Opinie

    • Ellen Deckwitz

Stiltelezers

In het kader van de Poëzieweek reisde ik afgelopen week door het land, van theaters tot scholen, van boekhandels tot bibliotheken, om jong en oud te enthousiasmeren voor de dichtkunst. Het is zwaar (elke dag drie optredens in verschillende steden) maar leerzaam: door het contact met diverse lezers ga je opnieuw stilstaan bij het belang van de letteren. Zo was ik gisteren in een schitterende boekhandel waar op een gegeven moment de enige man in de zaal vroeg waarom er bij literaire avonden doorgaans alleen vrouwelijke bezoekers zijn. Een dame antwoordde meteen dat het komt omdat vrouwen zich makkelijker in een personage kunnen inleven, en lezen daarom bevredigender is voor dames. Of dat zo is weet ik niet (ik ken zoveel empathische mannen) maar uit onderzoek blijkt wel dat vrouwen langer achter elkaar kunnen stilzitten, en zich beter kunnen concentreren op een tekst.

Na afloop van de voordracht nam een van de vrouwelijke bezoekers me apart.

„Vrouwen pakken er eerder een boek bij”, zei ze zacht, „omdat zij een fantasiewereld nodig hebben. De wereld is gemakkelijker voor een man dan voor een vrouw. Dames vluchten dan eerder in verhalen of gedichten, om even niet stil te hoeven staan bij seksisme op de werkvloer, het glazen plafond of de bemoeizucht met het vrouwelijk lichaam.” Hierna legde ze haar vinger over haar lippen, alsof ze me een geheim had verteld dat ik voor me moest houden. Ze verdween en ik bleef achter in de lege zaal.

Ik wist niet wat ik van dit alles moest vinden en lag er vannacht een beetje over te piekeren. Ik denk dat de wereld voor niemand gemakkelijk is: zowel mannen als vrouwen zoeken vergetelheid in verhalen, series of drank. Maar het is een feit dat meer vrouwen dan mannen lezen. Had mijn fluisterende bezoekster dan toch een punt? Op een zeker moment realiseerde ik me dat niet zozeer de verklaring van de vrouw me dwarszat, maar de manier waarop ze me terzijde had genomen. Ze had gewacht tot iedereen de zaal uit was, en fluisterde vervolgens alsnog, alsof ze bang was afgeluisterd te worden.

En toen pas besefte ik dat ze niet over alle vrouwen ter wereld sprak, maar over zichzelf. Iemand die alleen heel zachtjes durfde te zeggen wat ze dacht. Wat, dacht ik, moet haar zijn overkomen om zo bang te zijn? Het werd me koud om het hart. Literatuur is voor iedereen een plek om het denken te scherpen, om troost te vinden via verwoording. Maar voor haar leek het boek geen vrijplaats maar een kluis van kaften, waarin ze zich verborg voor een wereld waarin ze zich niet meer thuis voelde.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz