Recensie

Boeiende kruisbestuiving tussen Japan en Europa

Klassiek Het Concertgebouworkest speelt een aantrekkelijk programma over culturele beïnvloeding tussen Japan en het westen. In Pintschers glanzende vioolconcert ‘Mar’eh’ ontbreekt behalve Japan ook de magische vonk.

Archieffoto Matthias Pintscher. Foto Felix Broede

De prentkunst van Hokusai en Hiroshige was eind negentiende eeuw een rage in Parijs, en niet alleen onder beeldend kunstenaars. Komende lente opent het Van Gogh Museum de tentoonstelling Van Gogh & Japan, maar nu is al te horen hoe de Europese confrontatie met het land van de rijzende zon ook doorwerkte in de muziek. In de Horizon-serie neemt het Concertgebouworkest de wederzijdse culturele beïnvloeding onder de loep.

Het japonisme van Debussy’s schitterend transparant uitgevoerde Nocturnes (1899) zou tegenwoordig waarschijnlijk het predicaat ‘culturele toe-eigening’ krijgen. Omgekeerd klinkt de late muziek van Japanner Toru Takemitsu, zoals Twill by twilight (1988), dan weer als een laat-twintigste-eeuwse incarnatie van Debussy – die grilligheid en wederkerigheid maakten het programma aantrekkelijk.

Het hoofdgerecht had weliswaar niets met Japan te maken, maar lag precies in het verlengde van de impressionistische klankwerelden van Debussy en Takemitsu. Matthias Pintscher (1971) maakte een uitstekend dirigeerdebuut bij het orkest en bracht zijn eigen vioolconcert Mar’eh (2011) mee, dat voor het eerst in Nederland te horen was. Mar’eh (Hebreeuws voor ‘verschijning’ of ‘visioen’) is een eendelig, ingetogen werk dat volledig inzet op klankonderzoek. Orkestklank is nu eenmaal wat Pintschers hart sneller doet kloppen, en dat levert vaak spannende stukken op, zoals het indrukwekkende Bereshit, dat in 2015 klonk in de ZaterdagMatinee.

Maar hoe virtuoos en schuchter Mar’eh ook glinsterde, uitgerekend in dit werk bleef de magische ‘verschijning’ uit. Soliste Leila Josefowicz liet haar viool zingen als een nachtegaal, met kwikzilveren flageoletten en gekwinkeleer dat Messiaen in herinnering riep. Alleen het sterrenstof ontbrak.

Bij de grootste verrassing van de avond deed het orkest niet mee. Componiste Noriko Baba bewerkte een klassiek no-theaterstuk tot een compact werk voor no-performer Ryoko Aoki en strijkkwartet. Baba’s Hagoromo suite (2016) was half ritueel en half kale, kalme klankmetamorfose. Bij de herhaling van het programma vrijdagavond wordt Baba vervangen door Rudolf Eschers Passacaglia.