Recensie

Vingers aan de knop

Nucleaire geheimen

Behalve de Pentagon Papers ontvreemdde Daniel Ellsberg ook nucleaire informatie.

Daniel Ellsberg Foto Gabriel Olsen/Getty Images

Hij neemt de geheime documenten uit een kast op zijn kantoor, propt ze in zijn tas en wandelt ermee weg. Nog één aarzeling, bij de uitgang, en dan is het gebeurd. Eén man met gewetensbezwaren wijzigt de loop van de geschiedenis.

Zo begint de nieuwe Spielberg-film The Post over de publicatie van de Pentagon Papers, 7.000 pagina’s aan geheime documenten over de oorlog in Vietnam. De publicatie ervan in 1971 zou de rol van de media in de Verenigde Staten veranderen, bijdragen aan de val van president Nixon en het einde van de oorlog dichterbij brengen.

In The Post, deze week in Nederland in première, is de hoofdrol voor de uitgeefster van The Washington Post, Katharine Graham (Meryl Streep). De echte held heeft een bijrol. Matthew Rhys speelt een serieuze dertiger met donkere krullen: klokkenluider Daniel Ellsberg die de documenten heeft ontvreemd.

Wat deed Ellsberg eind jaren zestig eigenlijk in een kantoor met geheime defensie-documenten? Na Harvard was hij als speltheoreticus aan de slag gegaan bij een denktank van de luchtmacht. Hij was vooral geïnteresseerd in de vraag hoe je als beslisser moet omgaan met onzekerheid, met ambiguity. En als er één beslissing was die alle andere in de schaduw stelde, dan was het wel het besluit al dan niet op de rode knop te drukken.

Noodgeval

Ellsberg hield zich jaren bezig met de vraag wanneer, onder welke omstandigheden en met welke gevolgen de VS een kernwapen zouden kunnen of moeten gebruiken. En of een kernwapen ook zonder geautoriseerd bevel afgevuurd zou kunnen worden. Hij deed onderzoek naar de bevelstructuur, had toegang tot geheime documenten en interviewde plaatselijke commandanten, voornamelijk in Azië, over hun missie en hun specifieke instructies voor het ultieme noodgeval. In 1961 schreef hij de politieke instructies voor de militaire planning in geval van een nucleaire conflict, in 1962 adviseerde hij het Witte Huis tijdens de Cuba-crisis. Vorig jaar, inmiddels 86, balde hij zijn kennis samen in The Doomsday Machine.

Ellsberg was in 1959 een Koude-Oorlogdenker die de Sovjet-Unie zag als de incarnatie van het kwaad. Maar gaandeweg drong tot hem door dat de VS een levensgevaarlijke machinerie hadden geconstrueerd met een vernietigende kracht, zo groot, dat je de menselijke soort er niet mee kon vertrouwen.

Dus ontvreemdde hij in 1969 niet alleen geheimen over Vietnam, maar ook 8.000 pagina’s geheime informatie over de nucleaire planning, zo onthult hij op de eerste pagina’s. De Pentagon Papers hadden een broertje.

Ellsberg besloot eerst de Vietnamdocumenten te verspreiden. De nucleaire geheimen gaf hij aan zijn broer Harry. En die maakte ze zoek. Als lezer moet je dan even ademhalen. Klopt dit wel? Waarom heeft Ellsberg dit bijna vijftig jaar stil gehouden? En als er geen geheimen zijn, wat staat er dan in dat vierhonderd pagina’s dikke boek?

Decennialang heeft Ellsberg geprobeerd die zoekgemaakte geheimen te reconstrueren. Hij combineerde zijn aantekeningen, kennis, openbare bronnen en door verjaring vrijgegeven documenten om alsnog een hartstochtelijk en actueel pleidooi tegen kernwapens te schrijven.

Nucleaire dreiging was na het einde van Koude Oorlog en de daaropvolgende ontwapeningsrondes enigszins uit zicht geraakt. Maar vorig jaar was daar opeens weer een agressief Noord-Korea en dreigde een Amerikaanse president met hel en verdoemenis. Vorige week schoof de Doomsday Clock, een gimmick van bezorgde wetenschappers die het risico van een kernoorlog aangeeft, 30 seconden vóóruit tot 2,5 minuut voor twaalf.

Ellsberg neemt je mee op een adembenemende ontdekkingsreis langs de nucleaire planning van de jaren vijftig en zestig. In de kernwapenwereld is in die dagen veel mis. Zo oefenen piloten om zo snel mogelijk te vertrekken in geval van een Sovjet-aanval, maar stijgen nooit op – het is veel te gevaarlijk om met de eerste generatie atoombommen te vliegen.

In Zuid-Korea zijn de radioverbindingen zo onbetrouwbaar dat bases met atoomwapens dagelijks een paar uur onbereikbaar zijn – en dus kunnen piloten in geval van een afgebroken aanval niet worden teruggeroepen. Kernraketten in ondergrondse silo’s in de VS zijn eerst niet beveiligd, en als de Minuteman-raketten een cijferslot krijgen, wordt de code op 00000000 gezet, om te voorkomen dat een raket niet opstijgt omdat iemand een verkeerd cijfer intoetst.

Ook de bevelstructuur is onduidelijk. De regel dat te allen tijde twee mensen nodig zijn om een atoomwapen af te vuren, wordt in de praktijk met voeten getreden. Daarnaast blijkt de president niet als enige op de rode knop te kunnen drukken. De bevelhebbers in Azië gaan er van uit dat ze onder speciale omstandigheden zelf mogen beslissen of ze een raket afvuren of niet. Er zaten dus veel meer vingers aan de knop dan alleen die van de president. Bovendien, als er een keer bevel zou worden gegeven om kernwapens in te zetten zou daarmee een volstrekt rigide systeem in gang gezet worden dat Rusland én China automatisch van de kaart zou vegen.

De kans dat iemand per ongeluk of welbewust en met de beste bedoelingen een kernwapen afvuurt, concludeert Ellsberg, is onverantwoord. Zijn schets van de praktijk heeft deels vooral historische waarde. De wapensystemen zijn veranderd, communicatie-technologie is onherkenbaar verbeterd en procedures zijn ongetwijfeld aangepast. En het is jammer dat hij niet veel zegt over de actuele dreiging van Noord-Korea.

Maar de basisfilosofie van wederzijdse afschrikking bestaat nog steeds; de mensheid zit nog steeds opgescheept met een machine die de wereld kan vernietigen. Bovendien blijft het feilbare individu een belangrijke schakel in The Doomsday Machine. Zie Hawaiï, waar een militair in januari groot alarm gaf omdat hij meende dat de VS werden aangevallen met kernwapens.

Ellsberg droomt van een kernwapenvrije wereld, maar stelt vooral maatregelen voor die het moeilijker moeten maken om kernwapens te gebruiken en die de risico’s beperken. Intussen maakt hij zich zorgen over de mentale stabiliteit van de huidige opperbevelhebber.

Toch is Trump niet zijn grootste zorg. Gekte schuilt vaker in groepen en systemen, dan in individuen, stelt hij onder verwijzing naar Nietzsche. Met kernwapenarsenalen in verschillende landen is de mensheid een bedreiging voor zichzelf. De wereld was al gek vóór de komst van Trump.