Foto Khalid Amakran

‘Van mijn moeder krijg ik alle vrijheid’

In de rubriek Jong! vertellen pubers over zichzelf, de wereld en elkaar. Deze week: Gabriel Bartali (15).

‘Toen ik zes of zeven was, kreeg ik een oud skateboard van mijn buurman. Ging ik voor de deur een beetje ollies oefenen met mijn moeder. Zij hield mij vast en ik sprong. Dan is het: gaat je achterwiel omhoog. Jawel, dat ging omhoog. Toen wilde ik verder, allerlei tricks leren. Een soort verslaving. Vrienden van mij zijn daardoor ook gaan skaten. In de zomer ga ik elke dag skaten met vrienden.

„Door het skaten leer je weer meer mensen kennen. Je bent allemaal een beetje hetzelfde. Vorig jaar zijn we zonder ouders met het vliegtuig naar een skatetoernooi in München geweest. We willen ook graag een keer naar Barcelona. Een vriend van mij heeft daar een huis. Hij is nu ziek, hij heeft kanker. Hij skate niet meer mee, maar gaat wel naar feestjes. Dan brengen we hem wat eerder naar huis.”

Napoli en Siena

„Mijn opa is Italiaans, mijn oma Nederlands. Mijn opa heeft altijd Italiaans tegen mij gepraat, ik kan het verstaan. Ik ben een keer of vijf in Italië geweest, we hebben familie in Napoli en in Siena. Ik ben de laatste in de familie die de naam Bartali kan doorgeven. Dat zou mijn opa wel leuk vinden.

„Toen ik dertien was, wilde ik graag werken en ben ik naar de Plus gegaan. Ik mocht spiegelen, drie uur per dag in het weekend. Dat is dingen naar voren halen zodat de klant erbij kan. Het was wel eentonig. Na anderhalf jaar ben ik gestopt. Ik werk nu af en toe bij festivals en in de skatewinkel waar ik een snuffelstage heb gedaan.”

Foto’s Khalid Amakran

Woonboot

„Van mijn moeder krijg ik alle vrijheid, ik moet alleen doordeweeks om tien uur thuis zijn. En ik mag geen alcohol drinken. Het is wel een keer voorgekomen. Ik denk dat iedereen van deze leeftijd het wel een keer probeert. Mijn moeder is er niet boos om geworden. Ik zie wel mensen die te veel blowen. Ik heb ook weleens geblowd. Maar ik heb er nooit geld aan uitgegeven. Ik doe het nu niet meer, totaal geen behoefte aan.

„We wonen op tweehoog in een appartement. Hiervoor woonden we op een woonboot. Daar voelde ik me toch wel vrijer. De buurt waar we nu wonen is een beetje doods in de avond. Om zes uur zijn alle winkels dicht, behalve Domino’s. Ik hou meer van de stad.”