‘Nog een beving en… daar ben ik bang voor’

De stemming

In Loppersum spreekt iedereen over de gasschade. Het vertrouwen in de overheid is weg, maar de burgemeester wordt geprezen.

Versteviging, sloop en nieuwbouw in Loppersum. Foto Kees van de Veen

Thuis, op straat, in de winkel: als de mensen elkaar hier spreken, gaat het altijd over dat ene onderwerp. Het gas – en de gevolgen van het gas. Ze zijn boos, nerveus, gelaten, strijdbaar, verlamd. Maar in de week dat verschillende maatregelen ten aanzien van de problemen rond de gaswinning bekend werden, zijn ze vooral beleefd, aardig en geduldig als hun daarover iets wordt gevraagd.

Hebben de nieuwsberichten van deze week – schadeafhandeling door de staat in plaats van de NAM, een eind aan alle boringen in de regio Loppersum – hun weer vertrouwen in de overheid gegeven? „Dat vertrouwen moet nog worden verdiend”, zegt in de supermarkt een sociaal werker. „Het is nu nul, als het al niet negatief is.” „De stemming is ietsiepietsie toegenomen”, zegt oud-docent en schrijver Harry Poelman in de bibliotheek. „Ik moet honderd worden om het mee te maken”, zegt mevrouw Van der Molen, die nu 73 is.

De kerkklokken beieren. Een begrafenisstoet loopt over de Nieuwstraat, rond de kerk. De aanspreker voorop, achteraan een vrouw met een lantaarn. Overal in het dorp staan bestelauto’s. Van ‘technisch expert Jansen’, van een bouwbedrijf, een schildersbedrijf, een bedrijfje in inspectie en metingen. „Voor bouwers zijn het goede tijden”, zegt de serveerster in hotel Spoorzicht, een statig gebouw aan de Molenweg. „Het hotel zit af en toe vol met werklui.”

Twee ambtenaren zitten in Spoorzicht koffie te drinken. Sijbren Raap van de afdeling burgerzaken woont niet in het dorp, maar even verderop in Siddeburen. Woensdag was daar nog een beving: 1,6 op de schaal van Richter. Zijn collega haalt haar schouders op: dat stelt niet veel voor. Die 3,1 van vorige maand in Siddeburen, „die verneem je wel”. En de grote beving van Zeerijp op 8 januari, 3,4. „Het voelde op het gemeentehuis alsof een vrachtwagen de pui binnenreed.”

Tijdens die aardbeving zat Jantina Werkman (47) aan de thee. Alle servies rinkelde en haar dochter begon te lachen, maar zijzelf was vooral angstig. Drie jaar geleden is haar huis op last van het Centrum Veilig Wonen grondig geïnspecteerd. Wat bleek? Delen van het huis dreigen te bezwijken. De muren van de begane grond hellen naar elkaar toe en stuwen de overloop omhoog. „Wij slapen precies op de plek waar het huis op instorten zou staan. Nog een aardbeving en… daar ben ik bang voor.” Nadere inspectie was nodig, hadden de experts drie jaar geleden gezegd. Maar nadere inspectie is er nog steeds niet geweest.

Onvoorspelbaarheid

De onvoorspelbaarheid van de bevingen jaagt de bewoners schrik aan. De onvoorspelbaarheid van de beschermingsmaatregelen verlamt hen. Harry Poelman sprak met de vrouw van het biologische winkeltje aan de Hogestraat. „Zij kan niets doen aan haar winkeltje, want wie weet moet straks de hele winkelstraat worden vernieuwd en heb je helemaal voor niks geïnvesteerd.”

Ja, zeggen de meeste bewoners, de problematiek schept saamhorigheid. Maar ze maakt de mensen vooral onzeker. En soms ook jaloers. Want waarom wordt jouw huis wel opgeknapt en dat van mij niet? De ondoorgrondelijkheid van de overheid laat sporen na in de gemeenschap.

Jantina Werkman heeft soms het gevoel dat mensen die goed voor zichzelf opkomen, die aan de bel trekken, meer en sneller hulp krijgen. Hun woningen worden opnieuw gevoegd, stenen gezet. „Rondom zijn bij alle huizen de schoorstenen vervangen. Bij ons niet. Mijn man heeft zelf de scheuren in de muren uitgefreesd en er stangen in aangebracht. Maar hij weet ook niet hoe het met de fundamenten is gesteld.”

Jan Enne Kloosterboer, 74, met rode adertjes in zijn wangen en een ijsmuts op zijn hoofd, staat naast mevrouw Van der Molen in de Hogestraat te kijken hoe de oude supermarkt wordt gesloopt. Zijn boerderij is total loss, zegt hij. Hij was in 2007 500.000 euro waard, nu nog 350.000 euro. „We hadden gehoopt hem te verkopen en dan 100.000 euro winst als pensioen te hebben.”

Stressklachten

Deze week kwam nog meer nieuws over Groningen en het gas naar buiten. Volgens een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen hebben mensen in het gebied vaker stressklachten. Door de angst, maar vooral door de slepende schadeprocedures, zeiden de onderzoekers. Meneer Kloosterboer: „We hebben eerstelijns inspectie gehad, contra-expertise, derdelijns inspectie, een arbiter.” De laatste keer met een verzakte schuur hebben ze er al met al drie jaar over gedaan.

Drie Kamerfracties zijn bij Kloosterboer in de schuur geweest. Ze zeiden allemaal na afloop: ‘Ik deel uw zorgen. We nemen het mee.’ Maar toen hij hen vorig jaar in verkiezingstijd mailde hoe ze over Groningen dachten, gaven ze geen antwoord. „Ik heb toen niet gestemd. Er is geen enkele partij meer waar ik vertrouwen in heb.”

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) vinden ze na Henk Kamp een verademing, zegt ambtenaar Sijbren Raap. „Toen Wiebes naar Zeerijp kwam, zei hij tegen de pers dat het hem meeviel hoe boos de mensen waren. Dat hij nog veel bozer zou zijn als het hem overkwam. Dat is tenminste menselijk.”

In de bibliotheek valt Lies Oldenhof binnen, voorzitter van de tweekoppige PvdA-fractie. Ze komt een handtekening halen bij Tom Dijkstra, kandidaat voor de komende raadsverkiezingen – „op een onverkiesbare plaats”, bezweert hij. Onderwijzer Dijkstra is voor de PvdA jarenlang redacteur geweest van het partijorgaan Mit mekoar, en ook secretaris, penningmeester en voorzitter van de lokale afdeling, zo moeten ze woekeren met hun mensen. Die lokale afdeling is vorig jaar samengegaan met die van Delfzijl en Appingedam. Nu is er al een paar maanden geen bestuur meer. Het oude is opgestapt en er zijn onvoldoende kandidaten voor een nieuw.

De Lopsters – zo noemen de dorpsbewoners zichzelf – hebben misschien geen vertrouwen meer in de rijksoverheid, maar ze loven hun burgemeester Albert Rodenboog („die is er altijd”) en de lokale politici. Politieke tegenstellingen heb je in de gemeente nauwelijks meer; alle partijen staan pal achter de inwoners. Wethouder Bé Schollema vertegenwoordigt zowel de PvdA als GroenLinks. Toen het in de raad nog „stereotiep” was, zegt Oldenhof, „joegen we de mensen weg, met dat onderlinge gezeur.” De bewoners willen dat hun bestuurders besturen, niet bekvechten. Terwijl ze de instemmingsverklaringen en de paspoortkopieën rangschikt, lijkt Lies Oldenhof zomaar het einde van de partijpolitiek aan te kondigen.

    • Bas Blokker
    • Jutta Chorus