Kamer valt massaal over Zijlstra om Turkse inval

Buitenlandse Zaken

Ook drie van de vier regeringspartijen uitten stevige kritiek op de VVD-minister.

Familie van een Koerdische herder rouwt in Afrin om zijn dood. Foto Delil Souleiman / AFP

De Tweede Kamer is donderdagavond massaal over minister Halbe Zijlstra (Buitenlandse Zaken, VVD) heen gevallen vanwege zijn voorzichtige houding tegenover de Turkse inval in Noord-Syrië. Opvallend was dat ook drie van de vier regeringspartijen stevige kritiek uitten. Alleen Zijlstra’s partijgenoot van de VVD hield zich tijdens een vergadering van de commissie Buitenlandse Zaken op de vlakte.

De Kamer wil een veel steviger houding van Nederland ten aanzien van Turkije. „Hoelang blijft de minister ons geduld nog tarten”, vroeg het Tweede Kamerlid Martijn van Helvert (CDA) zich af. Hij verweet Zijlstra een „valse vlag-operatie” te steunen.

Sinds de Turken op 20 januari hun militaire operatie ‘Olijftak’ begonnen en een offensief inzetten tegen Koerden in de Afrin-regio, in het noordelijke deel van Syrië, heeft Zijlstra geweigerd een veroordeling uit te spreken.

Direct na de inval zei hij dat Turkije „gronden” had om de actie te beginnen en dat ieder land zich mag beroepen op het recht van zelfverdediging. In de Turkse regeringsgezinde media werd deze houding breed uitgemeten en uitgelegd als steun voor de actie.

Lees ook het opiniestuk van Sadet Karabulut: Turkse aanval op Syrische Koerden eist veroordeling

De meeste partijen vonden Zijlstra te begripvol tegenover Turkije. In een brief die de minister eerder op de dag naar de Tweede Kamer stuurde, herhaalde hij zijn oproep aan Turkije om „terughoudendheid en proportionaliteit” te betrachten. Over de rechtmatigheid van de militaire actie wilde hij zich opnieuw niet uitspreken.

De SP en de PVV willen juist wel een veroordeling. De andere fracties, met uitzondering van de VVD, wilden in elk geval wel hardere woorden tegenover Turkije horen. De meerderheid van de Kamer vindt dat Nederland nu een te afwachtende houding aanneemt en vindt dat er veel sterker bij Turkije moet worden aangedrongen op het leveren van bewijzen die de inval moeten rechtvaardigen.

Tijdens het debat erkende Zijlstra dat de verdediging van Turkije voor het optreden tegen de Koerdische YPG-strijders onvoldoende is. Maar tegelijk wilde hij wel „zorgvuldig” blijven. Dat betekent volgens hem dat zijn reactie „terughoudend” moet zijn.

Turkije beroept zich voor de actie in een brief aan de Veiligheidsraad op artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties, waarin het recht op zelfverdediging staat verwoord. Zijlstra uitte wel kritiek op de wijze waarop Turkije in eigen land omgaat met tegenstanders van de actie in Noord-Syrië. „Dat er nog maar weinig over is van de rechtsstaat in Turkije is geen punt van discussie” , aldus Zijlstra.

    • Mark Kranenburg