Ontlastende gegevens worden niet gauw gedrukt

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op onverwachte raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: het rolletje van Rutten.

En opeens is het Srebrenica-filmrolletje weer in het nieuws. Oud onderzoek aan het rolletje heeft geleid tot een journalistieke kwestie. Een freelance journalist die voor de VPRO werkte en die destijds een opzienbarende reportage maakte, ontdekte een pijnlijke zwakte in zijn werk en wilde dat corrigeren. Maar de VPRO vond het ‘journalistiek niet zo belangrijk’. Er kwam een rechtzaak van.

Het ‘Srebrenica-filmrolletje’ werd een begrip in 1995. Toen in juli 1995 de enclave Srebrenica door de troepen van de Bosnisch-Servische Mladic onder de voet werd gelopen, ondanks aanwezigheid van het Nederlandse bataljon Dutchbat, kwam het al gauw tot moordpartijen. Luitenant J.H.A. (Ron) Rutten fotografeerde op 13 juli de lichamen van negen geëxecuteerde Bosnische moslimmannen. Op dat moment was dat het eerste bewijs dat de troepen van Mladic aan een genocide waren begonnen. Rutten smokkelde het filmrolletje mee naar Nederland en liet zich ervan overtuigen dat het het handigste was als de militaire inlichtingendienst van de landmacht (MID/KL) het ontwikkelde. Er werd in brede kring uitgezien naar de afdrukken. Een officier van de MID kwam het rolletje bij Rutten thuis afhalen.

Uiteindelijk is het filmpje, een Fujicolorfilmpje, door de fotodienst van de marine-inlichtingendienst ontwikkeld. En dat ging mis. De film kwam blanco uit de Mafina-ontwikkelmachine, een blamage van de eerste orde. Nog op dezelfde dag begon de Koninklijke Marechaussee een onderzoek en werd het Gerechtelijk Laboratorium (nu: NFI) ingeschakeld. Het bleek dat de laborant van de fotodienst een unieke en fatale, maar au fond menselijke vergissing had begaan. Hij had flessen met vloeistof verwisseld en fixeer bij ontwikkelaar gegoten.

Twijfel

Aanvankelijk is dit ook tandenknarsend als verklaring geaccepteerd, hoewel luitenant Rutten vanaf het eerste begin aan de juiste toedracht heeft getwijfeld. Daarin speelde een rol dat hem opvallend laat werd verteld wat er precies was misgegaan en dat wonderlijk veel betrokkenen wisten te melden wat er op het blanco filmpje had gestaan. In de loop van de jaren, groeide de twijfel aan de reconstructie die van ‘de menselijke fout’ was gemaakt. Steeds sterker werd het gevoel dat het filmpje met opzet was vernietigd, al werd nooit duidelijk: waarom dan?

Het Srebrenica-rapport dat het NIOD (instituut voor oorlogsstudies) in april 2002 uitbracht beschrijft de verschillende opzetvarianten. De laborant zou het ontwikkelen expres hebben laten mislukken, het filmpje was al eerder door de MID/KL vernietigd of de MID had de laborant een filmpje aangeboden dat helemaal niet van Rutten was geweest. Het echte filmpje zou in een kluis liggen.

Diverse media werkten diverse opzetvarianten uit. Zo betoogde het tijdschrift Intermediair in 1998 dat de vermeende ‘fout’ van de laborant in de praktijk nooit had kunnen optreden omdat de Mafina-ontwikkelmachine daarvoor te automatisch werkte. Het bleek onjuist.

In VPRO’s Argos bewees freelance-medewerker Stefan Heijdendael dat de stommiteit van de laborant (die goed gedocumenteerd is) nooit een volkomen blanco film had kunnen opleveren. Een chemische reconstructie had dit aangetoond. Het opvallende resultaat werd door Argos in december 1998 breed uitgemeten en kreeg navenant veel aandacht.

Niet waterdicht

Korte tijd later ontdekte Heijdendael in een tweede reconstructie dat zijn bewijs niet waterdicht was, onder bepaalde omstandigheden kon de film toch helemaal ‘schoon’ raken. Hij zag het als zijn plicht dit resultaat, ontlastend voor het ministerie van Defensie, óók expliciet te melden, maar daar kon de VPRO zich niet toe zetten. Niet in 1998 en niet in 2015 bij de herdenking van ‘20 jaar Srebrenica’. Het was ‘journalistiek niet zo belangrijk’. Heijdendael meende reputatieschade te ondervinden, er rees een serieus conflict. Uiteindelijk noemde de rechter het gedrag van de VPRO op 12 januari jl. ‘onzorgvuldig’; Heijdendael had inderdaad schade ondervonden. De VPRO stelde dat de tweede reconstructie wel degelijk, maar impliciet is vermeld.

Het is geen onbekend beeld: belastende onderzoeksresultaten worden expliciet gepubliceerd, ontlastende niet of hoogstens impliciet. Iets dergelijks viel waar te nemen bij Nova dat zich er door een expert van had laten overtuigen dat in een filmpje dat mishandeld was zoals de laborant dat had gedaan altijd nog latent beeld achterblijft. Met een chemische ingreep is dat later alsnog zichtbaar te maken (en dat had Defensie nagelaten). Maar bij een exclusief experiment, in aanwezigheid van een NFI-expert, kwam helemaal niets te voorschijn. „Tot een uitzending kwam het dus ook niet”, noteert het NIOD-rapport.

Bij NRC Handelsblad ging het niet wezenlijk anders. In de zomer van 2001 wist mederedacteur Steven Derix de hand te leggen op het filmpje dat moest doorgaan voor het filmpje dat luitenant Rutten in Srebrenica had volgeschoten. Wij vroegen ons af of viel te bewijzen dat het een willekeurig filmpje was dat nooit in Srebrenica was geweest. Zoals een geweerloop karakteristieke sporen achter laat op een kogel die de loop passeert, zo laat een klassieke camera kenmerkende sporen achter op de film die er doorheen wordt gespoeld: transportkrassen. De meeste krassen zijn te vinden op de achterkant van de film, de kant waar niet de emulsie zit. Die ‘schuurt’ noodzakelijkerwijs langs het verende drukplaatje die de film plat moet drukken. Het rechthoekige plaatje, voorzien van honderden minuscule putjes (‘dimples’) zit aan de binnenkant van de achterklep van het fototoestel. Ongerechtigheden op het drukplaatje kunnen de krassen veroorzaken. Diep en hinderlijk zijn die niet want het plastic dragermateriaal van fotofilms (meestal polyester, PET) kan heel wat hebben. Afhankelijk van het type fototoestel kan ook de kwetsbare emulsielaag schade oplopen, maar meestal blijft die gevrijwaard van elke aanraking.

Krassen

Op het tot stroken verknipte filmpje dat wij ontvingen waren met een loep inderdaad lange, rechte krassen te vinden. De vraag was of het fototoestel van Rutten in een nieuw Fujicolor-filmpje dezelfde krassen zou aanbrengen. Rutten bleek bereid zijn camera af te staan en we namen de proef op de som. Er ontstonden dezelfde krassen.

Dit resultaat, al evenzeer ontlastend voor het ministerie van Defensie, heeft NRC Handelsblad nooit gepubliceerd. Het stemde tevreden dat de test had gewerkt maar verder overheerste teleurstelling, een scoop was verloren gegaan. De vakantie brak aan en daarna trokken de aanslagen op de Twin Towers alle aandacht.

Maar het onderzoek was niet onopgemerkt gebleven. Het NIOD raakte ervan op de hoogte en nodigde Steven Derix uit er een verslag van te maken. Daarna is het NFI gevraagd het NRC-onderzoekje te herhalen (NIOD-rapport, blz. 3024). Dat bevestigde de uitkomst: het toestel van Rutten kwam inderdaad ‘in aanmerking als veroorzaker van de sporen in de negatiefstroken’. Het NFI maakte een voorbehoud: het viel niet uit te sluiten dat een andere camera dezelfde sporen zou maken. Dit wil de amateuronderzoeker graag geloven. Vandaag is belangrijk dat NRC Handelsblad/Next de resultaten van teleurstellend onderzoek toch publiceerde.

    • Karel Knip