Recensie

Jesper Just lijkt iets te verbergen

Beeldende kunst De Deense Jesper Just analyseert, en deconstrueert de hele wereld, maar in zijn eigen filmwereld houdt hij alles met minutieuze precisie onder controle. Zijn werk is nu te zien in Eye Filmmuseum.

Jesper Just, Intercourses, 2013 Courtesy Galleri Nicolai Wallner, Copenhagen; Galerie Perrotin, Paris

Net kunst, denk je meteen. De vijfdelige filminstallatie Intercourses (2013) waarmee de expositie van Jesper Just in Eye Amsterdam opent, speelt zich af Tianducheng, in een buitenwijk van de Chinese stad Hangzhou. Deze wijk is een exacte kopie van een aantal delen van Parijs: Chinese forensen wonen en winkelen er aan de Boulevard Hausmann en andere ‘Parijse’ straten en kunnen er zelfs de Eiffeltoren in – al heeft die dan maar een derde van de hoogte van het origineel. In de eerste film van Intercourses loopt een donkere man over een verlaten vlakte – niemand te zien, niets in de buurt – tot hij onverwacht aankomt bij een hoog metalen hek. Daar kruipt hij onderdoor en ineens staat hij dus in Parijs – of beter: Tianducheng. Het eerste beeld van de man die onder dat hek doorkomt is volkomen surrealistisch en geweldig: je denkt meteen aan Alice in Wonderland. En als hij verder loopt, blijkt de stad zelf ook behoorlijk vervreemdend: de architectuur klopt, maar de straten zijn apocalyptisch verlaten, sommige stukken zijn niet af de straatnaamborden zijn in het Chinees.

Jesper Just, Servitudes, 2015. Courtesy Galleri Nicolai Wallner, Copenhagen; Galerie Perrotin, Paris

Machteloze theatraliteit

Maar deze mooie, bestaande vervreemding is voor Just helaas niet genoeg. Hij is duidelijk gefascineerd door thema’s als constructie, architectuur en vervreemding – reden overigens dat zijn werk heel goed in de uitgesproken architectuur van het Eye-gebouw past – en kan het niet laten om die thema’s er bij de toeschouwer héél stevig in te wrijven. De eerste film van Intercourses bijvoorbeeld wordt over een hoek geprojecteerd, de installatie krijgt heel veel kale, onheilspellende ruimte toebedeeld en een halve zaal én een gang van Eye zijn gevuld met bamboeplanten, beschenen door roze licht. Het voelt, om in Alice-sferen te blijven, een beetje als rode rozen rood verven: de film zelf is al zo vervreemdend dat de inrichting daar weinig meer dan wat machteloze theatraliteit aan toe voegt.

Precies die nadruk blijft de moeizame rode draad op deze tentoonstelling. Om misverstanden te voorkomen: Just is een bekend en gelauwerd videokunstenaar, die Denemarken in 2013 vertegenwoordigde op de Biennale van Venetië en over de hele wereld exposeert. Zijn werk is ook krachtig en indrukwekkend, maar ook, nou ja, een tikje kil. Neem de bekende Just-video This Nameless Spectacle (2011) waarin we een vrouw in een rolstoel door park en stad zien rijden, op de achtergrond gevolgd door een man, die later, als ze in haar huis op miraculeuze wijze uit haar rolstoel is gestapt, tegenover haar blijkt te wonen – en haar daar nog steeds bespiedt. Of de film-installatie Servitudes (2015) waarin we een fotomodel met protheses om haar handen een maïskolf zien eten – de beeldschermen zijn omringd door losse, ‘deconstructieve’ blokken van luchtig beton. Het is allemaal heel goed gemaakt: de kleurcontrasten kloppen, haar ogen blijven lokken, de protheses passen bij het gevoel van deconstructie (dat ook in de schermen terugkomt) – en toch sta je tamelijk onbewogen naar het geheel te kijken.

Uiteindelijk snap je wel waar die kilheid vandaan komt: Just observeert, analyseert, (de)construeert de hele wereld, maar houdt in zijn eigen filmwereld alles met minutieuze precisie onder controle. Alsof hij steeds op zoek is naar de kieren, de barsten en rimpelingen in het menselijk bestaan, maar net doet of die in zijn eigen wereld kan negeren – of ze niet wenst toe te laten. Daardoor fungeren al die indrukwekkende ensceneringen en ingenieuze technieken vooral als een scherm waarachter Just iets lijkt te verbergen – een gebrek aan empathie misschien wel, of het onvermogen de controle los te laten. Kijkend naar dat mooie meisje in Servitudes besefte ik ineens dat ik de kille observator uit This Nameless Spectacle me aan Jesper Just zelf deed denken. En hoewel ik me meteen schaamde voor die gedachte (nee, het is ongepast om de kunstenaar met zijn werk te identificeren) was dit wél de eerste keer dat ik op de tentoonstelling wat emotie of ontregeling voelde. Dat zou Just zelf ook wel eens mogen doen.

Lees ook: In films Jesper Just schoppen baldadige meisjes tegen symbolen van macht
    • Hans den Hartog Jager