat in de conjunctuurcyclus dat president Trump vorig jaar december zijn grote belastingplan introduceerde. Dit plan stimuleert de economie nóg verder, en leidt tot een begrotingstekort van bijna 6 procent én een verder oplopende staatsschuld. Dat is in deze fase van de cyclus ongehoord.

Daarin ligt wellicht de verklaring voor het tegelijk oplopen van de obligatierentes en het dalen van de dollar: de kans op oververhitting van de economie, met een centrale bank die achter de feiten dreigt aan te lopen. Oplopende inflatie holt de dollar uit én de waarde van schulden. Dat is nogal een test voor de aantredende nieuwe Fed-voorzitter Jerome Powell.

Aandelen kunnen schrikken

Op de aandelenmarkten zien beleggers de ontwikkelingen dan ook met enige zorg aan: het zag er vrijdag naar uit dat Wall Street met een totale koersdaling van 2,7 procent de slechtste week doormaakte sinds vlak voor de verkiezing van Trump in november 2016. Naarmate de rentes stijgen worden aandelen onaantrekkelijker.

Ook in de eurozone lopen de rentes op staatsleningen nu op – zij het veel minder dan in de VS. Maar toch: in Nederland stijgt de tienjaarsrente nu naar 0,8 procent, en dat is het hoogst in twee jaar. Als dat aanhoudt, kan de hypotheekrente licht gaan stijgen. Indirect dankzij het Witte Huis.

In Europa vallen de gevolgen van het Amerikaanse beleid slecht. Bestuurslid Benoît Cœuré van de ECB zei woensdag dat iedereen „zich zou moeten houden aan wat we overeen gekomen zijn, en dat is dat we niet sturen op wisselkoersen”.

Deze onenigheid is niet zonder risico’s. De laatste maal dat Frankfurt en Washington het zó oneens waren op monetair gebied was in de aanloop naar de krach van 1987.