De kunst doet ’t goed – voor sommigen

Cultuurverkenning

Culturele instellingen in de stad blijken moeite te hebben met het aanspreken van jongeren van niet-Westerse komaf.

Directeur Aruna Vermeulen van het HipHopHuis, dat onder meer rap en het Vogue-dansen van de foto organiseert, wil meer geld voor ‘jonge’ cultuurinstellingen. Foto Peter de Krom

Het gaat goed met de culturele instellingen van Rotterdam, zo blijkt uit de Cultuurverkenning die de gemeente komende week publiceert. Die geeft een overzicht van de resultaten van door de gemeente gesubsidieerde instellingen over 2012 tot en met 2016. Maar op één punt scoren ze laag: namelijk het aanspreken van Rotterdamse jongeren van niet-Westerse komaf. Dat moet verbeteren, staat erin. Maar hoe?

Geld geven aan nieuwe, jongere instellingen en weghalen bij de traditionele instellingen zoals musea en theaters is moeilijk. Die leverden afgelopen jaren al flink in door bezuinigingen. Geld vragen aan het Rijk om culturele instellingen in Rotterdam te steunen is ook lastig. „Daar is geen geld voor in het regeerakkoord”, zegt wethouder Pex Langenberg (D66) van Cultuur. Hij heeft het er vorige week over gehad met de minister voor Cultuur, Ingrid van Engelshoven (D66).

Rotterdam krijgt zo’n 20 miljoen euro per jaar, minder dan Amsterdam (125 miljoen per jaar), maar ook het kleinere Den Haag (25 miljoen euro). „Van Amsterdam is dat te begrijpen. Het Rijksmuseum en het Van Gogh bijvoorbeeld hebben een landelijke functie”, zegt Langenberg. „Maar sommige Rotterdamse instellingen zoals museum Boijmans van Beuningen hebben ook een landelijke uitstraling. Die zouden ook aanspraak op subsidie van het rijk mogen maken.”

„Dit is een moeilijke discussie”, zegt directeur Sjarel Ex van Boijmans van Beuningen. „De musea die al geld van het Rijk krijgen, zitten niet te wachten op nieuwkomers. Want dan moeten zij inleveren. Dat willen ze niet.”

Maar zo werkt het dus ook in de gemeente Rotterdam, waarvan Boijmans van Beuningen subsidie ontvangt. „Wij krijgen 9,2 miljoen euro per jaar” zegt Ex. „Daarvan betalen we de vaste lasten. Exposities betalen we uit eigen inkomsten. Met minder gaat het echt niet.”

Dat verklaart waarom het lastig is voor jonge instellingen om een plekje te veroveren in het Cultuurplan, een beleidsplan waarin de verdeling van het grootste deel van de cultuursubsidie voor vijf jaar wordt vastgelegd. Dat werkt niet voor jonge instellingen. „Ze moeten de systematiek van het Cultuurplan openbreken”, vindt Aruna Vermeulen, directeur van het HipHopHuis, dat cursussen en optredens in dans, rap en dj-en organiseert. „Het meeste geld van de jaarlijks in totaal beschikbare 80,5 miljoen euro gaat naar de geijkte instellingen. Die hebben een betere lobby bij de gemeente en kunnen beter omgaan met de administratieve romplomp die je door moet om in aanmerking voor Cultuurplansubsidie te komen.”

Een nieuwe manier die de gemeente half februari introduceert om jongeren met een goed idee voor cultuur een kans te geven, is hen elke week een pitch te laten doen in de culturele hotspot RAAF aan de Maashaven in Rotterdam-Zuid. Voor elk initiatief is maximaal 10.000 euro beschikbaar tot een totaal bedrag van 90.000. „Goed idee”, vindt Vermeulen. „Een eerste stap om jongeren bij cultuur te betrekken, maar niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat.”

Wat zij wil, is het Cultuurplan openstellen voor jonge instellingen die willen doorgroeien zodat ze op termijn voor langdurige subsidie in aanmerking kunnen komen. Zo krijgen ze volgens Vermeulen tijd om een organisatie op te bouwen. Maar daar zit niet iedereen op te wachten.

„Waarom nieuwe organisaties optuigen als je gebruik kunt maken van bestaande instellingen”, zegt zakelijk directeur van De Doelen, Anton Vliegenthart. Zo faciliteert hij muziekgezelschappen zoals bijvoorbeeld het Doelen Ensemble, dat bestaat uit leden van verschillende orkesten. Dat loopt heel goed, gezien de stijgende kaartverkoop. „Zij maken gebruik van onze administratie, bijvoorbeeld.” Voor experimenten met beginnende artiesten is De Doelen echter geen optie. „Het niveau van de musici moet wel zo hoog zijn dat het voldoet aan de verwachtingen van ons publiek.”