Een en al ondergangspaniek

Geschiedenis

In de 19de eeuw zagen velen de Dag des Oordeels naderen. Deze onheilsprofeten waren zowel geleerde dominees als eenvoudige arbeiders. Historica Rie-Hilje Kielman schreef een boek over hen.

The Ancient of Days, door Wlliam Blake, 1794

‘Een mooi voorbeeld van hoe men bang kon zijn dat het einde der tijden nabij was, is de Friese dominee Eelco Alta”, vertelt historica Rie-Hilje Kielman. „Op 8 mei 1774 zou zich aan de hemel een bijzondere samenstand voordoen van vier planeten en de maan. Eelco Alta dacht: wat zou dat kunnen betekenen? Hij publiceerde er een boekje over: Philosophische bedenkingen over de conjunctie van de planeten Jupiter, Mars, Venus, Mercurius en de Maan, op den agsten May 1774 staande te gebeuren, en wel over de mogelyke en waarschynelyke sterre en natuur kundige gevolgen dezer conjunctie.Alta verwees daarin naar wetenschappelijke inzichten over de gravitatiekracht. Hij kwam tot de conclusie dat het einde der tijden voor de deur stond: het evenwicht tussen de planeten en de maan zou verstoord worden. Het zonnestelsel zou ineenstorten.

Het boekje leidde in Friesland tot wat Kielman ‘ondergangspaniek’ noemt. Een ooggetuige herinnerde zich later: „Zeer veele menschen waren aangedaan, onthutst, ontroerd. De dag verscheen. Duizenden harten klopten van vrees… Maar er gebeurde niets.”

Kielman: „Als historicus denk je dan: hoe moet ik dat interpreteren, dat zo’n redelijk verlichte man met zo’n boekje komt? Alta was een hervormde predikant, maar ook verlichtingsgezind. Hij spande zich in voor verbeteringen op het gebied van landbouw en veeteelt, hij wist het een en ander van sterrenkunde en natuurkunde. Maar in zijn wereldbeeld was het volstrekt vanzelfsprekend dat een gematigde vorm van verlichting zich heel goed met de Bijbel verhield. En uit de Bijbel wist hij dat de wereld na zesduizend jaar ten onder zou gaan.”

Perspectiefverandering

Rie-Hilje schreef een boek (tevens dissertatie) van ruim 800 pagina’s over eindtijdprofetieën in Nederland in de periode van 1790 tot 1880. Negentig jaar waarin het perspectief van de Nederlanders ingrijpend veranderde.

Eind achttiende eeuw werd de kijk op het verleden en de toekomst van de wereld nog gedicteerd door de Bijbel: de wereld en de mens waren tegelijk ontstaan, zesduizend jaar geleden, en inmiddels bevond de mensheid zich niet heel ver van het einde der tijden: de wederkeer van Christus, en het Laatste Oordeel, als beslist werd wienaar de hemel gingen en wie naar de hel.

Een eeuw later, zo rond 1880, zijn de meeste Nederlanders gewend geraakt aan het idee dat de wereld miljoenen jaren oud is en dat de toekomst open is, en, naar menselijke maatstaven, oneindig.

Kielman: „Het loslaten van dat Bijbelse perspectief is een hele worsteling. Vergelijk het maar met wat je nu bij de islam ziet, waar het loslaten van de Koran ook ontzettend moeizaam gaat en allerlei fundamentalistische reacties oproept. Hetzelfde zag je in de negentiende eeuw bij het christendom. De eerste stap in dat moderniseringsproces was dat men de wetenschap probeerde te omarmen zónder de Bijbel los te laten. De geologie, die in de achttiende eeuw ontstaan was, had laten zien dat aarde veel ouder was dan de Bijbel vertelde. Daar vond men wat op: de ‘herscheppingstheorie’: wat de Bijbel beschreef was de geschiedenis van de mens, de aarde bestond blijkbaar al veel langer, dus waren er, voor de komst van de mens, al eerdere ‘scheppingen’ geweest en eerdere catastrofes.”

Wederkomst van Christus

Over de toekomst vertelt de Bijbel dat er een einde komt aan de wereld zoals wij die kennen en dat Christus daarin een belangrijke rol speelt. De wederkomst van Christus wordt, volgens sommige beschrijvingen in de Bijbel, voorafgegaan door de komst van het Kwaad, in de vorm van een ‘Antichrist’.

Met name de bijbelboeken Daniël en Openbaringen bevatten visioenen over alles wat zich zal afspelen vlak voor en tijdens het einde der tijden. Ze vertellen over ‘de tekenen des tijds’: aardbevingen, oorlogen, afvalligen, bijzondere politieke figuren. Aan de hand van die bijbelteksten kun je ook aan het rekenen slaan. In sommige protestantse kringen bijvoorbeeld had men uitgerekend dat er iets bijzonders zou gebeuren op het moment dat de paus – in hun ogen de Antichrist – 1260 jaar aan de macht zou zijn.

In het boek van Rie-Hilje Kielman trekt een bonte stoet eindtijddenkers voorbij. Geëxalteerde dominees, zelfverklaarde profeten, een manisch-depressieve wereldverbeteraar, een excentrieke dichter, eenvoudige boeren en ambachtslieden… Het komt over als een rariteitenkabinet, een verzameling van merkwaardige en soms misschien ook getikte figuren, zoals je die in alle tijden kunt aantreffen.

„Nee, nee”, zegt Kielman. „Ik bestrijd dat het een rariteitenkabinet was. Het was destijds veel normaler dan voor ons nu navoelbaar is: wat de Bijbel vertelt over de eindtijd is dan nog het vanzelfsprekende kader waarbinnen men denkt.”

Ondergangsdenken

De Franse Revolutie (eind achttiende eeuw) veroorzaakte in Nederland veel angst en onrust, en veel ondergangsdenken. Toen vervolgens Napoleon aan de macht kwam, lag het, voor sommigen, voor de hand om in hem de lang verwachte Antichrist te zien. Als Napoleon in een tekst uit die tijd ‘de Antichrist’ wordt genoemd, is dat vaak geen metafoor, maar letterlijk bedoeld.

„Napoleon paste volledig in die profielschets”, zegt Kielman. „De Antichrist zou met iedereen oorlog voeren. Hij zou zich ontpoppen als een wereldheerser wiens macht zo groot zou worden dat alleen de wederkomst van Christus daar een eind aan kon maken. Toen Napoleon zichzelf kroonde tot keizer, dachten velen: zie je wel, hij is bezig om zichzelf tot goddelijke figuur uit te roepen.”

Maar er waren natuurlijk ook mensen die in Napoleon een bevrijder zagen, die dachten dat met hem het Duizendjarig Rijk was aangebroken. „Die twee visies hebben in de napoleontische tijd lang tegenover elkaar gestaan. Orthodoxe christenen, die zeiden ‘hij zou wel eens de antichrist kunnen zijn’ versus de verlichten, die zeiden ‘hij gaat de nieuwe heilsorde inaugureren’.”

„Vanaf de achttiende eeuw zijn er mensen die zeggen dat de Bijbel niet letterlijk genomen moet worden, dat het eigenlijk een soort sprookjesboek is. In de negentiende eeuw krijg je daar een heel felle tegenreactie op, van orthodoxe, fundamentalistische christenen die zeggen: nee, de Bijbel is léttérlijk gods woord, wij moeten dat volstrekt letterlijk interpreteren.

„De samenleving raakt in die tijd sterk gepolariseerd. De negentiende eeuw wordt vaak voorgesteld als een eeuw van voortgang, liberalisering en secularisering. Er wordt gedaan alsof dat allemaal betrekkelijk lineair verliep, in een steeds versnellend tempo. Maar in mijn ogen heeft dat een vrij grillig verloop gehad, met mensen die zich daar ook sterk tegen verzet hebben.”

Bilderdijk

Een van die mensen, de bekendste en misschien ook wel de meest schilderachtige, was de dichter Willem Bilderdijk. „Hij was de baanbreker van dat nieuwe, reactionaire denken, dat zich verzette tegen alles wat wetenschappelijk en vooruitstrevend was. Hij was tégen de verlichte, gematigd liberale elite. En hij was ervan overtuigd dat het einde der tijden nabij was. Bilderdijk zag zichzelf als een visionair, een geroepene, hij geloofde dat hij een lijntje had met boven. Hij grasduinde overal wat in, knutselde daar wat van, sprak zichzelf voortdurend tegen. Zijn leerlingen wisten ook niet wát hij precies verwachtte. Maar hij verwachtte het in ieder geval op de korte termijn: de komst van de Antichrist, een heerser die de macht zou grijpen, hij dacht dat de zoon van Napoleon dat zou zijn. En hij voorspelde een belangrijk rol voor de Prins van Oranje.”

Was Bilderdijk een zeer hooggeschoolde eindtijdprofeet, de laaggeschoolde variant kom je in die eeuw ook geregeld tegen: eenvoudige mensen die een visioen krijgen en het einde der tijden gaan prediken.

Dit speelde zich vooral af binnen plattelandsgemeenschappen. Honderden mensen, waarvan sommigen al hun bezittingen verkochten of weggaven aan de armen, die zich verzamelden en, vaak in extase, wachtten op het Laatste Oordeel. Die verwachtten dat er vuur uit de hemel zou vallen, dat de hemellichamen op aarde zouden neerstorten, want dat hadden ze in de Bijbel gelezen.

Spoorwegen en telegrafie

Maar er waren ook christenen die meenden dat de wetenschappelijke vooruitgang en de bijbelse voorspellingen goed met elkaar te verenigen waren. Sommigen zagen in de spoorwegen en de telegrafie middelen die de mensheid zouden verbroederen en het Duizendjarig Rijk dichterbij zouden brengen. In hun toekomstfantasieën kom je ook utopische en vroeg-socialistische elementen tegen.

Kielmans favoriete eindtijdbeweging is ook zo´n mengsel van religie en socialisme: de groep die bekend is geworden als de Zwijndrechtse Nieuwlichters, maar die zichzelf ‘de Christelijke Broedergemeente’ noemde. Een beweging van eenvoudige mensen.

De oprichter, Stoffel Muller, schipper van beroep, kreeg tijdens een nachtelijke wandeling, een goddelijk inzicht in wat de bijbelse tekst „Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen” nou eigenlijk ten diepste betekende: als alles God was, dan waren de mensen ten opzichte van elkaar in principe gelijk.

Dus stichtte hij een commune waarin iedereen gelijk was. Al het bezit was gemeenschappelijk, het huwelijk werd afgeschaft, en men bereidde zich voor op ‘Gods Rijk op Aarde’. In het voorjaar van 1818 was de commune dagenlang in extase. De leden hadden allerlei ondergangsvisioenen. Dat gaf zoveel commotie dat de politie ingreep en sommige leden kwamen zelfs in de gevangenis.

Kielman noemt het „een heel interessant sociaal experiment waarin mensen hun eigen wereld creëerden”. Op het hoogtepunt had de Broedergemeente een paar honderd leden.

Liberalisme en verzuiling

Rond 1900 zijn de Nederlanders gewend geraakt aan het idee dat de toekomst oneindig is. „Het liberalisme is dan dominant geworden. Maar tegelijkertijd is het de periode van de verzuiling.” Abraham Kuyper, de voorman van de gereformeerden – predikant, politicus, minister – organiseerde een sterk orthodox-christelijk tegengeluid. „Kuyper geloofde niet in die open, maakbare toekomst. De man die de oprichter was van de Vrije Universiteit en de ARP, een van de drie partijen waaruit later het CDA is ontstaan, heeft heel zijn leven gedacht dat hij de eindtijd misschien nog zelf zou meemaken, of anders wel zijn kinderen of kleinkinderen.”

Correctie 8/2/18
In een eerdere versie stond dat Willem van Bilderdijk verwachtte dat de neef van Napoleon - de latere keizer Napeleon III (1808-1873) - de antichrist zou zijn. Dat in verbeterd in: de zoon van Napoleon (Napoleon II, koning van Rome, ook bekend als ‘de hertog van Reichstadt’ (1811-1832), die nooit geregeerd heeft).

    • Berthold van Maris