Opinie

    • Caroline de Gruyter

De EU is minder soepel voor Zwitserland

Elke dag scheurt Roberto Bussenghi in een rode Fiat Panda uit Italië naar zijn werk in het Zwitserse kanton Ticino. Elke dag staat hij bij de grens in een file en wordt hij tergend ondervraagd door de stugge Zwitserse douanier Loris Bernasconi: „Al-co-hol? Ma-ri-ju-a-na?” De twee mannen wonen vlak bij elkaar, maar door die grens hebben ze zwaar de pest aan de ander. Bernasconi ziet Italianen als schorriemorrie dat Zwitserland wil kaalplukken. Bussenghi, de grensarbeider, komt altijd te laat op zijn werk en wordt bijna ontslagen. Maar op een dag duikt de maffia op, en ontdekken beide aartsrivalen dat ze elkaar eigenlijk hard nodig hebben.

Dit is, kort samengevat, de plot van Frontaliers Disaster, een comedy die in december in Ticino in première ging en een absolute kaskraker is geworden. De film trok meer bezoekers dan Star Wars. Intussen lopen de zalen ook vol in Frans- en Duitstalig Zwitserland – met ondertiteling, wat Zwitsers doorgaans vreselijk vinden. Wie geen Italiaans spreekt, mist de spitse woordgrappen en verhaspelde accenten, maar dat mag de pret blijkbaar niet drukken. Een verklaring voor het succes van Frontaliers Disaster is dat het – net als Bienvenue chez les Ch’tis in Frankrijk, of La Cage Dorée die Portugese migranten in Frankrijk op de hak neemt – clichés en sentimenten over identiteit uitvergroot en tot in het absurde parodieert. Daarbij is het verhaal voor velen herkenbaar: 65.000 Italianen steken dagelijks de grens over. Zij vullen eenderde van de arbeidsmarkt in Ticino.

Nu de relaties tussen Zwitserland en de EU – mede door dit grensverkeer en de dilemma’s eromheen – vastlopen in moeizame, abstracte discussies over soevereiniteit en democratie, laten Bussenghi en Bernasconi zien hoe relatief die dingen eigenlijk zijn. Die frisse blik kunnen de Zwitsers wel gebruiken. Maar of het helpt?

Het Zwitserse probleem met de EU lijkt op dat van de Britten. De Zwitsers willen niet bij de EU. Tegelijkertijd worden ze omringd door EU-landen. Zich afsluiten is geen optie, tenzij ze een soort Noord-Korea willen worden. Dus zijn de Zwitsers aan veel EU-zaken mee gaan doen: interne markt, academisch onderzoek, Schengen, enzovoort. Ze zitten bijna meer in de EU dan het VK. Voor elke vorm van samenwerking hebben de Zwitsers een bilateraal akkoord. Er zijn er ruim honderd. Als één van die akkoorden wordt verbroken, vervallen ze allemaal.

De EU laat de Zwitsers meeprofiteren, maar eist dat Bern meebetaalt en de grondregels accepteert – waaronder het vrij verkeer van personen. Dat geldt ook voor Noorwegen.

Maar net als in het VK ligt dit in Zwitserland steeds gevoeliger. Hoe soeverein ben je in zo’n interconnected wereld? Hoe ver kun je dat oprekken? In 2014 stemden de Zwitsers bij referendum vóór immigratiequota. Ticino gaf de doorslag. Quota schenden het vrije personenverkeer van de EU. Daarom heeft de Zwitserse regering ze niet echt doorgevoerd. Voorstanders van de quota zijn ziedend. Zij organiseren nu een referendum over vrij verkeer in het algemeen. Ook komt er een stemming aan om vonnissen van het Europese Hof, dat waakt over implementatie van alle EU-akkoorden (ook in niet-EU-landen), niet meer te respecteren. Een ramkoers, kortom. De EU slaat nu terug met tijdelijke – géén permanente – erkenning van de Zwitserse beursregulering.

Tien jaar geleden kon Brussel soepel zijn, ‘bruggetjes’ bieden. Na Brexit niet meer: als de Zwitsers wat krijgen, willen de Britten méér. En als niet-leden met cherry picking een betere deal krijgen dan leden, is het gauw gedaan met de EU. Dan zit Europa zonder systeem. Dan wordt het een jungle.

Daarom is Brussel zo standvastig en principieel tegen Bern en Londen: dit is een kwestie van overleven.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter