Op deze Amsterdamse zender kijk je 24/7 naar amateurs

Omroep Salto

Een Indiase goeroe, een sessie mindfulness, Ghanese talkshows of Radio Steunkous: op Salto komt echt álles voorbij. Want iedereen die iets wil uitzenden is welkom. „Wij begeleiden alleen maar.”

Iedereen kan zo beginnen. Een camcorder op een zoldertje met een green screen, een webcam of een klein radiostudiootje thuis volstaat. Stills Salto, Foto iStock.

Wie Salto aanzet, of het nu radio of – vooral – tv is, doet mee aan een ware tombola. Bijna iedereen kent Salto ergens anders van. De dronken student die thuiskomt na een avond stappen en de tv aanzet, valt zomaar middenin Alwareness TV: een sessie mindfulness. Op de achtergrond een projectie van een boom waar de zonnestralen tussen de takken door breken. Op de voorgrond de presentatrice die de kijkers, samen met een pranic healer en acceptatiecoach, verblijdt met de laatste ontwikkelingen op hun gebied.

Zet Salto op een ander moment van de dag aan en je stapt binnen bij de Ghanese gemeenschap in Zuidoost. Bij GH TV bijvoorbeeld, waar een Ghanese pastoor in traditioneel groen-geel gewaad zijn gemeenschap toespreekt. In het Ghanees. Onderaan het scherm een mobiel nummer, zodat je direct kan inbreken via WhatsApp.

De programma’s op Salto bedienen bijna elk een niche waar je het bestaan soms niet eens van afwist

Voor wie Salto niet kent: de programma’s bedienen bijna elk een niche waar je het bestaan soms niet eens van afwist. Salto is (naast AT5) die ándere Amsterdamse omroep. Met twee tv-zenders en vier radiozenders die 24 uur per dag uitzenden een omroep van formaat. Zou je zeggen. Toch draait de omroep maar op 9,6 fte – ingevuld door dertien medewerkers.

Boven: Alwareness TV. Onder: GH TV en De Stem van de Straat.

Daarachter schuilt hoe Salto zich onderscheidt van AT5 – en eigenlijk elke andere omroep: het is volledig open access. Elke Amsterdammer die iets wil vertellen krijgt zendtijd. Echt iedereen.

Of je nu elke zondag jouw kerkdienst wil laten uitzenden, een twaalfdelige realityserie over bridgende jongeren of een project dat je op de hogeschool hebt gemaakt. Alles krijgt een plekje op radio of tv en op de site.

Huis-tuin-en-keuken-videoclips

Een kleine greep uit het duizelingwekkende aanbod. Voor wie wil weten wie de „beste nieuwe artiesten van Nederlandse bodem” zijn is er RTV Puur Hollands Clips. Daar schitteren dagelijks een half uur lang huis-tuin-en-keuken-videoclips van Mokumse smartlappen tot de palingsound. Veelal opgenomen in de kroeg op de hoek.

Elke zondag om 14.00 uur kun je kijken naar Islam TV. Daar worden – waar mogelijk in het Nederlands – Koranverzen voorgelezen, lezingen over de islam uitgezonden en religieuze liederen gezongen.

Wie wat meer spiritualiteit wil kan terecht bij de Indiase goeroe Osho, in de jaren 70 ook wel bekend als Bhagwan, de niet geheel onomstreden goeroe die vooral bekend stond om zijn 93 Rolls Royces. In 1990 overleed hij, maar zijn gedachtegoed leeft voort op Salto 2.

Luisteren kan ook. Naar Radio Steunkous bijvoorbeeld – live radio voor en door patiënten, cliënten en verzorgers van Buurtzorg Amsterdam, die elke dinsdag om 14.00 uur met hun rollators de radiostudio binnenschuifelen voor hun uurtje op StadsFM. Syrische vluchtelingen kunnen terecht bij Ghias Alolaby, die vier jaar geleden naar Nederland vluchtte. In eigen land was hij een bekende presentator; in Amsterdam maakt hij nu de Ghiathshow, waarin hij in zijn moedertaal elke maandag en vrijdag Syriërs helpt integreren.

Syrische vluchtelingen kunnen terecht bij Ghias Alolaby, die vier jaar geleden naar Nederland vluchtte. In eigen land was hij een bekende presentator; in Amsterdam maakt hij nu de Ghiathshow, waarin hij in zijn moedertaal elke maandag en vrijdag Syriërs helpt integreren.
In De Becker Bridge Show in poogt bridgeclub-eigenaar Hans Becker – elke aflevering draagt hij een ander felgekleurd pak, voorzien van regenboogdas of strikje – zestien „jongelui” bridge te leren.
In Suriname Overzee, van Brasa TV, komen Surinamers aan het woord
Boven: de Nieuwjaarsaflevering van Ghiathshow. Onder: De Becker Bridge Show en Brasa TV.

Zelf starten is makkelijk

Salto produceert zelf dus niets. De programma’s worden vooral gemaakt en aangeleverd door amateurs: Amsterdammers die met een eigen verhaal op zender willen. Zelf een programma starten op een van de Saltokanalen is hartstikke makkelijk, zegt Willem Stegeman, programmamanager bij Salto. „Als jij een goed idee hebt, kun jij je vanmiddag nog melden bij ons aan de balie en gaan we een kopje koffie drinken.”

Een plan afschieten doet Stegeman eigenlijk niet. Dan moet je het wel héél bont maken, legt hij uit op de ‘redactie’ van Salto. Als dat idee binnen de kaders van het toelaatbare ligt – denk aan: geen geweld, belspelletjes of porno – dan kun je in principe beginnen.

Naast een goed idee hebben programmamakers natuurlijk productiematerieel nodig. Een camcorder op een zoldertje met een green screen, een webcam of een klein radiostudiootje thuis volstaat. Heb je zelf geen camera of microfoon? In de tv-studio’s van Salto kunnen programmamakers in principe gratis terecht, radiostudio’s kosten 6,50 euro. Een schijntje vergeleken met wat je op andere plekken betaalt. Voor een plekje op de ether betaal je nog eens 4,25 euro. Daarmee is het parkeren van je programma even duur als het parkeren van je auto, grapt Stegeman.

Jaarlijks krijgt Salto zo’n 850.000 euro van de gemeente om zijn taak als publieke omroep te vertolken. Andere inkomsten heeft het niet. Maar dat hoeft ook niet, legt Stegeman uit. „Het is do-it-yourself-media. Iedereen regelt de hele productie zelf: techniek, regie, presentatoren en gasten.” De directeur van Salto, Annejikke Ebbinge, vult aan: „Wij begeleiden de makers alleen.” En dat is ook de meerwaarde ten opzichte van bijvoorbeeld YouTube, zegt Ebbinge. YouTube is dan wel gratis, maar waar krijg je nu begeleiding en toegang tot goede techniek voor zo’n prijs? En, zegt Stegeman: zo’n publiek. Want als amateur jouw programma op de publieke omroep, dat weegt natuurlijk ook mee.

Het belangrijkste is dat wij impact hebben. En ik weet zeker dat wij dat hebben.

Hoeveel bereik Salto heeft, weten Stegeman en Ebbinge echter niet. Dat weet niemand. Salto wordt niet meegenomen in kijk- en luisteronderzoek. Dat is ook niet het belangrijkste, zegt Stegeman. „Het belangrijkste is dat wij impact hebben. En ik weet zeker dat wij dat hebben.” Hij noemt als voorbeeld de Ghanese programma’s. „Ik weet dat Salto soms de hele dag aan staat bij de Ghanese community in Zuidoost. Daar wordt de hele dag tv gekeken.”

Als het aantal Ghanese programma’s een indicatie is voor de populariteit van Salto onder Ghanezen, dan kan Stegeman zomaar eens gelijk hebben. Dagelijks kun je gemakkelijk vier uur lang kijken naar Ghanese talkshows of soaps, of naar mannen in traditionele gewaden die hun gemeenschap toespreken. „Wij hebben de wijkkrant, Ghanezen hebben Salto 2”, zegt Ebbinge. Volgens het Amsterdamse statistiekbureau wonen er zo’n 13.000 mensen met een Ghanese achtergrond in Amsterdam. Het merendeel is te vinden in de Bijlmer. Volgens Stegeman kunnen dat er zomaar eens veel meer zijn. „Ik kom veel in Zuidoost. Niemand weet echt hoeveel Ghanezen er hier wonen.”

De afgelopen jaren had de omroep het moeilijk om de balans te vinden. Salto zat in een creatieve dip. Het aantal programmamakers liep terug en de religieuze programma’s begonnen de overhand te krijgen. Nog meer dan nu? „Ja, de balans was zoek”, zegt Stegeman. En dus werd het afgelopen jaar actiever gezocht naar nieuwe programmamakers.

In de vergaderzaal van Salto, dat huist op de vierde verdieping van Pakhuis de Zwijger in het Oostelijk Havengebied, staat Onder Mediadoctoren aan. Een programma waarin mediakwesties besproken worden. Een podcast van origine, zegt Stegeman. „Een goed programma.” Daarom vroeg de programmamanager aan de makers of ze ook de camera aan wilden zetten tijdens de opnames. En zo werd weer een nieuw tv-programma geboren.

Slow television

Stegeman noemt ook Café Weltschmerz, een burgerjournalistiek programma. „Dat is een uur lang slow television. Fantastisch. Dat zie je nergens anders.” In een zwart kamertje, het enige decor is een studiolamp, schuiven interviewer en gast aan. Soms ligt er een boek of briefje op tafel, en altijd twee gevulde waterglazen en een karaf. In dat zwarte kamertje gaan bekende en minder bekende Amsterdammers in gesprek met elkaar. Over een onderwerp. Net als de aanwezigen liggen die onderwerpen soms mijlenver uit elkaar.

Zo wordt een uur lang gepraat door een hoogleraar Internationale Betrekkingen over het verval van de Verenigde Staten. En oud-D66-Kamerlid Boris van der Ham spreekt de directeur van het wetenschappelijke bureau van de VVD een uur over de relevantie van zulke bureaus. Oud-gevangenisdirecteur Jacques van Huet krijgt een uur de tijd om een theorie over de tot levenslang veroordeelde Koerd Hüseyin Baybasin te bespreken.

Wij doen hoogstens een belletje achteraf, als het echt fout ging

Stegeman kijkt dus alleen naar het format. Op inhoud stuurt hij in principe niet. „Hoogstens een belletje achteraf, als het echt fout ging.” Dat vooraf toetsen is ook niet in de geest van Salto, waar voor iedereen plaats is. „We hebben geen redactie en dus ook geen hoofdredactie”, zegt Stegeman. Het is een kwestie van vertrouwen, vult Ebbinge aan. „We kennen alle programmamakers en weten wie ze zijn en wat ze maken.”

Dat vertrouwen wordt over het algemeen niet geschonden, zeggen Stegeman en Ebbinge. Voor zover zij zich kunnen herinneren, is er maar een enkele keer iemand op de vingers getikt. Zoals enkele programmamakers op Caribbean FM. Daar wordt vaak live radio gemaakt en daar kunnen de gemoederen hoog oplopen, bijvoorbeeld als het over de Surinaamse president Desi Bouterse gaat. „Bij programma’s kunnen mensen live inbellen. Daar willen de discussies nog weleens te ver gaan.” Voor- en tegenstanders van Bouterse vliegen elkaar dan in de haren.

Boven: Café Weltschmerz. Onder: Cooking Back To Our Roots en Amsterdammertjes.

„Wij kunnen niet alles beluisteren en bekijken, maar gelukkig worden wij dan gebeld door luisteraars.” Caribbean FM is een van de paradepaardjes van Salto. „Online wordt de stream dagelijks zo’n 7.000 keer aangeklikt.” Die luisteraars komen vooral uit Amsterdam Zuidoost en – zoals de naam doet vermoeden – het Caribisch gebied. „Het is een soort FunX voor dertigplussers”, aldus Stegeman.

Louter in het Arabisch

En dan is er nog een bijkomstig probleem: lang niet alle programma’s zijn in het Nederlands. Zo zijn er programma’s die louter in het Arabisch uitzenden. „Wij weten dan ook niet precies wat er gezegd wordt”, zegt Ebbinge. Wat ook gebeurt: concurrenten van elkaar bellen Stegeman of Ebbinge als zij iets horen waarvan zij denken dat het niet kan. Na het programma teruggeluisterd te hebben belt Stegeman met de makers, of doen ze een kop koffie. „Als de gemoederen eenmaal zijn bedaard, weten ze ook wel dat het eigenlijk niet kon. Maar Bouterse is nu eenmaal een hot topic.”

Het team van Salto, dat onder meer bestaat uit planners, technici en een receptionist, begeleidt zo’n driehonderd programmamakers die bijdragen leveren aan het platform. Ook worden debatavonden in bijvoorbeeld De Balie uitgezonden en zijn raadsvergaderingen te volgen via de Saltokanalen.

Ook wordt volop gebruik gemaakt van bestaand materiaal. „We werken samen met filmmuseum Eye. Die hebben een ongelooflijk mooi en uitgebreid archief. Films uit dat archief worden soms bij ons uitgezonden.”

Turkse en Marokkaanse groepen zijn ondervertegenwoordigd

Niet alleen films, maar ook programma’s krijgen soms een tweede leven op Salto. Zo werd de twaalfdelige serie De Becker Bridge Show, in 2013 uitgezonden door RTL7, onlangs uitgezonden. Daarin poogt bridgeclub-eigenaar Hans Becker – elke aflevering draagt hij een ander felgekleurd pak, voorzien van regenboogdas of strikje – zestien „jongelui” bridge te leren. In de grote finale mogen de beste studenten het opnemen tegen doorgewinterde bridgers in een bridgehotel in Toscane, Italië. De beste student gaat met een cheque van 10.000 euro naar huis. Volgens Ebbinge en Stegeman niet het beste wat Salto te bieden heeft, maar het speelt zich af in Amsterdam.

En dus gaat de zoektocht naar meer talent verder. Zo hopen Stegeman en Ebbinge dat de Turkse en Marokkaanse groepen in Amsterdam de omroep beter weten te vinden. Die zijn nog ondervertegenwoordigd, vinden ze. Maar niet meer religieuze programma’s, benadrukt Stegeman. „Daar hebben we er nu genoeg van.”