Reisverhalenauteur Benno Graas noteerde negen jaar lang allerlei soorten ‘toevalligheden’ die hij was tegengekomen op reis door Afrika. Het werd een boek, Poreus staal.

Foto Lars van den Brink

Het ene tandwiel met ’t andere verbinden

Benno Graas avonturier en vrachtwagenmonteur

Tijdens een motorreis door Afrika werd Benno Graas gegrepen door het wonder van het toeval. „Ik ben geen zweefkees.”

Het is geen toeval dat ik in Wormerveer ben beland. Ik ben op zoek naar Benno Graas. De dag is grijs. Er hangt een fijne mist boven het water. De wegen zijn verstopt. Ik las die ochtend in de krant hoe een vader foto’s van gele Fordjes Ka’s maakte voor zijn zieke zoontje. Het jongetje ging dood. Het raakte me, en niet alleen omdat ik zelf in Ka’s heb gereden. Blauwe.

Te laat sta ik even later bij vrachtwagenmonteur Benno Graas op de stoep. Ook hier water voor de deur. Verderop, achter nog een rij huizen, de weilanden. Je ruikt hier uit welke hoek de wind waait, zegt Graas. De westenwind brengt de geur van linoleum uit Krommenie, de wind uit het oosten draagt cacao. Het zuiden ruikt naar de natuur van het Geuzenveld, en vroeger bracht noordenwind de zoete geur uit de snoepfabriek.

Graas merkt zulke dingen op. Probeert met de natuur te leven. Voor het kleine huisje waar hij met zijn vrouw Thecla woont, ligt een schuit in het water. Geen kajuit. Als ze varen – vroeger vaker dan nu – slapen ze onder een brug als het regent en onder de sterren als het droog is. „Prachtig.”

De laatste jaren ondernam hij met Thecla grote reizen op de motor. Eentje „uit de jaren vijftig. Heel eenvoudige techniek. Aanhangertje erachter. Vrouw achterop.” De eerste keer vertrokken ze hier, in Wormerveer, en reden ze zo naar Afrika. „Toen kon je nog door de Sahara.”

Thecla wilde Namibië zien. Hijzelf Ethiopië. En in de tijdloze ruimte onderweg raakte Graas van toeval in de ban. „Als je in die niet opgevulde tijd van A naar B rijdt, kun je ook zomaar links- of rechtsaf slaan. En juist dan blijk je de meest prachtige dieren te ontmoeten, op overrompelende stiltes te stuiten of verrassende ontmoetingen te hebben.”

Beste reisverhaal

Bij thuiskomst schreef hij er reisboeken over. „Typen kan ik niet. Het schrijven was mij onbekend en taalkundig had ik het niveau van een Neanderthaler.” Maar het door Graas in eigen beheer uitgegeven boek Het aarden beest werd in 2009 door reisboekhandels wel tot beste reisverhaal uitgeroepen. En Graas had het plezier in schrijven ontdekt, vertelt hij terwijl hij onverstoorbaar koffiebonen maalt.

Het water komt uit de aparte kraan voor soep en warme dranken. Voor de afwas, was en poets is er regenwater. Zonnecellen en een zelf geknutselde windmolen leveren de stroom. Op de tafel in de kleine, jaren vijftig-achtige woonkeuken ligt een Perzisch kleedje. En dat ik daar nu een notenkoek eet en de met echt kraanwater gezette koffie drink, is dus geen toeval.

Het komt door David Hand. Emeritus hoogleraar in de wiskunde aan het Imperial College in Londen. Een veelschrijver op het terrein van de statistiek. Graas las het stuk dat ik ooit schreef over Hands Het onwaarschijnlijkheidsprincipe, een boek dat uitlegt hoe normaal het is dat „toeval, wonderen en zeldzame gebeurtenissen iedere dag voorkomen.” Zelfs al is „in het algemeen gesproken het idee dat het universum zich grillig draagt een ongemakkelijke gedachte.”

Mensen zoeken graag een of andere bijzondere verklaring voor zaken waarvoor niet zomaar een onderliggende oorzaak valt aan te wijzen, en die louter op toeval berusten. Iemand die twee keer door de bliksem wordt getroffen; die in vier maanden tijd twee keer de loterij wint; die na een opruiming van een kennis een boek krijgt dat geschreven blijkt door haar grootmoeder, lang geleden op een ander continent. Hand kijkt daar niet van op. Niet alleen zijn er veel mensen, natuurverschijnselen en producten; er zijn ook nog eens ontzettend veel meer combinaties van al die zaken te maken. Ofwel: „alles wat kan gebeuren, zal ook gebeuren, als we het maar vaak genoeg proberen.”

Ruimte voor toeval

Maar zo denkt Graas niet. Hij merkte in de tijdloze ruimte van de Afrikaanse woestijnen en savannes dat stil zijn en dingen en gedachten hun beloop laten, ruimte geeft voor toeval. Niet het toeval, waarop Hand doelt. Meer de toevallige samenloop van omstandigheden waarvoor een mens zich wel of niet kan openstellen. En dat soort ‘toevalligheden’ noteerde Graas na zijn Afrikaanse reizen negen jaar lang in schriften.

De anekdotes, in het alweer in eigen beheer uitgegeven boek Poreus staal, zullen voor veel mensen herkenbaar zijn. Dat je iemand ziet en weet: er is iets ergs gebeurd. Of: dat je aan iemand denkt die je lang niet gezien hebt, en hem prompt op straat tegenkomt. Her en der zoekt Graas er verklaringen bij, zweverige verklaringen. Hij denkt dat het mogelijk is om op afstand met anderen in contact te treden, alsof ook ieder mens op een of andere manier een eigen uniek telefoonnummer heeft. En dat je dit pas opmerkt als je naar je eigen gedachten durft te luisteren.

David Hand zou er de rillingen van krijgen. Dat Hands boek in de literatuurlijst van Graas staat, komt vooral doordat Graas het toevallig vond hoe een kennis hem de recensie erover toestopte. Toch is hij „geen zweefkees”, zegt hij. Graas wil vooral proberen „het ene tandwiel met het andere te verbinden. En als je spiritualiteit en religie helemaal aan de kant schuift, dan kun je stellen dat uit bacteriën een menselijk bewustzijn is geëvolueerd dat een mobiele telefoon heeft uitgevonden. En ik zie een parallel met die mobiele telefoon als ik denk aan al die toevalligheden. Al weet ik niet hoe dat precies zit.”

Onze manieren van denken komen niet bij elkaar. Geen centimeter. Want: in míjn hoofd zit Hands statistiek. In míjn hoofd zit het idee van „bevestigingsvertekening” dat patronen tevoorschijn tovert uit losse stukjes chaos. In míjn hoofd zit die door Hand geciteerde Auguste de Morgan: „Alles wat kan gebeuren, zal gebeuren.” En de ruimte tussen mijn en Graas’ gedachten blijkt onoverbrugbaar.

Zo loop ik weer over de brug. Terug naar mijn auto. Als ik er bijna ben, rijdt een gele Ford Ka voorbij.

Benno Graas, Poreus staal – De verborgen wetmatigheden van schijnbaar toevallige gebeurtenissen, € 17,95
    • Margriet van der Heijden