Jonggehandicapte vindt sneller baan

Participatiewet Sinds 2015 krijgen werkloze jonggehandicapten een fors lagere uitkering. Daardoor hebben ze nu sneller een baan, blijkt uit onderzoek.

Het duurde even voor de dienstverlening door gemeenten op gang kwam. De verwachting is daarom dat het aantal gesubsidieerde werkplekken zal toenemen. Foto iStock

Jonggehandicapten vinden sneller een baan sinds de invoering van de Participatiewet in 2015. Dat blijkt uit een rapport dat het economisch onderzoeksbureau SEO deze vrijdag publiceert, gesubsidieerd door het instituut Gak, een fonds dat onderzoek naar sociale zekerheid financiert.

De onderzoekers vergeleken de 18-jarige jonggehandicapten voor wie in 2015 de nieuwe regels gingen gelden met de jonggehandicapten die een jaar eerder instroomden in de oude Wajong-regeling (in 2014 ging het om circa 6.500 18-jarigen). De toegang tot die regeling is in 2015 gesloten voor gehandicapten die kunnen werken.

De reden dat jonggehandicapten sneller een baan vonden, is volgens de onderzoekers vooral dat ze onder de nieuwe regels een lagere uitkering krijgen als ze werkloos blijven. „Voor jongeren onder de 21 is de bijstandsuitkering fors lager dan de Wajong-uitkering”, zegt onderzoeker Lucy Kok van SEO. Het gaat al snel om een nettoverschil van zo’n 300 euro netto per maand. „Daarom hebben ze een sterkere prikkel om te werken.”

Van de Wajongers vond 22 procent werk in het jaar na hun instroom in de regeling. Van de groep onder de Participatiewet, een jaar later, was dat 27 procent. De resultaten zijn gecorrigeerd voor de aangetrokken werkgelegenheid in het tussenliggende jaar. Een groot deel van de ondervraagde jonggehandicapten, zo’n 60 procent, ging nog naar school.

Lees ook: Veeg je de vloer nog wel voor half geld?

Het was de bedoeling van de Participatiewet dat jonggehandicapten sneller aan het werk zouden gaan door de lagere uitkering die ze krijgen als ze werkloos zijn. Tegelijk moesten werkgevers zich via een ‘banenafspraak’ garant stellen voor het creëren van 125.000 banen voor mensen met een handicap.

Een ander doel van de Participatiewet laat nog geen resultaat zien in dit onderzoek: effectievere begeleiding door de overheid. Vroeger was de landelijke uitkeringsinstantie UWV daar verantwoordelijk voor, nu de gemeenten. Het idee was dat gemeenten een sterkere financiële prikkel hebben om hen aan het werk te helpen, omdat ze hun uitkeringen moeten betalen uit een vast budget. Het UWV kon de uitkeringen declareren bij het Rijk.

Jonge gehandicapten moeten met hulp van gemeenten aan het werk. Maar lukt dat? Lees ook: Geen Wajong voor Christa

Maar „het duurde een tijdje” voordat de dienstverlening door de gemeenten op gang kwam, zegt Kok. Vooral in het eerste jaar, 2015, hadden veel gemeenten te maken met „kinderziektes”, waardoor ze jonggehandicapten niet goed konden helpen.

Dat is terug te zien in de cijfers. Jonggehandicapten kregen onder de Participatiewet veel minder vaak een baan met gedeeltelijke salarissubsidie van de overheid. Aan het einde van het jaar na hun instroom in de Participatiewet, had 0,9 procent een zo’n deels gesubsidieerde baan. Bij de Wajongers was dat nog 3,8 procent.

En waar 2,2 procent van de Wajongers een plek kreeg op een sociale werkplaats, was dat van de groep onder de Participatiewet 0,3 procent. Dat komt ook doordat de toegangsregels voor zo’n werkplek, nu ‘beschut werk’ geheten, strenger zijn geworden.

Volgens Kok is de dienstverlening door gemeenten de afgelopen twee jaar verbeterd. Het zou haar „niet verbazen” als het aantal gesubsidieerde plekken gaat toenemen.

Volgende week donderdag spreekt de Tweede Kamer met staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD) over de Participatiewet.

    • Christiaan Pelgrim