Opinie

    • Job Cohen

5 wensen van een ex-burgemeester

Gemeenteraadsverkiezingen In de ideale gemeente van kiest de raad de burgemeester en krijgen lokale media geld van het Rijk.
Illustratie Cyprian Koscielniak

De gemeenteraadsverkiezingen komen er weer aan: partijen en kandidaten lopen zich warm, vol van ideeën die ze in de komende periode hopen te realiseren – en die ze, zo is mijn ervaring, ook kunnen realiseren. Een goed bestuurde gemeente is van wezenlijk belang. Maar hoe ziet zo’n goed bestuurde gemeente eruit? Op mijn wensenlijst staan vijf punten.

Lees ook: Hulde aan het raadslid. Hij zet zich in voor ons

1. De raad kiest de burgemeester

Tegenwoordig bepaalt de gemeenteraad wie burgemeester wordt – en, niet onbelangrijk, wie burgemeester blijft. Dat was niet altijd het geval. Lang was de burgemeester veelal een deftige magistraat, op voordracht van de Commissaris van de Koning(in) benoemd. In kleine gemeenten wilde het ambt nog wel eens van vader op zoon overgaan. Van vrouwelijke burgemeesters was uiteraard geen sprake; de eerste vrouwelijke burgemeester werd in 1946 benoemd. Een bijzonder geval, want ze was de vrouw van de door de Duitsers omgebrachte burgemeester van Oost-, West- en Middelbeers, die op deze manier de positie voor haar zoon wilde openhouden.

Gaandeweg kregen gemeenteraden steeds meer greep op het proces, en veranderde de positie van de burgemeester. Was hij eerst de centrale beleidsmaker, rond de jaren zestig van de vorige eeuw namen wethouders die positie in. De burgemeester werd meer burgervader en -moeder en, dankzij allerlei, soms vergaande wetgeving op dit terrein, hoeder van de openbare orde en veiligheid.

De invloed van gemeenteraden op de benoeming van de burgemeester steeg. Kregen zij eerst de mogelijkheid om een profiel op te stellen en met kandidaten, door de Commissaris voorgedragen, te spreken, tegenwoordig komen ze zelf met kandidaten. En maken ze een voordracht op, die eigenlijk altijd tot de benoeming van de kandidaat leidt die als nummer één is geplaatst.

Daarbij kijkt de raad meer en meer naar de geschiktheid van de kandidaat – en minder naar zijn politieke kleur. In het afgelopen decennium kwamen politieke benoemingen minder voor dan voorheen. Politieke partijen ‘verdelen’ gemeenten niet meer, en het is ook niet altijd zo dat de grootste partij in de raad de burgemeester levert.

In Maastricht werd Annemarie Penn-Te Strake, afkomstig uit de wereld van justitie, partijloos, en met amper ervaring in de wereld van de gemeente, tot burgemeester benoemd. De burgemeester van Deventer, Heidema, is lid van de CU; die van Bloemendaal, De Gelder, (2005-2008) van GroenLinks.

De invloed van burgers op de benoeming van de burgemeester mag dan aanzienlijk zijn toegenomen, hij of zij wordt niet rechtstreeks gekozen door de burgers. En daarmee wijkt Nederland af van wat in de rest van de democratische wereld de norm is.

Lange tijd ben ik het er niet met mijzelf over eens geweest wat ik daar nu van vond. Burgers kunnen een rechtstreeks gekozen burgemeester aanspreken op zijn of haar beleid, en het is voor de meeste burgers lastig te begrijpen dat dat bij de door de raad aangewezen burgemeester niet het geval is. De burgemeester is toch de baas?

Nee dus. Maar ik vond het indertijd niet prettig om, als ik weer eens over het taxibeleid in Amsterdam werd aangesproken, te antwoorden: „Daar ga ik niet over, dan moet u bij de verantwoordelijke wethouder zijn”.

Daar staat wel het nodige tegenover. Wij kennen nu een burgemeester die een beetje boven de partijen staat – zeker, veelal afkomstig uit een politieke groepering, maar in de positie als burgemeester wel iemand die niet het eigen programma uitvoert, maar helpt om het door de raad geaccordeerde collegeprogramma uit te voeren. Burgemeester Aboutaleb doet dat in Rotterdam, burgemeester Van der Laan deed dat in Amsterdam – in beide colleges was hun partij niet vertegenwoordigd, in beide gemeenten hogelijk gewaardeerde burgemeesters. Zo’n iets boven de partijen staande burgemeester, die door zijn of haar werk als burgemeester autoriteit verwerft, vind ik steeds aantrekkelijker. En ik ben de enige niet. Kijk maar eens naar de populariteit van politici; die haalt het niet bij die van burgemeesters. Kortom: in mijn ideaal bestuurde gemeente staat een door de gemeenteraad benoemde burgemeester aan het hoofd.

De populariteit van politici haalt het niet bij die van burgemeesters

2. Goede betaling voor raadsleden

De burgemeester is het hoofd van de gemeente – maar niet de baas. Dat is de gemeenteraad, gekozen door de bevolking. Een gemeenteraad met budgetrecht, die de hoofdlijnen van beleid uitzet en het gemeentebestuur controleert.

Dat vraagt om betrokken burgers die bereid zijn tijd en energie in de gemeenteraad te steken – al lijken die steeds moeilijker te vinden. Deze mensen zijn om diverse redenen geïnteresseerd geraakt in het wel en wee van hun gemeente; de buurt heeft een onveilige weg, de kinderen hebben te weinig speelgelegenheden, de kringloopwinkel zoekt ruimte. Ze ervaren enorme overlast van een drugspand of van een gestoorde buurvrouw, of winden zich op over erfpacht. En nu willen ze iets doen. En nogal eens lukt dat hen ook: die veilige weg, vergrote aandacht voor drugsoverlast, de vestiging van een kringloopwinkel.

Hun bereidheid om zich in te zetten voor het algemeen belang vind ik ongelooflijk belangrijk – en moet daarom goed gehonoreerd worden. Die honorering moet bestaan uit enerzijds een behoorlijke en niet zo zuinige vergoeding – zeker voor kleinere gemeenten moet daar iets aan worden gedaan – en anderzijds een behoorlijke faciliteit die hen in staat stelt om goed te functioneren, dat wil zeggen voorstellen en plannen van het bestuur tot in detail te doorgronden en zelf te ontwikkelen. Dat vraagt om fractie-ondersteuning en een goed geoutilleerde griffie. Om een goed geoutilleerd ambtenarenapparaat in het algemeen.

Bestuurders die tegenspraak op prijs stellen en daar hun voordeel mee doen, zijn van even groot belang. Op deze wijze kan in de raad een levendig debat ontstaan, waarbij verschillende zienswijzen, perspectieven en belangen voor het voetlicht komen.

Eén belang hoeft niet vertegenwoordigd te zijn: crimineel belang. De vrees daarvoor is de afgelopen maanden meermalen geuit: ondermijnende activiteiten die in de bovenwereld doordringen en mogelijk een vertegenwoordiging krijgen in de gemeenteraad.

Hoe daarmee om te gaan? Goede screening door politieke groeperingen is op zichzelf nuttig, maar onvoldoende. Een vereiste Verklaring Omtrent het Gedrag is ook nog niet voldoende, want wie weet heeft de persoon (nog) een blanco strafblad. Maar zodra de integriteit op goede gronden verdacht is – en dat kan dus ook gebeuren als betrokkene al lid is van de gemeenteraad – is actie vereist.

Nu is dat een taak van de burgemeester, die expliciet de hoeder is van integriteit in de gemeente. Dat lijkt mij onverstandig. Als de burgemeester zowel voor zijn aanstelling als voor ontslag afhankelijk is van de gemeenteraad, moet hij of zij niet oordelen over het handelen van een van diens leden. De burgemeester mag het probleem signaleren, maar het lijkt me meer op de weg van de Commissaris van de Koning liggen om ermee aan de slag te gaan.

3. Breng bestuur dicht bij burger

In 1900 waren er in ons land 1.121 gemeenten, nu zijn dat er nog 380. Gemeenten hebben veel meer taken gekregen, en wil je die taken goed uitvoeren, dan moeten die gemeenten een bepaalde omvang hebben. Zo zijn gemeenten sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en arbeidsdeelname voor mensen die zelfstandig moeilijk aan werk komen. Grote opdrachten, waarvoor een flink aantal gemeenten, ondanks hun toegenomen omvang, met andere gemeenten zogenaamde Gemeenschappelijke Regelingen zijn aangegaan – om de doodeenvoudige reden dat zij het als zelfstandige gemeente onvoldoende kunnen klaren.

Daardoor is het aantal gemeenten gedaald, en is de omvang per gemeente aanzienlijk toegenomen. Inderdaad, de gemeente Oost-, West- en Middelbeers is nu een deel van de gemeente Oirschot.

Maar de afname van het aantal gemeenten heeft ook negatieve kanten. De afstand tussen bestuur en burger groeit er door, terwijl nu juist een van de argumenten om belangrijke delen van het sociale domein naar gemeenten te decentraliseren, was dat gemeenten het dichtst bij de burger staan, en dus het gemakkelijkst maatwerk kunnen leveren.

Laten we daarom weer serieus werk maken van deelgemeenten, stadsdelen en dorpsraden. Laten we deze organen van serieuze bevoegdheden voorzien, passend bij hun omvang. Natuurlijk, Rotterdam en Amsterdam hebben al ervaring opgedaan met deelgemeenten en stadsdelen. Maar deze hebben volgens velen tot te veel bestuurlijke drukte en onvoldoende duidelijke afgrenzing van taken en bevoegdheden gezorgd. Dat leidde dan weer tot het nodige gedoe.

Toch, in mijn ideaal bestuurde gemeente, die gegeven zijn taken een aanzienlijke omvang heeft, kunnen deelgemeenten voorkomen, mèt gekozen leden en met eigen, duidelijk afgebakende bevoegdheden. Dat vraagt om blijvend onderhoud, zodat de taakverdeling scherp is en blijft.

Dat geldt evenzeer voor plattelandsgemeenten, die vaak uit verschillende dorpskernen bestaan, waarin dorpsraden eveneens taken en bevoegdheden, die passen bij hun omvang, kunnen uitoefenen. Dat kan met zich meebrengen dat het aantal Gemeenschappelijke Regelingen flink beperkt kan worden, en dat is alleen maar goed voor het functioneren van gemeenteraden, die dan zelfstandig koers en richting kunnen geven aan gemeentelijk beleid. Nu komt het maar al te vaak voor dat wethouders als portefeuillehouders in een Gemeenschappelijke Regeling afspraken met elkaar maken, waar gemeenteraadsleden vervolgens nog maar in beperkte mate invloed op kunnen uitoefenen. Dat draagt er voor gemeenteraden niet toe bij om hun taak naar behoren uit te oefenen, en draagt niet bij aan het beperken van de afstand tussen bestuur en burger. En die afstand moet worden beperkt.

4. Laat burgers echt meepraten

De afgelopen jaren zijn er tal van nieuwe initiatieven ontwikkeld om burgers meer bij het bestuur te betrekken, en hen daar soms, op deelgebieden, daadwerkelijk invloed bij te geven. Soms komen die initiatieven uit de bevolking zelf voort, soms worden zij geïnitieerd door de gemeente. De G1000 bijvoorbeeld, is een uit België overgewaaid initiatief waarbij door loting bijeengebrachte burgers zich buigen over de vraag wat zij in hun gemeente van belang vinden.

Wij kennen het right to challenge, waarbij een wijk het recht verwerft om een voorziening in eigen hand te nemen wanneer de bewoners menen dat beter te kunnen dan de gemeente zelf. Wij kennen burgerpanels, burgertoppen en burgerraden. Er zijn gemeenten met burgerbegrotingen, waarbij burgers kunnen besluiten over (beperkte) delen van de begroting.

Mooie initiatieven, maar over de relatie tussen dit soort initiatieven en de rol van de gemeenteraad moeten wel duidelijke afspraken worden gemaakt. Want het klinkt mooi als burgers kunnen meepraten, maar wanneer een gemeenteraad daarna zegt: ‘sorry, maar wij, de gekozen volksvertegenwoordigers, gaan erover en wij trekken ons niets aan van jullie voorstellen’, dan wordt de kloof tussen bestuur en burgers eerder groter dan kleiner. Heldere afspraken tussen bestuur en burgers vóórdat een burgerinitiatief van start gaat, is daarom een vereiste.

5. Rijk betaalt lokale media

Goed bestuur is transparant bestuur. Een onafhankelijke pers wordt daarom terecht de vijfde macht genoemd. Daaraan schort het op dit moment in gemeenteland behoorlijk: veel minder dan vroeger wordt de publieke tribune bij gemeenteraadsvergaderingen bevolkt door journalisten, die veel minder dan vroeger publicatiemogelijkheden hebben: de regionale pers is niet meer wat die was, nieuwe media hebben die rol niet of maar mondjesmaat overgenomen.

Dat deugt dus niet, en de vraag is wat daaraan te doen. Moet de overheid meefinancieren? Daar zit een probleem: de gemeentelijke overheid die zijn eigen journalistiek, hoe onafhankelijk ook bedoeld, (mede) financiert, laadt de verdenking op zich invloed op de inhoud daarvan uit te oefenen. Zo bezien zou het niet de gemeentelijke overheid moeten zijn, maar de rijksoverheid die hiervoor een budget ter beschikking stelt. De ideaal bestuurde gemeente moet de confrontatie met de onafhankelijke pers aangaan.

    • Job Cohen