Recensie

‘The Rake’s Progress’ excelleert in eenvoud en inventiviteit

Opera De Nationale Opera brengt Stravinsky’s omvangrijke ‘The Rake’s Progress’ in een gedroomd inventieve regie van Simon McBurney. Ook muzikaal is de productie een schot in de roos.

Paul Appleby (Tom Rakewell) en Kyle Ketelsen (Nick Shadow) Foto Monika Rittershaus

Het is Stravinsky’s enige echte opera en zijn omvangrijkste werk. Toch werd The Rake’s Progress (vrij vertaald: ‘De loopbaan van een losbol’) geen echt gebeiteld operarepertoire. Waarom – daar kun je lang over twisten. The Rake (1951) is als neo-klassieke nummeropera naar achttiende-eeuws model verbijsterend virtuoos, origineel en betekenisvol. De verwijzingen naar Mozart, Monteverdi, Bach en Verdi vliegen je levenslustig om de oren en het libretto van de Britse schrijver W.H. Auden is al net zo gelaagd en briljant. Keerzijde: de gebruikte pastichevorm creëert afstand. Wat moet je ‘meenemen’ van deze moderne, na-oorlogse moraliteit, ingenieus verpakt als mix van Faust en The Beggars Opera? Nemen Stravinsky en Auden iedereen in de maling, of is het ze ernst met hun pleidooi tegen „ledigheid van handen, hart en hoofd”?

Paul Appleby (Tom Rakewell) en Kyle Ketelsen (Nick Shadow).

Foto Monika Rittershaus
Paul Appleby (Tom Rakewell) en Kyle Ketelsen (Nick Shadow).
Foto Monika Rittershaus

Het antwoord (ernst en ironie kunnen best op één kussen, al springt er dan een duivel tussen) is niet zo simpel, maar de intelligente, dienstbare en tot in de puntjes verzorgde regie van Simon McBurney maakt het wel makkelijker. McBurney, bij DNO eerder al net zo succesvol met evenzeer originele producties van Die Zauberflöte en A Dog’s Heart, vertelt het verhaal zo puur mogelijk. In die zin is deze productie het tegendeel van de vorige Rake door De Nationale Opera (1998), waarin regisseur Peter Sellars tekst en muziek juist heel persoonlijk verpakte, als politieke aanklacht tegen het Amerikaanse gevangenissysteem.

Lees ook dit interview met regisseur Simon McBurney: Moralistische satire van toen, die ook voor nu geldt

Seks, geld en spel

Stravinsky (1882-1971) baseerde The Rake’s Progress losjes op het gelijknamige, achttiende-eeuwse moralistische beeldverhaal van William Hogarth. Centraal staan opkomst en ondergang van losbol Tom Rakewell. De duivel, Nick Shadow, verleidt hem een goed, puur (en dus een beetje saai) leven aan de zijde van Anne Trulove op te geven voor seks, geld en spel. Tom sterft uiteindelijk in het gesticht, smachtend naar Anne, die hem met een ontroerend slaapliedje nog wel kan troosten, maar niet meer kan redden.

McBurney neemt de gelaagdheid van de opera als uitgangspunt, en voegt er nadrukkelijk niet nog een laag aan toe. Integendeel: zijn theater excelleert in eenvoud, inventiviteit en detaillering. Het verhaal ontvouwt zich in opperste eenvoud: het decor van Michael Levine is niet meer dan een open doos van wit papier, waarop plaatsen van handeling worden geprojecteerd. Het idyllische dorp van trouwe Anne verschiet vliegensvlug in de lonkende lichtjeszee van de Londense City, waar Tom een mondain loft betrekt met minnaars (m/v) bij de vleet. Deuren en ramen worden (à la Ome Willem) uit het papier gesneden, deus-ex-machina Nick Shadow maakt zijn opwachting als (ja, natuurlijk!) schaduw. Helemaal opmerkelijk is de derde akte, waarin de pronkstukken van Toms nieuwe, rijke echtgenote Baba the Turk ruw de wanden penetreren en al wat puur was verscheuren.

Het geheel is visueel spectaculair, maar laat nadrukkelijk de ruimte voor een uitgekiende, op de muziek toegesneden personenregie: van ritmisch tippelende meisjes-van-plezier tot de prachtige pietà tijdens Toms (bijna) sterfscène aan Annes boezem.

Gouden vondst

Muzikaal zit de voorstelling al even goed in elkaar, met Ivor Bolton strak en helder aan het roer van het wendbaar, elastisch en waar nodig warm spelende Nederlands Kamerorkest en het sterk zingende koor. Vocaal het lastigst te bezetten is de antiheldenrol van Tom: zwaar, veelzijdig en omvangrijk maar hier door de Amerikaanse tenor Paul Appleby geweldig gezongen en gespeeld, met precies die mate van bravoure dat je meegaat in zijn roemloze werdegang van brave Bube tot dolende dwaas.

De tweede gouden vondst in de casting is Julia Bullock als een Anne die verrukt met haar onzware ernst en onschuld – echt een meisje om van te houden en om te huilen. Iets minder sterk getypecast is de overigens fraai zingende bariton Kyle Ketelsen als Nick Shadow: meer een gewiekste, gemene hipster dan een geloofwaardige vertegenwoordiger van het kwaad in ultiem-nihilistische vorm.

Igor Stravinsky zelf dacht dat The Rake makkelijk was in muzikaal opzicht, maar lastig om op het podium vorm te geven. Deze voorstelling laat je bijna het omgekeerde geloven. Dat is nog het beste bewijs voor de inventiviteit van McBurneys regie.