Keniase activist Kimaiyo durft niet meer naar het Embobutwoud

Elias Kimaiyo, deze week uitgeroepen tot ‘Mensenrechtenactivist van het Jaar’, wordt gezocht. Want aanwezigheid in het woud bestempelt de overheid als een misdaad.

Elias Kimaiyo Foto Koert Lindijer

Elias Kimaiyo is op de terugreis naar zijn afgelegen dorp in het Embobutwoud in de Cherangani-heuvels, in het noordwesten van Kenia. Hij heeft het intussen verlepte bosje bloemen nog bij zich dat hij de vorige dag kreeg in de ambtswoning van de Nederlandse ambassadeur in Nairobi. Daar werd hij deze week namens Keniase mensenrechtenorganisaties en internationale donoren gehuldigd als ‘Mensenrechtenactivist van het Jaar’. Met gevaar voor eigen leven komt Kimaiyo op voor het overleven van zijn volk, de Sengwer, in het Embobutwoud.

Maar halverwege zijn terugreis, in de stad Eldoret, komt er een telefoontje van zijn vrouw Janet. Ze belt om hem te waarschuwen. Ze vertelt dat boswachters in zijn woongebied het vuur hebben geopend. Kimaiyo reageert geschrokken. „Ik durf niet meer met u mee”, zegt hij. „De regering zoekt me, het wordt te gevaarlijk om verder te gaan”.

Het volk van de Sengwer in het Embobutwoud, een van de laatste stammen van jagers-verzamelaars in Oost-Afrika, telt circa 30.000 zielen. „Daar waren de geesten van onze voorvaders rond. God en de Sengwer hebben altijd op dit bos gepast, wij zijn de beste natuurbeschermers”, zegt Kimaiyo.

Grof geweld

Die woorden zijn niet besteed aan de autoriteiten, die over het beheer van de bossen in Kenia gaan. Medewerkers van het departement voor bosbouw verdreven de afgelopen weken tientallen Sengwer uit hun woonomgeving. Ze gebruikten daarbij naar verluidt grof geweld. Een activist werd gedood. Tientallen huizen werden in brand gestoken.

De Europese Unie reageerde op het geweld door haar bijdrage (31 miljoen euro) aan een aantal beschermde waterwingebieden op te schorten.

Ik rijd verder zonder Elias Kimaiyo. Eerst door heuvels waar boeren bezit hebben genomen van de hellingen en de grond bewerken met hun spades. Daarna hoger naar de laatste plukjes oorspronkelijk woud. Sierlijke zwart-witte franjeapen slingeren tussen eeuwenoude bomen boven stroompjes met kraakhelder water.

Rivieren bijna drooggevallen

De bossen in de Cherangani-heuvels vormen een van de belangrijkste waterwingebieden van Kenia. Vanaf hier stroomt water naar onder meer het Turkanameer. En al het drinkwater voor Eldoret komt hier vandaan.

Maar de rivieren vielen de afgelopen jaren bijna droog door de rappe vernietiging van de wouden. Kenia verloor in honderd jaar meer dan 90 procent van zijn bosbedekking. Het dreigt nu op te drogen.

Op open plekken grazen koeien en schapen, mannen rusten in het zachte gras. Onder de bosrand bouwden illegale landbezetters hun huizen. Onder bescherming van de duisternis slapen ze in de bossen en gaan er overdag weer uit, een voortdurend kat-en-muisspel met de boswachters. In de weide staat het houten huis van Elias Kimaiyo en zijn vrouw Janet. „Elias leerde ik kennen in het bos”, vertelt ze. „Wat zou het mooi zijn als we zijn prijs samen konden vieren in het woud.”

Misdaad

Aanwezigheid in het woud bestempelt de overheid als een misdaad. Toch leefden de Sengwer er eeuwenlang als jagers en verzamelaars, ze kenden alle bomen op hun duimpje en de medicinale waarde van wortels en planten. Nu ogen de Cherangani-heuvels als een kaal hoofd met enkele plukjes haar. Er is weinig over van het woud. Eerst rooiden indringers van andere stammen de bomen om akkers aan te leggen en hun vee te laten grazen. Sommige Sengwer volgden dit voorbeeld. Maar akkerbouw en veeteelt zijn niet goed voor een woud, en dat roept de vraag op of traditionele landrechten en milieubescherming samengaan.

Elias was zeven toen boswachters in lange jassen en met kaplaarzen in de jaren 90 zijn ouderlijke huis in brand staken.

‘Ja’, zeggen de Sengwer en veel Keniaanse mensenrechtenactivisten. In en rond het Embobutwoud is echter alle enkele decennia sprake van confrontaties en gewelddadige ontruimingen.

„Elias was zeven toen boswachters in lange jassen en met kaplaarzen in de jaren 90 zijn ouderlijke huis in brand staken. Zijn vader voerde ze in handboeien af ”, vertelt Janet. „Uit die ervaring komt zijn activisme voort.”

‘We willen terug. Basta’

Sinds twintig jaar geleden buitenlandse donoren gingen meebetalen aan bescherming van waterwingebieden in Kenia, werden de belangen groter. De boswachters gingen er stringenter op toezien dat niemand in de bossen woont. Schending van mensenrechten en milieu kwamen zo met elkaar in conflict.

„Compensatie voor ons verloren land is onvoldoende”, zegt John Torotich, een neef van Elias Kimaiyo. „De regering wilde ons twee jaar geleden genoegdoening geven door ons geld aan te bieden en land elders, maar die schuldvereffening leidde tot corruptie. We willen terug naar het woud. Basta.”

Koeienstront

Hij wijst op een gevelde boom aan de rand van het bos. „Kijk, dat heeft een Sengwer niet gedaan, zo doen wij dat niet. Wij gebruiken alleen de bast, smeren dan koeienstront op de boom, die vervolgens blijft leven.”

Het ontblote landschap doet vermoeden dat alleen nog een drastische ingreep het bos kan redden. Terug in Eldoret erkent Elias dat ook zijn stamleden het woud hebben aangetast. „Toen we zagen dat andere stammen er landbouw gingen bedrijven, deden wij hetzelfde. Dat is fout. Laat alleen ons in het woud wonen, en binnen vijf jaar zult u zien hoe dicht het bos weer is.”

Elias Kimaiyo kijkt nerveus om zich heen. De Keniase Milieuminister noemde de Sengwer-activisten vorige week „criminelen”.

Kimaiyo wil weten of boswachters me naar Eldoret hebben achtervolgd. „Ik hoop dat ze niet weten waar ik ben. Die huldiging was prachtig maar zoals de zaak nu is kan ik niet meer naar huis. Ik ga ondergronds en heb mijn telefoon uitgezet. De geheime dienst is naar me op zoek en wil me uitschakelen. Ik leef in een soort oorlogssituatie.”