Column

Stalin verdraagt geen Britse kleuterhumor

Een vrijmoedige film over Stalins dood mag niet in de Russische bioscopen draaien. Die censuur zegt veel over Ruslands schaamtecultuur, stelt

Fragment uit The Death of Stalin. Foto Nicola Dove

Lachen om een massamoordenaar en zijn trawanten? Volgens de makers van The Death of Stalin kan dat heel goed. In deze Britse film wordt de draak gestoken met de entourage van de Sovjetleider rond zijn dood, in maart 1953. In die verwarrende lente vol hysterische rouw én angst waren zijn naaste handlangers het spoor bijster, maar tegelijkertijd bezig met hun eigen onderlinge machtsstrijd. Het is de bedoeling dat er om deze mannen – politiechef Beria, premier Malenkov, hoofdstedelijk partijleider Chroesjtsjov, maarschalk Zjoekov en vier anderen – wordt gelachen.

Het ministerie van Cultuur vindt satire over Stalin echter uit den boze. Het departement heeft daarom verhinderd dat The Death of Stalin in Moskou in circulatie zou komen. Volgens de censors kleineert de film de „waardigheid van de burgers, die het fascisme hebben overwonnen” en neigt die zelfs naar „extremisme”.

Dat is te veel eer. Door de typetjes en clichéhumor komt het scenario amper verder dan Britse slapstick. Het feitelijke verbod van de film is niet veel meer dan infantiliteit in het kwadraat: een kinderachtige sanctie tegen een kinderachtige film.

Maar daar is het laatste woord niet mee gezegd. De vraag is waarom The Death of Stalin zoveel weerzin oproept bij de autoriteiten in Moskou.

Het politieke antwoord is simpel. De Tweede Wereldoorlog is in het Rusland het altaar der geschiedschrijving. De ‘Grote Vaderlandse Oorlog’ is geen ‘discussie zonder einde’, maar een hermetisch verhaal. Wie zich waagt aan Stalin en Zjoekov, de mannen die Hitler op de knieën kregen, maakt zich gauw schuldig aan blasfemie.

De historiografische verklaring is complexer. De opwinding over The Death of Stalin illustreert dat het stalinisme een kwart eeuw na de ondergang van het Sovjetrijk geen geschiedenis is. Rusland is er nog niet aan toe om de zuiveringen, waarmee Stalin vlak voor de oorlog het officierskorps van het Rode Leger zo goed als onthoofdde, onder ogen te zien. Toen twee journalisten deze week op de radio debatteerden over de „ziekte” van het stalinisme en een van hen de miljoenen slachtoffers van Stalin memoreerde, mondde het gesprek na schreeuwen en schelden uit in een knokpartij in de studio.

Is het slechts een kwestie van tijd voordat sprake zal zijn van ‘geschiedverwerking’, zoals het in Duitsland tien jaar na Hitler ging heten? Nee. De autoritaire politieke cultuur in Rusland is een hoofdoorzaak. Autoritaire regimes dulden geen vrije geschiedschrijving. Zij hebben juist behoefte aan een onwrikbare canon. Duitsland had na 1945 geen andere keus dan democratisering. De Historikerstreit was een mooie bijvangst. Een volwassen historische cultuur en de burgerlijke cultuur horen bij elkaar, aldus de Duitse historicus Karl Schlögel.

Die autoritaire grondtoon in Rusland heeft ook invloed op de publieke moraal. Een leiderscultus bevrijdt burgers van hun verantwoordelijkheid. Onderdanen kunnen immers geen schuld dragen. Deze ontkenning van het individuele maatschappelijke bewustzijn wordt versterkt als die samenleving ook nog eens wordt gekenmerkt door een zogeheten ‘schaamtecultuur’ in plaats van ‘schuldcultuur’.

De Russisch historicus Igor Torbakov, verbonden aan de universiteit van Uppsala, zei het deze week zo: in het beschaamde Rusland moeten „alle familielijken zorgvuldig in de kast opgeborgen blijven”. Vrijmoedige films over Stalin, zelfs als die zo leutig zijn als The Death of Stalin, zijn een gevaar voor de huidige bazen van Rusland.