Leer je kind alle woorden die je kent

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken.

De Watersnoodramp van 1953 is de grootste natuurramp in de Nederlandse naoorlogse geschiedenis en kostte aan meer dan 1800 mensen het leven. Historicus Willem van der Ham sprak met vijftien ooggetuigen die het water overleefden. Een andere bron voor Ooggetuigen van de watersnood 1953 zijn ‘stormvloedverslagen’ van andere ooggetuigen, onder wie de burgemeester van Battenoord, die zeer precies verslag deed van de nachtelijke dijkdoorbraken, lokale reddingsacties en de onmacht van bestuurders op het zwaar getroffen eiland Goeree-Overflakkee.

Willem van der Ham: Ooggetuigen van de watersnood 1953. Boom, 272 blz. € 24,90

De gedichten van de Russische schrijver Dmitri Danilov lezen als lange verhalen. Een indrukwekkend requiem bijvoorbeeld voor zijn vriend Tolik beslaat vier pagina’s waarin Danilov uitlegt hoe je opnieuw een leeftijd toekent aan een overledene: Tolik is nu een jaar/ Tolik is één/ Dat is een beetje raar/ Daarna wordt hij twee/ En drie/ Een soort terugtellen. En dat zijn dan de enigszins simpele eerste regels van een staccato verlopend verhaal over de herinneringen aan deze zieke vriend. In Het saaie, het gewone, een door de dichter samengestelde bloemlezing, staan ook filosofische lofzangen op Moskou en New York – de overeenkomsten, de verschillen. Alle verhalen, gedichten dus, zijn doordrongen van grijsheid, duisternis maar dat kunnen ze hebben omdat Danilov ook bereid is liefde en schoonheid te benoemen.

Dmitri Danilov: Het saaie, het gewone. Vertaald uit het Russisch door Arie van der Ent. Douane, 176 blz. € 19,50

‘Een vacht is een huis zonder muren’, zo noemt dichter en wetenschapper Hanneke van Eijken een deel van haar gedichten in de bundel Kozijnen van krijt. Een vacht als metafoor voor bescherming – in het gedicht ‘Parijs’ lees je dan:

ik heb geen antwoorden, zoon
op de wereld die soms pijn heeft, op blauwe plekken
en geweld, maar ik zal je alle woorden leren
die ik ken
dat is geen antwoord, maar een stelling om achter te schuilen
een deken om ons heen

Kinderen leren om zich met woorden te wapenen tegen de wereld om hen heen is liefdevol en oprecht verwoord en zo lezen ook de gedichten over buiten zijn en buiten spelen – daar is het leven nog zorgeloos, gelukkig zelfs. Dat geluk wordt ingehaald door gedichten als ‘Spatieruis’ – dat via een omweg teruggaat naar het testament van Shakespeare: ‘I give unto my wife my second best bed with the furniture.’ Bij Van Eijken wordt dat: Ik waak in het bijna beste bed/ kleiner en lichter dan het beste bed/ de lattenbodem is een versleten ribbenkast/ die kraakt, het tikken/ van een oude schrijfmachine in zijn borst, en eindigt als volgt: de spatieruimte in deze kamer/ maakt dit nest zo kil/ als de kist in mijn kop.

Hanneke van Eijken: Kozijnen van krijt. Prometheus, 60 blz. € 19,99

De laatste zin van de nieuwe dichtbundel Hosanna dagen van schrijver en performer Bart Chabot luidt: waarom was dit me niet veel eerder overkomen? Het gaat over ‘de grote kalmte’ die in hem is neergedaald. In veel gedichten speelt die nieuwe kalmte een rol – hallucinerend wandelt en maakt hij sprongen op de maan of bereikt hij een vers gedolven graf: Ik wierp mijn koffer in de kuil,/ liet me zakken/ en een paar tellen later was ik in mijn jeugd. In andere gedichten is Chabot weer op aarde (‘het was een kleine stap, een sprongetje’) en volgen we hem naar Marrakech of in Amsterdam.

Bart Chabot: Hosanna dagen. De Bezige Bij, 112 blz. € 17,99

Vandaag, 2 februari 2018, zou Hella Haase honderd jaar zijn geworden. Gisteren is in de Nieuwe Kerk in Amsterdam een gedenksteen voor haar onthuld. Ook verscheen de vijfde herdruk van het in 1982 voor het eerst verschenen Ogenblikken in Valois waarin Haasse de geschiedenis, de natuur (rivieren, ruïnes en Engelse tuinen) en de sfeer van het Noord-Franse departement Val-d’Oise beschrijft. Zij was met haar echtgenoot Jan van Lelyveld naar Saint-Witz verhuisd om samen te genieten van een Franse troisième âge en om dichter bij Parijs te zijn. Prachtige indrukken en ‘ware geschiedenissen’ over de kathedraal in Senlis, de roze diamant in Chantilly en het keizelijk paleis in (de bossen van) Compiègne. In 1996 maakte socioloog Jan Godschalk een reis door het gebied in de sporen van de schrijfster.

Hella Haasse: Ogenblikken in Valois. Querido, 176 blz. € 12,50

Louter gebaseerd op haar eigen herinneringen schreef Yvonne Keuls een boek over haar vriendschap met diezelfde Hella Haasse. Beiden werden in Jakarta geboren en deelden een verleden in Nederlands-Indië. In Zoals ik jou ken, ken jij mij wordt Haasse in het begin aanbeden door de veertien jaar jongere Keuls en als haar grote voorbeeld gezien. Later, als ook Keuls bekendheid verwerft door haar televisie-bewerkingen van Couperus en Vestdijk, valt tussen de regels door enige concurrentie of jaloezie te bespeuren – al blijven de vrouwen hun maandagochtendwandeling langs het strand maken. Keuls schrijft in het voorwoord dat zij de dialogen zelf heeft ingekleurd. Sommige fragmenten in het boek verschenen eerder in ander werk van Keuls.

Yvonne Keuls: Zoals ik jou ken, ken jij mij. Ambo Anthos, 268 blz. € 17,99