‘Nu ik ouder word, moet ik echt bijkomen’

Nachtwerkers

Bas van den Bos vaart patrouilles in de Rotterdamse haven. „Alertheid is nooit een probleem.”

Zorgen dat de haven van Rotterdam veilig blijft. Dat is „populair gezegd” het werk van Bas van den Bos (60). Als ‘scheepvaartmeester A’ heeft hij de leiding op de patrouilleboten die onder meer worden ingezet bij „aanvaringen, mensen te water, brand op een schip of aan de wal”. En zo nog een hele lijst met calamiteiten.

De veelzijdigheid, dat maakt zijn werk leuk, al 42 jaar. Van den Bos: „Ben je rustig aan het varen en opeens sta je drie minuten later in je brandweerpak.” Hij zit dan ook in een „doorlopend leerproces” om bijgeschoold te blijven, van trainingen in het omgaan met gevaarlijke stoffen tot cursussen over nieuwe wetgeving.

Per jaar draait hij 220 wachten. Eenderde daarvan zijn nachtdiensten, van tien uur ’s avonds tot zes uur ’s ochtends. „Alertheid is nooit een probleem”, zegt Van den Bos. „We zijn altijd met drie of vier man aan boord. Je houdt elkaar scherp: ‘Hey, heb je dat gezien’, ‘Laten we dat schip inspecteren’. Geen nacht is hetzelfde.”

Nu hij ouder wordt, moet hij langer herstellen. Zeven dagen werkt hij aaneen, waarvan de laatste twee of drie in de nacht. Daarna volgen vier vrije dagen. „Toen ik 18 was, kwam ik na een nachtdienst halverwege de dag mijn bed uit en had ik daarna een zee van vrije tijd. Nu heb ik die dagen echt nodig om bij te komen.”