‘Gaswinning Groningen halveren’

Bevingsgebied

Toezichthouder SodM stelt een verlaging voor van 21,6 miljard naar 12 miljard kuub per jaar, een advies aan de ‘veilige kant’.

De gaswinning in Groningen moet vanwege de veiligheid in het gebied „zo snel als mogelijk” worden teruggeschroefd van 21,6 miljard kuub per jaar naar 12 miljard. Dat schrijft toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) donderdag in een advies aan minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD). Het advies, dat geen rekening houdt met andere overwegingen zoals bestaande gasleveringscontracten, volgt op de beving bij Zeerijp van 8 januari met een kracht van 3,4.

Volgens de toezichthouder is deze „forse ingreep” noodzakelijk om „naar verwachting” aan de veiligheidsnorm te voldoen, al is niet volledig duidelijk bij welk winningsniveau welke bevingen zich zullen voordoen. De toezichthouder zegt dat de „onzekerheden bij deze inschatting groot zijn” en dat het advies daarom aan de veilige kant is. „Het gaat immers om de veiligheid van de Groningers.”

Naast een productieverlaging stelt het SodM voor de vijf gaswinningsclusters rondom het dorpje Loppersum direct te sluiten. „Het is mogelijk dat het open en dichtdraaien van deze clusters aanleiding is geweest tot de beving van 8 januari jl. in Zeerijp.” De winning bij het dorpje Bierum moet volgens het SodM niet te veel fluctueren en binnen een bandbreedte van 20 procent blijven. Wiebes liet donderdag in een reactie op het advies weten deze laatste twee maatregelen „op de kortst mogelijke termijn” te nemen.

Over het algemene winningsniveau zal Wiebes op basis van het advies een afweging moeten maken waarin hij ook andere zaken meeneemt, zoals leveringszekerheid. Daarover adviseert GTS, de gastransporteur, de minister. „Het is niet de rol van het SodM om hier rekening mee te houden”, schrijft de toezichthouder.

Klem als een deur

GTS schrijft nu dat de winning omlaag kan wanneer die temperatuurafhankelijk wordt: in een mild jaar gaat het dan om 14 miljard kuub, in een koud jaar om 27. In zijn reactie op de adviezen liet Wiebes – die zelf zei klem te zitten „als een deur” – weten dat hij verwacht eind mei of begin juni met een nieuw winningsbesluit te komen.

Het SodM-advies is onderdeel van een recent opgesteld protocol met een plan van aanpak voor na een zware beving. Volgens die richtlijnen moet na een beving eerst gaswinner de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) - joint venture van Shell en ExxonMobil - zelf maatregelen voorstellen aan het SodM. Het bedrijf deed dat 48 uur na de beving bij Zeerijp, maar volgens het SodM was dat „niet concreet genoeg”. Zo sprak het bedrijf alleen maar van een „substantiële” verlaging. De toezichthouder zei toen zelf te zullen komen met een concreet voorstel.

Het SodM verwacht dat door drukdaling in het Groningen-gasveld de seismiciteit weer kan toenemen. Volgens inspecteur-generaal Theodor Kockelkoren is het advies van donderdag daarom „een belangrijke stap, maar niet de laatste”. Het effect is mogelijk tijdelijk; daarom verwacht de toezichthouder dat de winning nog verder afgebouwd zal moeten worden, „indien nodig naar nul”.

De precieze interpretatie van de nieuwe protocollen voor na een beving leidde tot onenigheid tussen de NAM en het SodM. De gaswinner uitte half januari ongenoegen over het feit dat het SodM na ‘Zeerijp’ leek te zeggen dat het bevingsgebied volgens het protocol in een onveilige situatie verkeerde. Zo sprak het van „code rood”. De NAM vindt het protocol een richtlijn voor maatregelen, geen „veiligheidsindicator”. Volgens het bedrijf paste de beving bij Zeerijp in het „risicomodelleringsraamwerk” en is de veiligheid niet per se in het geding.

In het advies van donderdag spreekt het SodM weer van „code rood”. De NAM liet in een reactie weten „kennis te hebben genomen” van het advies.

Gevecht om schadevergoeding, pagina 6-7
    • Milo van Bokkum