Column

Buigend riet

De oude koningin werd tachtig, ik gunde haar het beste, zoals ik alle tachtigjarigen het beste gun. Op de website van de NOS, de omroep voor iedereen, bleef ik haken in het bericht ‘Beatrix 80: nog altijd zeer geïnteresseerd, levendig en toegankelijk’. De kop bevatte geen feitelijke onjuistheden, ‘geïnteresseerd’, ‘levendig’ en ‘toegankelijk’ zijn rekkelijke begrippen, maar de toon was gezet.

Uitspraken van Geert Mak uit het programma Beatrix 80 waarin de zelfverklaarde republikein ons met oranje tong toesprak. Hij smeerde niet met klodders stroop zoals ze bij de commerciëlen en Blauw Bloed doen, nee hij gebruikte een kwastje en kwezelde met fijne streekjes een fraai portret bij elkaar. „Als koningin Beatrix de dochter van een leraar uit Doetinchem was geweest, was ze ook directeur van een grote keten van warenhuizen, of minister, of burgemeester of een hoge diplomaat geworden.”

In het artikel beperkte hij zich tot wat amateur-psychologie: „Mijn indruk is dat ze de overgang van koningin naar prinses als bevrijdend heeft ervaren.”

Dan denk je dat je gegeten en gedronken hebt, maar daarna moest Samuel Wuersten, de met een koninklijke onderscheiding behangen artistiek directeur van het Holland Dance Festival nog komen. Hij vond het prettig dat prinses Beatrix hem direct na binnenkomst in theaters meer dan eens confronteerde met typefouten in het programmaboekje.

Hij is een van velen en verwoordde in een paar zinnen wat me zo stoort aan de monarchie. Het zijn niet de boven ons gestelden die het ergerlijk maken, het is het buigende riet.

Citaat: „Ik denk dat wij vooral hebben moeten wennen om bijvoorbeeld geen majesteit meer te zeggen.” Ja, dat was na de transitie van koningin naar prinses echt een dingetje onder dansers. Het liefst waren ze majesteit blijven zeggen, dat lag zo lekker voorin de mond. ‘Hoe vond u het majesteit?’; ‘Wat fijn dat u ons op de fouten in het programmaboekje wijst majesteit’ en ‘Mogen we alstublieft majesteit blijven zeggen, majesteit?’

En dan deze zin: „Wat ik zelf zo bijzonder vind is dat zij nu al zo lang dit land begeleidt. Dat iemand zich zo lang ontfermt en zich dag en nacht met een land bezighoudt.”

Denkt u ook dat ze van het koningshuis dag en nacht aan ‘het land’ denken? Zo van: ‘Storm op komst, hoe zou het toch met de mensen in Den Helder zijn?’

Eigenlijk was het een wonder dat niet alle citaten van Samuel Wuersten van het Holland Dance Festival het NOS Journaal haalden, misschien vond zelfs de Rijksvoorlichtingsdienst dat er een beetje te dik bovenop liggen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz