‘We zouden 24 uur per dag kunnen werken’

Spitsuur Elyse Bouritius (29) en Maarten Hoijng (30) vertellen tijdens een bezoek aan Nederland over hun leven als artsen in Malawi. Ze wonen op de compound van het ziekenhuis. „Je bent daar niet bezig met carrièreplanning.”

Bij haar ouders thuis pakken Maarten en Elyse hun tassen in voor de terugreis naar Malawi. Foto David Galjaard

Elyse: „We hebben elkaar ontmoet bij een studentenvereniging in Leiden, waar we allebei geneeskunde studeerden.”

Maarten: „We houden erg van reizen en het avontuur opzoeken. Daarom wilde ik na mijn studie graag de tropenopleiding doen, werken als tropenarts is voor mij de ultieme combinatie van avontuur en mensen helpen. Tijdens mijn studie had ik al in Tanzania coschappen gelopen om te kijken of dat beeld klopte. Ik werd nog enthousiaster. Nadat ik de tropenopleiding in Nederland had afgerond en Elyse werkervaring had opgedaan als basisarts, heeft een Luxemburgse organisatie ons afgelopen september uitgezonden naar Malawi, met een jaarcontract dat we kunnen verlengen.”

Elyse: „We zochten een politiek stabiel, Engelstalig, Afrikaans land waar je prettig kunt wonen. We dachten aan Tanzania, Zambia of Malawi. We hebben diverse organisaties benaderd en het is dus Malawi geworden. We werken er allebei in hetzelfde ziekenhuis, in Namitete, een dorp op een uur rijden van de hoofdstad Lilongwe. Voor mij was het even zoeken wat ik er zou gaan doen, want ik heb geen tropenopleiding gedaan. Ik werk er nu als arts op de kinderafdeling. Daarnaast ben ik bezig met een project voor screening van baarmoederhalskanker en schrijf ik voor het tijdschrift Medisch Contact.”

In je hangmat naar de sterren kijken

Maarten: „De werkdruk is hoog, want er zijn relatief veel patiënten. We zouden 24 uur per dag kunnen werken, zo weinig artsen en zoveel zieken zijn er. De mensen zijn over het algemeen zieker dan in Nederland, want ze melden zich veel later doordat ze van ver moeten komen en vaak geen vervoer hebben. Ook herkennen velen niet dat ze ziek zijn. Zorgen dat je te eten hebt, is in Malawi vaak belangrijker dan je gezondheid.”

Elyse: „De werkdruk komt niet zozeer van de baas of van ongeduldige patiënten, maar meer van de ernst van de aandoeningen. Het grijpt je aan wat je allemaal ziet. Het is niet ongebruikelijk dat een kind onder je handen dood gaat.”

Maarten: „Je komt ziekten tegen die in Nederland niet voorkomen. En je hebt niet altijd de middelen om iemand in een vergevorderd stadium nog te helpen. Anderzijds lijken Malawianen hun ziekten meer te accepteren dan westerlingen. Over dat soort dingen denken we wel na. Dat was onder andere een reden waarom we naar Afrika wilden, om onze blik te verbreden.”

Elyse: „Ik merk wel dat het ‘went’, dat je verstand alle ellende op afstand zet, uit zelfbescherming.”

Maarten: „Het mooie is dat je direct een bijdrage kunt leveren aan de gezondheid van mensen. Maar je moet vooral niet de illusie hebben dat je het systeem kunt veranderen. Naast de harde realiteit in het ziekenhuis doen we gelukkig ook prachtige andere ervaringen op. De vrolijkheid van mensen, de natuur, het gevoel van vrijheid en het leven bij de dag, zonder veel sociale verplichtingen.”

Elyse: „Je bent daar niet bezig met carrièreplanning en met je agenda.”

Maarten: „In Nederland hadden we altijd een to-do-lijst, waren we altijd druk met wat we nog moesten doen in plaats van genieten van het nu.”

Maarten: „Ons privéleven beperkt zich eigenlijk tot op onze veranda zitten.”

Elyse: „En contact met de paar westerse collega’s met wie we wel eens wat drinken of eten bij iemand thuis.”

Maarten: „Het ziekenhuis ligt in the middle of nowhere, we wonen op de compound. Er is vrijwel niets in de omgeving, je bent echt op elkaar aangewezen. Maar je hebt meer tijd om tot rust te komen.”

Elyse: „Ja, we leren nu niets te doen.”

Maarten: „In je hangmat sterren kijken.”

Elyse: „Soms gaan we een weekendje weg, naar de hoofdstad of Lake Malawi.”

Maarten: „Om in een westers café te lunchen of koffie te drinken.”

Elyse: „In Nederland deden we dat best vaak, nu is het veel meer een traktatie geworden. Het is prettig om af en toe even uit de ziekenhuissfeer te komen.”

Maarten: „Als we in de hoofdstad zijn, doen we ook meteen boodschappen voor langere tijd.”

Elyse: „Geld geven we alleen uit aan eten en drinken. En eind vorig jaar hebben we een tweedehands auto gekocht, met een daktent, zodat we meer kunnen reizen. Verder zijn we niet echt bezig met geld. Je hebt maar weinig spullen nodig.”

Maarten: „In Nederland waren we ook al niet zo materialistisch.”

Persoonlijke ontwikkeling

Maarten: „Terug in Nederland zou ik graag huisarts worden. Wat me aanspreekt, is een praktijk waar je breed bezig kunt zijn, waar je bij wijze van spreken nog bevallingen doet en kleine chirurgische ingrepen. Net zoals ik in de tropen meer een manusje-van-alles ben.”

Elyse: „Ik verwacht niet dat ik als praktiserend arts blijf werken, meer als medisch adviseur of manager van medische projecten. De preventieve zorg trekt me.”

Maarten: „We zien onszelf niet een leven lang in de tropen blijven. Ook niet omdat we eventuele kinderen daar niet willen laten opgroeien.”

Elyse: „Het leven in Malawi levert frustraties op: de traagheid van dingen, het gebrek aan organisatie, de stroomuitval .”

Maarten: „We zien nu beter hoe goed alles in Nederland georganiseerd is. Anderzijds zien we ook hoe iedereen er met zichzelf bezig is.”

Elyse: „Ik denk dat we in Malawi een persoonlijke ontwikkeling doormaken: we vinden uit wat we belangrijk vinden en leren het leven in Nederland meer te waarderen.”