Waarom hebben mensen hun vacht verloren?

Biologen hebben van alles bedacht: hinder van een pels bij het zwemmen, knoeiboel bij het eten en de aantrekkingskracht van een blote huid.

Stel: een buitenaardse evolutiebioloog ziet voor het eerst een mens, chimpansee, gorilla en orang-oetan. Welke naam zou hij dan geven aan de mens?

Bioloog Desmond Morris wist het wel: de naakte aap. Onze blootheid is het opvallendste verschil met andere mensapen. The Naked Ape werd de titel van Morris’ beroemde boek uit 1967.

Ergens in de evolutie hebben onze voorouders hun warme vacht verloren. Maar wanneer? En vooral, waarom?

Om het grootste misverstand meteen uit de weg te ruimen: de mens heeft niet mínder lichaamsharen dan mensapen, maar mensenharen zijn wel korter, lichter en dunner dan apenharen. Mensen zijn niet haarloos, maar vachtloos.

Hét probleem voor wie het raadsel wil oplossen: er is amper vergelijkingsmateriaal. Alle halfbehaarde voorouders van de mens zijn lang geleden uitgestorven.

Dat heeft biologen er niet van weerhouden wild te speculeren. Zeebioloog Alister Hardy lanceerde in 1960 het vergezochte idee dat mensen hun haren in het water verloren. Onze voorouders zouden als ‘waterapen’ hebben geleefd, duikend naar schelpdieren. Een dikke pels zou maar lastig zijn bij het zwemmen.

Functioneel naakt

Veel ontharingshypotheses gaan uit van ‘functioneel naakt’. Zo zou blote huid hygiënischer zijn bij het eten van vlees, veiliger bij het vuurstoken (geen verschroeide vacht) of hechting bevorderen (meer huidcontact). En het was Charles Darwin die dacht dat blote huid gewoon aantrekkelijker was voor het andere geslacht.

Ideeën genoeg, maar twee worden het vaakst genoemd en zijn het beste uitgewerkt. De eerste is de ‘ectoparasieten-hypothese’, populair gemaakt door Mark Pagel en Walter Bodmer. Pagel en Bodmer zien een vacht vooral als broedplaats voor parasieten. Toen onze voorouders steeds vaker op dezelfde plekken sliepen, kregen nieuwe parasieten een kans , zoals vlooien en bedwantsen. Chimpansees bouwen elke avond opnieuw een nest van takken en bladeren.

De parasieten-hypothese wordt soms wel erg ver doorgetrokken. Vrouwen zouden minder haren hebben omdat ze vaker ‘thuis’ waren. En met hun overdreven baarden en borstkrullen zouden stoere mannen laten zien dat ze echt wel tegen een parasietje kunnen.

Lastig uitzoeken

De cruciale vraag is of de parasietendruk zó zwaar kan zijn dat het beter is vrijwel al je haren te verliezen. Experimenteel is dat lastig uit te zoeken.

De tweede populaire hypothese, onder meer uitgewerkt door Daniel Lieberman, gaat uit van de koelende werking van een blote huid. Vergeleken met mensapen hebben mensen niet alleen weinig haar, maar ook opvallend veel zweetklieren. Er zijn eccriene zweetklieren, die het natte zweet produceren op rug en voorhoofd van de hardloper. Apocriene klieren scheiden ‘stinkend zweet’ af, bekend van oksels. Mensen hebben twee keer meer eccriene klieren dan chimpansees.

Verdampend zweet koelt het beste als het direct van de huid verdampt. Een vacht staat efficiënte koeling door zweet in de weg. Sommige savannedieren zoals bavianen hebben een dikke vacht die UV-licht reflecteert. Maar voor steeds rechterop lopende mensen reflecteert vooral kruinhaar. Het lichaam reflecteert nauwelijks mee. Ontharen was de snelste route om af te koelen.

Bevrijd van zijn pels kon de mens zelfs in de hitte trektochten maken of langdurig hardlopen zonder oververhit te raken. De mens werd zo de bloot rennende aap.

Ook een vraag? durftevragen@nrc.nl

    • Lucas Brouwers