‘Verbied buitenlandse giften aan politieke partijen’

Beïnvloeding

Anonieme financiering van partijen moet moeilijker worden, en het aantal leden moet belangrijker worden voor subsidie, volgens een advies. Minister Ollongren belooft actie.

Wat Kajsa Ollongren betreft wordt ook de positie van de burgemeester versterkt. Foto Remko de Waal/ANP

Politieke partijen mogen binnenkort geen schenkingen meer ontvangen van buitenlandse donateurs. Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) wil zo „ongewenste beïnvloeding van de Nederlandse democratie” voorkomen, meldt ze donderdag aan de Tweede Kamer.

De maatregel is haar aanbevolen in een gelijktijdig gepubliceerde evaluatie van de manier waarop politieke partijen gefinancierd worden. De Tweede Kamer vroeg eind 2016 in een motie al om een verbod op buitenlandse giften. Alle partijen behalve de PVV stemden daar toen voor.

De evaluatiecommissie, onder leiding van oud-ChristenUnie-politicus Kars Veling, wil ook de grens waaronder partijen anonieme giften kunnen ontvangen verlagen. Binnen de huidige Wet financiering politieke partijen, die in 2013 inging, moeten politieke partijen bekend maken wie hen per jaar meer dan 4.500 euro schenkt. Veling beveelt aan dit bedrag te verlagen naar 2.500 euro.

Leden boven zetels

Om transparantie verder te vergroten zou bij giften van rechtspersonen bovendien gemeld moeten worden wie de eigenaren of bestuurders achter zo’n juridische constructie zijn. Nu kunnen donaties via rechtspersonen alsnog anoniem blijven, bleek uit recent onderzoek van NRC.

De commissie stelt ook voor de subsidie van landelijke politieke partijen anders te structureren. „Vanwege het belang van sterke, in de samenleving verankerde politieke partijen” wil zij de subsidie per lid van een partij verhogen (van ruim 7 naar 12 euro per partijlid). Een partij als de SGP zou hiervan profiteren. Die is in zetelaantal (3) de elfde partij van Nederland, maar in ledenaantal de vierde (30.000).

Om die verhoging te compenseren zou de subsidie die een partij krijgt per Kamerzetel (nu bijna 51.000 euro) naar beneden moeten.

Partijen worden zo afhankelijker van het aantal leden dat ze aan zich weten te binden en minder kwetsbaar voor electorale fluctuaties. Bovendien wordt ledenwerving gestimuleerd. De regel dat een nieuwe partij pas voor subsidie in aanmerking komt nadat zetels in de Tweede of Eerste Kamer zijn verworven, moet wel worden gehandhaafd.

Het rapport bevat niet alleen slecht nieuws voor Geert Wilders, wiens partij op hem na geen leden heeft en relatief gulle buitenlandse sponsoren heeft. De commissie vindt dat de subsidieregeling „niet de plek is om organisatorische eisen aan de politieke partijen te stellen”.

De eis dat een partij minstens duizend leden moet hebben om voor subsidie in aanmerking te komen, zou moeten worden geschrapt. De PVV zou dan wel in aanmerking komen voor subsidie op basis van haar, op dit moment twintig, zetels in de Tweede Kamer.

Moederpartij

De evaluatie van de wet financiering politieke partijen, die een jaar geleden door het ministerie van Binnenlandse Zaken was besteld, wil ook de partijfinanciering op lokaal en provinciaal niveau veranderen.

Nu loopt de subsidie voor de lokale afdelingen van landelijke partijen via hun moederpartij, terwijl lokale partijen geholpen worden via de gemeenten. De commissie beveelt aan dat meer in lijn te brengen met het systeem voor partijen in de Tweede Kamer.

Lokale fracties van alle partijen zouden gesubsidieerd moeten worden op basis van hun zetelaantal en het aantal inwoners van hun gemeenten. Ook deze maatregel moet de landelijke partijen „meer financiële armslag” geven, schrijft Kars Veling. „In het huidige systeem lijkt de lokale politiek niet meer dan een bijproduct van de landelijke”, zei hij in een toelichting.

Deze maatregel zou een partij als het CDA, die in relatief veel gemeenten goed vertegenwoordigd is, ten goede komen. Lokale afdelingen zouden dan wel aan dezelfde transparantieregels moeten voldoen als landelijke partijen.

Ook stichtingen ter ondersteuning van de Tweede Kamerfracties of ten behoeve van individuele Kamerleden moeten controleerbaar worden, aldus de commissie.

Of minister Ollongren ook die aanbevelingen overneemt, vertelt zij de Tweede Kamer na de zomer. Ook is pas dan een uitgewerkte wetswijziging die buitenlandse financiers blokkeert te verwachten.

In het regeerakkoord sprak het kabinet de ambitie uit „beïnvloeding vanuit onvrije landen”, onder andere via financiering van politieke partijen, tegen te gaan. Volgens Veling zou een selectief verbod echter niet werken, zei hij. „Je begeeft je op glibberig terrein als je onderscheid tussen landen wil maken. Er is geen onomstreden lijstje van onvrije landen te maken.” De verwachting is daarom dat het kabinet een totaalverbod voor buitenlandse giften zal uitwerken. Veling bepleit wel een uitzondering voor Nederlandse kiesgerechtigen die in het buitenland wonen.