‘Polen ontkent zijn verleden’

Tweede Wereldoorlog

Historici zijn bezorgd over een wet die de Poolse rol in de Jodenvervolging verdoezelt. „Polen weigert in het reine te komen met haar verleden.”

Archieffoto uit 1945, genomen door een fotograaf van de Sovjets, van een groep kinderen in vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Onder hen de tienjarige Martha Weiss. AP

‘Ik denk met angst aan mijn collega’s in Polen”, zegt Jan Grabowski. De Poolse hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Ottawa in Canada is geboren in Warschau, is zoon van een Holocaust-overlever en auteur van een boek over de betrokkenheid van Polen bij de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Het boek werd bekroond door Yad Vashem, het Israëlische onderzoekscentrum voor de Jodenvervolging.

De controversiële wet die de Poolse senaat donderdag goedkeurde, zal zijn werk en dat van andere historici bemoeilijken, vreest Grabowski. De wet voorziet in boetes en een maximumstraf van drie jaar gevangenis voor wie „publiekelijk en tegen de feiten in, verantwoordelijkheid of medeverantwoordelijkheid voor nazi-misdaden begaan door het Derde Rijk, toeschrijft aan de Poolse natie of de Poolse staat”.

Grabowski deed bronnenonderzoek naar het aantal Joden dat omkwam buiten de kampen, door toedoen van Poolse burgers en gezagsdragers. Volgens zijn schattingen ontsnapten 250.000 Joden in Polen aan deportatie naar nazi-kampen, vluchtelingen die hulp zochten bij de lokale bevolking. Minder dan 50.000 van hen overleefden na hun vlucht.

Op basis van joodse, Poolse en Duitse bronnen probeerde Grabowski te achterhalen hoe de 200.000 overige vluchtelingen om het leven kwamen. Zijn conclusie: vaak werden ze het slachtoffer van Polen die hen afpersten, verraadden of vermoorden.

Grabowski’s bevindingen vielen in slechte aarde. Hij ontving doodsbedreigingen. Een Poolse ngo eiste per brief zijn ontslag bij de universiteit van Ottawa.

Tegen de feiten in

Volgens de Poolse regering hoeft Grabowski echter niet bang te zijn dat hij straks zijn werk niet meer kan doen. De wet sluit academisch onderzoek uit van vervolging. En alleen wie tegen de ‘feiten’ ingaat, is strafbaar.

Echter, de beoordeling van deze feiten en het besluit om mensen aan te klagen liggen onder andere bij het Poolse Instituut voor Nationale Herinnering (IPN). Dat is een staatsorgaan waarmee Grabowski in het verleden intellectuele vetes heeft uitgevochten. IPN-onderzoekers leggen de nadruk op de „individuele dimensie” van de Poolse misdaden tegen Joden en de onschuld van de Poolse autoriteiten. Wat ze daaronder verstaan, blijft echter vaag.

Archieffoto uit 1945, genomen door een fotograaf van de Sovjets, van een groep kinderen in vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Onder hen de tienjarige Martha Weiss. AP

Grabowski: „Het IPN is geen wetenschappelijke instelling, maar een instrument waarmee de staat zijn doelen in het domein van de geschiedenis promoot.” De Poolse regering wil volgens Grabowski een „nationale mythe” uitdragen, waarin Polen overwegend slachtoffers waren of helden, die zich manhaftig verzetten tegen de Holocaust. Hij maakt zich dan ook grote zorgen over de gevolgen van de nieuwe wet.

„Als ik een boek publiceer, praat ik met de pers of schrijf ik een niet-academisch stuk voor de opiniepagina’s. Word ik dan aangeklaagd? Stel je voor dat je een Pools geschiedenisstudent bent die nadenkt over een proefschrift. Of erger nog, een geschiedenisleraar op de middelbare school, die geen bescherming geniet onder de nieuwe wet. In hun plaats zou ik vijftien keer nadenken voor ik aandacht besteed aan Jodenvervolging.”

Het IPN richt zijn pijlen vooral op de term ‘Poolse concentratiekampen’. Het instituut hamert erop „dat de enige verantwoordelijkheid voor de ‘fabrieken des doods’ bij Duitsland ligt”. Maar de Poolse fixatie op het gebruik van die term door buitenlanders is volgens Grabowski „een onbelangrijke kwestie die door de regering aangegrepen wordt om deze wet te verkopen”.

Enkele belangrijke vernietigingskampen in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Studio NRC

Hoe zit het met de 6.700 Polen die door Yad Vashem omschreven worden als de ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’? Die eretitel wordt verleend aan niet-Joden die onbaatzuchtig hun leven hebben gewaagd om Joden te redden – waarvoor de in het door de nazi’s bezette Polen de doodstraf gold.

Grabowski: „Die Rechtvaardigen worden ingezet als excuus: alsof dit de betrokkenheid van Polen bij Jodenvervolging uitwist. Zij vormden een minderheid. De jacht op de Joden was een Duitse creatie, maar was afhankelijk van de medewerking van lokale gezagsdragers en inwoners.” Hij wijst op de Poolse ‘blauwe politie’, Poolse politie-eenheden onder Duits gezag. „Dat was een buitengewoon getalenteerde club Joden-moordenaars, die vaak handelde zonder medeweten van de Duitsers. Er zijn veel gevallen van Polen die joodse buren of vluchtelingen verraadden bij de blauwe politie.”

De wet zal de internationale reputatie van Polen geen goed doen, denkt Grabowski. „Deze wet is voor binnenlandse consumptie: de onderliggende boodschap vindt weerklank bij een grote meerderheid van de bevolking. De gemiddelde Pool ziet Auschwitz [waar 90 procent van de slachtoffers Joods was, red.] nog steeds vooral als symbool van het Poolse lijden. De samenleving weigert in het reine te komen met haar verleden. En deze wet is een wanhopige poging om debat te vermijden in een domein waar dat hard nodig is.”

    • Roeland Termote