Commentaar

Hoog tijd dat NAM en de staat hun verlies namen in Groningen

Twaalf miljard kubieke meter: dat is het maximumniveau van de gaswinning in Noord-Nederland dat door het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) nodig wordt geacht om het risico op verdere aardbevingen en schade verder te beperken. En zelfs dan is het risico nog niet weg.

Gaswinning en geologische activiteit hebben geen strikt lineair verband; de verhouding is complexer en onvoorspelbaarder dan dat. Zie de beving van 3,4 op de schaal van Richter van begin januari. De schok was niet alleen fysiek. Hij was ook psychologisch, mede door het bewijs dat het terugbrengen van de winning niet automatisch leidt tot het teruglopen van de bodemactiviteit zelf. De gevolgen van decennia van gaswinning verdwijnen niet met een draai aan een knop.

Die 12 miljard kuub die SodM aanbeveelt, verhoudt zich niet tot de 54 miljard die enkele jaren geleden nog jaarlijks uit de bodem werd gehaald. De voorgestelde 12 miljard kuub is ook nog maar bijna de helft van de 21,6 miljard die vorig jaar werd gewonnen.

Anderzijds is het ook weer te weinig ten opzichte van de 14 miljard kuub in zachte winters en 27 miljard in strenge winters die de Gasunie, zonder daar een waardeoordeel aan te geven, noodzakelijk acht. Dan zijn er de contractuele leveranties aan het buitenland, en de leveringszekerheid aan Nederlandse huishoudens en industrie. En er is de derving van inkomsten voor de staat indien de winning zo sterk wordt teruggebracht.

Ziehier de knoop die minister Wiebes ( Economische zaken en Klimaat, VVD) de komende tijd moet ontwarren. Tot nu toe geeft het optreden van de bewindsman aanleiding tot vertrouwen. Ook bij de getroffen bevolking zelf.

De staat gaat, maakte Wiebes woensdag bekend, garantstaan voor de schade die de bewoners van het Groningse bevingsgebied aan hun huizen hebben. De Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) wordt bij de beoordeling en afwikkeling terzijde geschoven. Een onafhankelijke Commissie Mijnbouwschade gaat de schade beoordelen. Een deel van de woede richt zich, terecht op de rol die de NAM de afgelopen jaren heeft gespeeld. Dat aandeelhouder Shell onder de radar, zijn aansprakelijkheid voor de schade bij de NAM bleek te hebben willen wegpoetsen, draagt alleen maar bij aan de geur van cynisme die in dit dossier om de NAM hangt. Ook al kwam Shell daar, toen het uitkwam, weer snel van terug.

Toch heeft de politiek zich de afgelopen jaren ook veel te makkelijk achter de rug van de NAM verscholen. Het is waar: de twee energiemaatschappijen die het bedrijf vormen maakten winst op het gas, en niet weinig ook. Maar het leeuwendeel van alle gasopbrengsten ging toch echt naar de staat. Waar het op het vergoeden van de schade aankomt, is het dan niet meer dan logisch dat de overheid, als meest begunstigde, daar ook voor opdraait. Dat zijn wij dus allemaal, zoals wij ook allemaal geprofiteerd hebben van het gas.

Wat dat betreft doet Wiebes nu weinig meer dan een logische zet. Hij maakt niet alleen een einde aan het getalm van de NAM, maar ook aan het ontlopen van verantwoordelijkheid door het vorige kabinet. Rest nu een snelle oplossing volgens de door Wiebes vastgestelde route. De afbouw van de winning zal zo snel en verantwoordelijk mogelijk moeten beginnen. De schatkist zal daar onder lijden. Maar de economische omstandigheden waaronder dat moet gebeuren, zijn weleens slechter geweest.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.