Een kernramp is ook een taalprobleem

Onderzoeksraad voor Veiligheid

Om chaos te voorkomen bij een nucleaire ramp, is een internationale aanpak in een universele taal nodig.

Nederland, België en Duitsland zouden veel vaker samen moeten oefenen voor het geval dat zich een nucleaire ramp voordoet in een van de vier kerncentrales langs de grenzen. Er is „nauwelijks samen geoefend”, signaleert de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het woensdag verschenen rapport Samenwerken aan nucleaire veiligheid.

En dat is zorgelijk. De samenwerking mag op papier goed zijn geregeld, als zich echt een ramp voordoet, is de kans groot dat het gezamenlijk optreden „niet goed” zal verlopen.”

De onderzoekers worden op hun wenken bediend. Volgende week is er een nationale nucleaire oefening waaraan de veiligheidsregio’s Zeeland en Midden-West Brabant, ministeries en ook de gouverneurs van Oost-Vlaanderen en Antwerpen deelnemen. Zulke oefeningen zijn bedoeld om tijdens een echte crisis onrust en verwarring te beperken. Burgers in de drie landen moeten niet verschillende adviezen krijgen over schuilen, jodiumtabletten slikken of evacuatie.

Lees ook: Onderzoeksraad: afspraken met buurlanden bij kernongeval onduidelijk

Ook zonder nucleaire ramp is er al verwarring over wat te doen bij een ramp, zegt directeur Frank Klaassen van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. „In Nederland hebben we vorig jaar preventief jodiumtabletten verstrekt. Vanaf een bepaalde afstand tot kerncentrales kregen alleen kinderen en zwangere vrouwen die nog. Maar in de omgeving van Aken kregen vanaf diezelfde afstand ook andere volwassenen de pillen, onder druk van maatschappelijke onrust daar. Dat is lastig uit te leggen.”

De grootste dreiging komt voor Nederland uit België, door een centrale in Doel met vier kernreactoren vlak bij de grens in Zeeuws-Vlaanderen, en een centrale met drie reactoren in Tihange, onder Zuid-Limburg. Een lichtere dreiging is de Duitse kerncentrale in Emsland nabij Enschede.

Reële dreiging?

Hoe reëel is de dreiging? De kans op een zwaar nucleair ongeval is klein, schrijft de Onderzoeksraad. Burgers zijn er niettemin behoorlijk bang voor, mede door grote rampen als in Tsjernobyl (1986) en Fukushima (2011). De onrust wordt aangewakkerd door kleine, veelal betekenisarme incidenten die in de media, ook de sociale media, breed worden uitgemeten.

Dat merken ze in Zuid-Limburg, op veertig kilometer van de centrale in Tihange. Iemand verspreidt een foto van een verkeersongeval buiten de poorten van de centrale met als bijschrift ‘Incident bij Tihange’, en de schrik zit er goed in. Hetzelfde effect heeft een foto van ontsnappende stoom uit het niet-nucleaire gedeelte van de centrale. Klaassen: „Dat zijn geen nucleaire incidenten, maar ze voeden de onrust.”.

Met de meldkamer in Luik is onlangs afgesproken dat bij een dreigend ongeval in Tihange niet alleen via de nationale overheden alarm wordt geslagen, maar dat ook Maastricht direct wordt geïnformeerd. En dat de meldkamer in Luik óók berichten doorgeeft over niet-nucleaire incidenten, zoals een verkeersongeval. Helder communiceren is cruciaal. Alleen al de angst en de psychosociale ontwrichting richten bij een nucleair ongeval grote schade aan, signaleert de Onderzoeksraad.

Het rapport citeert onderzoekers die de psychosociale gevolgen van het ongeval in het Japanse Fukushima groter achten dan de fysieke gezondheidsproblemen. In Fukushima, waar een zeebeving en een tsunami een kerncentrale vernielden, overleden geen mensen aan stralingsziekte. Toch zijn er zo’n duizend doden gevallen; patiënten uit zorginstellingen die tijdens en na een snelle evacuatie niet goed konden worden verzorgd, en mensen die overleden ten gevolge van stress, vermoeidheid, ontberingen en depressie.

Universele taal

Een nucleaire ramp vraagt eigenlijk om een universele, heldere taal, die voor inwoners van verschillende landen maar op één manier te begrijpen is. Als voorbeeld geeft de Onderzoeksraad de bestrijding van een ‘gewone’ grote brand op de Kalmthoutse Heide, op de grens van West-Brabant en Vlaanderen. ‘Ramen en deuren gesloten houden’, was het devies. „Belgische burgers interpreteerden de gevolgen van de brand vanwege die oproep als veel ernstiger dan Nederlandse burgers die minder van de oproep onder de indruk waren.”

Hoezeer buurlanden verschillen, blijkt ook uit de gewoonte van de Belgen eerder dan Nederlanders melding te maken van kleine incidenten. „Als bij de kerncentrale in Doel een zwerm bijen in een luchtrooster vliegt, twitteren de Belgen daarover als bij een nucleair incident”, zegt Philip de Vree, beleidsmedewerker nucleaire veiligheid van de gemeente Borssele.

In Nederland worden zulke incidenten ook gemeld als ‘ongewone gebeurtenissen’, maar er wordt minder ruchtbaarheid aan gegeven. Het is een van de redenen voor de Veiligheidsregio Zeeland om een expertisecentrum te willen oprichten, voor alle kennis over kernenergie. Burgemeester Gerben Dijksterhuis van Borssele: „Ik onderschrijf dat er meer aandacht moet komen voor de ongerustheid onder de bevolking.” De Vree: „Zoals je naar Groningen belt als je een vraag hebt over aardbevingen, zo moet je straks naar Zeeland bellen voor een vraag over kernenergie.”

    • Arjen Schreuder