Parijs loopt gevaar, maar tot een deltaplan komt het maar niet

Overstromingen

Even buiten Parijs staan al honderden huizen onder water, maar de reactie is laconiek. Hulp komt altijd snel en de verzekering betaalt netjes.

Overstromingen Villeneuve-Saint-Georges, ten zuiden van Parijs Foto Thomas Samson/AFP

Is na de grote overstroming van juni 2016 alles net weer een beetje op orde, loopt het water van de Seine opnieuw door de huiskamer. De 65-jarige José dos Santos had in september de bij de vorige waterschade afgeschreven keuken vervangen, vertelt hij. Nu kan hij opnieuw beginnen. „Om moedeloos van te worden”, zucht hij. Vijfentwintig jaar woont hij hier pal aan het water in Villeneuve-le-Roi, ten zuiden van Parijs. Tot 2016 had hij nooit een overstroming meegemaakt.

Na extreme regenval bereikte de Seine maandag in Parijs zijn hoogste punt: 5,84 meter, net iets lager dan in 2016. De schade in de Franse hoofdstad bleef beperkt tot een paar ondergelopen garages. Maar buiten Parijs kregen meer mensen natte voeten. Honderden huizen staan nog onder water en zijn afgesloten van elektriciteit en gas. Het duurt nog wel een week voordat het peil weer normaal is en de bewoners kunnen gaan poetsen. Ondertussen maakt Normandië zich op voor het stijgende water in de benedenloop.

Gelatenheid

Wateroverlast mag in Villeneuve-le-Roi relatief zeldzaam zijn, overstromingen zijn in Frankrijk bepaald niet uitzonderlijk. Ieder jaar is er wel een rivier die ver buiten zijn oevers treedt, vooral in het noorden en het centrum. In het zuiden van het land worden bewoners regelmatig verrast door water uit zee. Toch heerst een vreemd soort gelatenheid. Een Frans ‘deltaplan’ lijkt ver weg.

Problemen door hoog water in de Seine blijven in Parijs voorlopig beperkt.

Foto Ludovic Marin/AFP

Watersnood is wegens de vele grotere en kleinere rivieren en de huizenbouw rondom het water „het grootste natuurrisico waaraan Frankrijk is blootgesteld”, waarschuwde het kenniscentrum Cepri vorige week maar weer eens. „Maar het grote verschil met Nederland of bijvoorbeeld de Verenigde Staten is dat we in Frankrijk nooit overstromingen met honderden of duizenden doden hebben gehad”, zegt Magali Reghezza, water- en rampenspecialist bij de École Normale Supérieure. „Bij verschillende overstromingen vielen in Frankrijk sinds de jaren vijftig gemiddeld zo’n 25 doden per jaar en die waren vaak het gevolg van onvoorzichtigheid.”

Zoals de negen mensen die in 2015 in de buurt van Nice omkwamen toen ze met snel stijgend water hun auto’s uit ondergrondse parkeergarages wilden rijden. „Dat soort incidenten vergeten we snel. Dat in 2010 in de [zuidelijke] Var veertig mensen omkwamen, weet ook al bijna niemand meer.” De urgentie, zegt ze, ontbreekt omdat Frankrijk een zeer geolied systeem van hulpverlening en burgerbescherming heeft én omdat verzekeraars schade altijd vergoeden.

De plekken zijn bekend: 46 procent van alle schade-uitkeringen na overstroming betreft volgens Franse verzekeraars vijf van de 96 Franse departementen: drie in het zuiden (de Var, Alpes-Maritimes en de Hérault) en twee in het noorden van het land (Seine-et-Marne en de Loiret). Er zijn rampenplannen en op zo’n honderd kilometer voor Parijs liggen enkele (nu verzadigde) overloopreservoirs voor de Seine, de Marne en de Yonne. Maar dat is allemaal niet genoeg, vindt Reghezza.

Riskante zones

Probleem is dat jarenlang gebouwd is in zogenoemde „zones inondables” (overstroombare gebieden). Een op de vier Fransen, zo’n 17 miljoen mensen, woont op een plek waar overstromingen mogelijk zijn. De helft van alle gemeentes ligt in zo’n gebied. „Na de oorlog werd een vrijstaand huis het ideaalbeeld. Burgemeesters knepen een oogje toe toen hele nieuwe wijken in overstroombare gebieden gebouwd werden.”

Dat gebeurt nog steeds, hoewel nu striktere regels gelden. „Omdat sommige gemeentes voor 80 procent in overstroombaar gebied liggen, moeten ze voor uitbreiding soms wel in die gebieden bouwen”, zegt Reghezza. Op de kwetsbaarste plekken kunnen huiseigenaars nu met financiële compensatie onteigend worden. Makelaars en notarissen moeten bij de verkoop van een huis zeggen of het in zo’n riskante zone ligt.

Foto Yoan Valat/EPA
Fptp Thibault Camus/AP
Foto Lionel Bonaventure/AFP

Maar omdat zo veel mensen al in die gebieden wonen en niet weg kunnen, mogen verzekeraars hen niet weigeren. Sinds 1982 zijn alle aanbieders verplicht een solidariteitspremie te heffen voor natuurrampen. Zodra de regering een overstroming uitroept tot catastrophe naturelle, zijn verzekeraars voor claims in die gebieden gedekt door de nationale herverzekeraar CCR. In principe wordt iedereen zo snel schadeloos gesteld. Na de wateroverlast in juni 2016 keerden de verzekeraars liefst 1,6 miljard euro uit.

„De verzekering betaalt wel weer”, zegt ook Dos Santos, met een bittere glimlach op zijn gezicht. Aan het begin van zijn ondergelopen straat houdt hij op verzoek van een buurvrouw de wacht om te voorkomen dat inbrekers haar huis leeg halen. Zij kan met lieslaarzen en een keukentrapje via het raam haar huis nog bereiken, Dos Santos logeert bij zijn zoon en vertrouwt op zijn alarmsysteem. „Onze huizen staan onder water zodat Parijs gespaard wordt”, vermoedt hij, zoals zo veel mensen hier.

Dat is niet helemaal waar, zegt Reghezza. Maar ze hoopt dat de twee opeenvolgende overstromingen wel tot meer besef leiden over het gevaar dat Parijs loopt. In 1910 kwam het waterpeil in de stad tot 8,62 meter. „Als dat nu gebeurt hebben we te maken met een catastrofe die heel Europa treft.” Parijs, maar bijvoorbeeld ook zakenwijk La Défense, zou weken zonder elektriciteit zitten. Dat kan volgens de Oeso tot 30 miljard euro schade leiden. „Maar een prioriteit lijkt het maar niet te worden.”