Asielzoeker maakt buurt niet onveilig

criminaliteit rond azc’s

Alleen omdat asielzoekers in zwakke buurten worden opgevangen is de criminaliteit daar hoger, volgens onderzoek.

Een asiellocatie in Ter Apel. Opvanglocaties worden vooral geplaatst in sociaal zwakkere buurten. Foto Vincent Jannink/ANP

Het was de angst van veel bewoners van buurten waar een asielzoekerscentrum kwam of zou komen: toenemende criminaliteit. Maar die toename is er niet, blijkt uit nieuw onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) in een donderdag verschenen rapport. Een azc heeft geen effect op de criminaliteit in een buurt. Wel zijn asielzoekers vaker verdacht van criminaliteit.

1 Hoe kan dat: vaker verdacht en toch geen effect op de cijfers?

Het klinkt paradoxaal, erkennen WODC-onderzoekers Wahideh Achbari en Arjen Leerkes, maar ze hebben er een mogelijke verklaring voor: „Het kan betekenen dat criminaliteit zich juist in een azc afspeelt, bijvoorbeeld doordat er vechtpartijen zijn”, zegt Achbari. „Of ze vindt juist plaats in de wijdere omgeving. Asielzoekers worden vooral verdacht van kleine diefstallen. Die incidenten vinden dan bijvoorbeeld plaats in een winkelcentrum wat verderop, in plaats van in een buurt zelf.” Vergeleken met mensen met eenzelfde sociaal-economische en demografische achtergrond, zijn asielzoekers minder vaak verdachte van een misdrijf. En, zeggen de onderzoekers: de bijdrage van asielzoekers aan het totale aantal criminaliteitsverdachten is niet groot. Achbari: „Het gaat om 0,5 tot 0,7 procent, dat is redelijk gering.”

2 Waarom is er in buurten met azc’s toch meer criminaliteit?

Opvanglocaties voor asielzoekers worden vooral geplaatst in zwakke buurten, met minder sociale samenhang en meer armoede dan gemiddeld in Nederland. „Het is bekend dat de buurtcriminaliteit in dergelijke buurten in de regel relatief hoger is, los van de eventuele invloed van een COA-locatie”, schrijven Achbari en Leerkes in het onderzoek.

3 Wordt met de cijfers criminaliteit rond azc’s onderschat?

Dat ligt niet voor de hand, volgens de onderzoekers. De kritiek van criminologen op misdaadcijfers is wel vaak dat die niet álle criminaliteit meten, omdat alleen geregistreerde criminaliteit wordt meegenomen. Om criminaliteit te registreren, moet er aangifte van gedaan zijn, en de bereidheid daartoe ligt laag. „Maar je zou in dit onderzoek juist het tegenovergestelde kunnen zien”, zegt onderzoeker Leerkes. „We weten uit ander onderzoek dat mensen eerder bereid zijn om aangifte doen van een misdrijf als de dader op een grote sociale afstand staat of uit een andere groep komt.” Dat is bij asielzoekers het geval. „Dan zou de aangiftebereidheid in de buurten juist moeten toenemen, naarmate er meer misdrijven door asielzoekers worden gepleegd. Dus stel: we hadden wél een effect van een azc gevonden. Dan had je kunnen tegenwerpen: misschien wijst dat alleen op toegenomen aangiftebereidheid. Maar we vinden zo’n effect überhaupt niet”, zegt Leerkes.

4 Verandert dit onderzoek iets aan de discussie over azc’s?

De uitkomsten komen overeen met de beleving van mensen in de buurten: protest vóór het azc er is, maar vervolgens valt het samenleven zelf volgens omwonenden mee. Wat wél kan: dat het in de toekomst de discussie over de locatie van nieuwe azc’s verandert. Want de onderzoekers wijzen er ook op dat de centra zwakke buurten kunnen verzwakken. Tegelijkertijd moeten locaties snel gevonden worden. Zoals in 2015, toen in korte tijd veel azc’s geopend moesten worden. In dat jaar kwam een aanzienlijk aantal vluchtelingen de grens over – 59.100, een record. Doordat er ruimte beschikbaar is en de grondprijs laag, komen ze dan vaak in zwakke wijken terecht, wat de sociale samenhang niet bevordert.