Financiële sector leunt nog te zwaar op fossiele investeringen

Groen investeren Brussel wil de financiële sector ‘ongiften’. Investeren in vuile energie kan leiden tot een nieuwe crisis.

Het is het lijk in de kast waar niemand graag over praat in de financiële sector, helemaal nu het tij na jaren van verwoestende bankencrisis weer eens meezit. Maar toch dringt de vraag zich steeds nadrukkelijker op: is klimaatverandering het nieuwe gevaar voor de stabiliteit van banken, verzekeraars en pensioenfondsen?

De Europese Commissie denkt van wel. Op 7 maart komt zij met voorstellen om financiële instellingen te ‘verduurzamen’. Dat is nodig omdat daar nog veel investeringen in fossiele brandstoffen te vinden zijn, terwijl de werkelijke waarde daarvan snel afneemt, door de opmars van zonne- en windenergie, maar ook door internationale klimaatafspraken waardoor het ‘opstoken’ van nog bestaande olie- en gasreserves eigenlijk niet meer kan. De vraag is dan ook: kloppen al die bankbalansen nog wel?

Woensdag presenteerde de Commissie alvast een rapport met mogelijke oplossingen om deze financiële CO2-zeepbel niet te laten uitgroeien tot een nieuwe financiële crisis. Eurocommissaris Valdis Dombrovskis (Euro) bestempelde het rapport, waaraan experts een jaar hebben gewerkt, meteen tot een „manifest voor vergaande hervormingen”. Hij wil groene investeringen flink stimuleren en de financiële sector zo snel mogelijk ‘ontgiften’.

Wat is groen

In 2015 werd in Parijs afgesproken om de temperatuurstijging te beperken tot ‘duidelijk onder de 2 graden Celcius’ en te streven naar 1,5 graden. De Commissie schat dat er jaarlijks voor 180 miljard euro aan extra investeringen nodig zijn om de doelstellingen te halen. Ook om die reden is het belangrijk dat banken overstappen op ‘groen’, want met publiek geld alleen komt de EU er niet.

Kees Vendrik, hoofdeconoom bij de duurzame bank Triodos, is „heel blij” met het rapport. „Het lijk zit nog in de kast, maar die kast is nu open”, zegt het oud-Kamerlid van GroenLinks en oud-lid van de Algemene Rekenkamer. „Dit kan een eind maken aan de oude financiële sector zoals we die kennen, met weinig gevoel voor maatschappelijke impact en een sterke focus op de korte termijn.”

Nederlandse banken deden vorig jaar samen met pensioenfondsen een oproep om scherper te kiezen voor vergroening van de economie. Wiebe Draijer (Rabobank) en Peter Blom (Triodos) lichtten de oproep toe in NRC.

Woensdag gaf Dombrovskis op een congres van bankiers en beleidsmakers in Dublin voorzetten. Allereerst moet duidelijk worden gedefinieerd „wat groen is en wat niet”. Nu hanteren banken vaak eigen criteria. Mogelijk wordt het bestaande Europese eco-label uitgebreid naar financiële producten. Daarnaast moet de informatieplicht tegenover beleggers worden aangescherpt: zij moeten precies weten hoe duurzaam ze beleggen.

Tot slot zouden de kapitaaleisen voor milieuvriendelijk investeringen „zoals energie-efficiënte hypotheken en CO2-arme auto’s” kunnen worden verlaagd, om de transitie van ‘bruin’ naar ‘groen’ geld aantrekkelijker te maken. Voor elke 100 euro die wordt uitgezet moeten banken grofweg 8 euro aan eigen kapitaal aanhouden. Bij een duurzame investering zou dat straks minder kunnen worden.

Andere kapitaaleisen

Over deze ‘green supporting factor’ is Vendrik minder te spreken. „Green support klinkt leuk, maar het leidt ook tot lagere kapitaaleisen voor banken en dat lijkt me niet de juiste agenda op dit moment.” Als gevolg van de bankencrisis waren die eisen juist net weer aangescherpt. Groene investeringen zijn bovendien wel beter voor mens en milieu, maar niet per se financieel veiliger.

Volgens Vendrik moeten de kapitaaleisen voor groene investeringen niet worden verlaagd, maar die van bruine worden verhoogd. Groene financiering is een niche, goed voor 1 à 2 procent van alle bankbalansen. Alleen een niche bevoordelen helpt niet echt. „Als we Parijs serieus willen nemen, moeten we ons met gezwinde spoed veel meer richten op wat er gebeurt op het veel grotere terrein van de niet-duurzame financiering.”

Dombrovkis lijkt niet ongevoelig voor de kritiek. „Groen betekent niet dat het vrij van risico is”, erkende hij woensdag. Hoe dan ook: de ‘green supporting factor’ zou er wel toe leiden, en dat is volgens Vendrik winst, dat er een verschil ontstaat in financiële waardering tussen duurzaam en niet-duurzaam. Dat verschil is er nu nauwelijks.

Eigenlijk is dat heel raar. Volgens wetenschappers betekent ‘Parijs’ in de praktijk dat eenderde van de olie, de helft van het gas en tachtig procent van de kolen niet meer gebruikt kunnen worden. Zij spreken van ‘gestrande assets’, bezittingen die als onderpand dienen bij bankleningen, maar in feite ‘waardeloos’ zijn. Toch calculeren markten de CO2-zeepbel maar mondjesmaat in.

De Europese Groenen lieten in 2014 al onderzoeken in hoeverre Europese banken, pensioenfondsen en verzekeraars hieraan zijn blootgesteld. Daar rolde 1.000 miljard euro uit. Wereldwijd is dat bedrag volgens sommige schattingen bijna 20 keer zo groot. De Nederlandsche Bank waarschuwde in 2015 dat de beleggingen in fossiele brandstoffen snel minder waard kunnen worden.

Dat niet al lang alle alarmbellen zijn afgegaan, komt door wat Mark Carney, de gouverneur van de Engelse Bank, tijdens een speech in 2015 „de tragedie van de horizon” noemde. In de financiële sector wordt weinig vooruit gekeken, tien jaar geldt als een eeuwigheid en ondanks de opeenstapeling aan signalen voelt klimaatverandering ver weg. Carney: „In andere woorden: tegen de tijd dat klimaatverandering allesbepalend wordt voor de financiële stabiliteit, zou het al te laat kunnen zijn.”