Foto David Hury

‘Willen jullie nú ophouden over politiek?’

Interview De Libanese politieke dramafilm The Insult is een van de publieksfavorieten op het Rotterdams filmfestival. Regisseur Ziad Doueiri: „Ik verwacht enorme verontwaardiging.”

Na een week op kop, lijkt The Insult als publieksfavoriet op het filmfestival Rotterdam op de valreep te worden gepasseerd door de briljante Deens thriller The Guilty. Maar duidelijk is dat ook op het IFFR dit Libanese politieke drama van Ziad Doueiri indruk maakt.

Net als in Los Angeles: The Insult is een Oscarkandidaat. Of in Venetië, waar acteur Kamel El Basha in september de prijs voor best acteur won. Toen Doueiri vervolgens naar Beiroet reisde, werd de regisseur bij aankomst aangehouden en moest hij tijdelijk zijn paspoort inleveren. In Venetië, waar we hem spreken, ziet hij de bui al hangen. „Ik krijg signalen”, zegt hij. „Niet zozeer over The Insult, maar over mijn vorige film, The Attack.” Die film werd in 22 Arabische landen verboden, inclusief Libanon. De reden: Doueiri filmde in Israël.

Doueiri: „Israël, o mijn God! Een enorm taboe. Ik ben een verrader, een collaborateur”, zegt hij. „Israël geldt als het absolute kwaad.” Ook The Insult stampt op lange tenen, vermoedt Doueiri. „Ik verwacht enorme verontwaardiging omdat Libanese christenen in mijn film ook slachtoffers kunnen zijn. Dat ligt erg gevoelig bij Arabieren, die willen altijd een monopolie op het lijden.”

„Elk land heeft zijn taboes. Ik ben opgegroeid met de gedachte dat de christelijke falangisten allemaal fascistische monsters zijn, maar in The Insult toon ik een falangist die ook slachtoffer is. Groot probleem! Stel je een Amerikaanse film voor over een KKK-lid en slachtoffer.”

Wonden aan de oppervlakte

In The Insult draait de Palestijnse voorman Yasser vast in een escalerend conflict met christen Toni. De aanleiding is pietluttig: een illegale afwateringsbuis op Toni’s balkon. Maar op scheldpartijen – „had Ariël Sharon [destijds Israëlische minister van Defensie, red.] jullie allemaal maar uitgeroeid” – volgen klappen, daarna de rechtbank en straatrellen. De wonden van de Libanese burgeroorlog van 1975-1990 blijken vlak onder de oppervlakte te liggen.

„Vergelijk het met een kampvuurtje dat je dooft met zand”, zegt Doueiri. „Een flinke zucht wind en de sintels gloeien weer.” Al is hij niet bang voor een nieuwe ronde burgeroorlog. „Waarom denk je dat The Insult langs de censor komt? Wij zijn klaar met vechten. Twee miljoen Syrische vluchtelingen, IS dat erop los stookt, het land tot het bot verdeeld, iedereen haat elkaar, maar met oorlog zijn we klaar. Het is een fucking wonder.” Hoewel, zegt Doueiri een seconde later: „Het blijft het Midden-Oosten hè! Een kruitvat.”

Ik imiteer Amerikaanse films niet, dat is gewoon mijn school

Amerikaanse stijl

Ziad Doueiri lacht erbij: een provocateur die praat in uitroeptekens en zichzelf met het grootste gemak tegenspreekt. Hij filmt als een Amerikaan, en geen wonder: Doueiri studeerde aan de filmschool van Los Angeles en werkte als assistent-cameraman in Hollywood, ondermeer voor Quentin Tarantino in Pulp Fiction en Jackie Brown. Doueiri: „Ik imiteer Amerikaanse films niet, dat is gewoon mijn school. Was ik in 1982 naar Moskou gegaan, dan had ik contemplatieve Tarkovskifilms gemaakt.”

Moskou was indertijd een serieuze optie, want Douri stamt uit een links, activistisch Arabische familie die aan Palestijnse kant vocht. „Twee van mijn neefjes sneuvelden, mijn moeder heeft vermoedelijk christenen doodgeschoten. Ik ben een oorlogskind, op weg naar school moest ik langs checkpoint.” En nu? „Weet je, de co-scenarist van The Insult is mijn ex-vrouw, een christen. We zijn nu gescheiden, maar de families vierden gewoon samen de bruiloft.”

Na weer een vraag over de actuele situatie in Libanon veert Doueiri op. „Willen jullie nú ophouden over politiek? Dit is een menselijk drama over twee mannen, Yasser en Toni. Ze lijken op elkaar: beiden techneuten en perfectionisten, beiden denken ze dat alles uit Duitsland geweldig is en alles uit China rotzooi. Ze volgen dezelfde erecode. Toch verwijten ze elkaar al hun ellende.”

Een politiek drama dan toch? Pff. Doueiri maakt een wegwerpgebaar. „Als je zo opgroeit als ik borrelt de politiek altijd in je achterhoofd. The Insult begon met iets dat ik zelf meemaak. Ik gaf mijn planten op het balkon water en morste. Iemand op staat werd nat en schold me uit. Ik schold terug. Dat was alles. Je moet waarschijnlijk wel een Libanees zijn om te verzinnen dat van zoiets je land uiteen kan vallen.”