Opinie

    • Japke-d. Bouma

De merel is een patsertje

Japke-d. Bouma schrijft elke week over de taal die ze om zich heen hoort. Deze week: de merel zingt weer. Wat wil hij zeggen?

Vorige week was hij er ineens weer, de merel. Toen ik ’s ochtends om tien voor zeven over de Utrechtse Maliesingel fietste, hoorde ik hem al zingen op het Lepelenburg. Terug van vier maanden weggeweest, loepzuiver, glashelder, onmiskenbaar. Een merel die zingt in de regen. Er is geen geluid dat me blijer maakt.

Ik vind alles leuk aan de merel. Zijn jas, zijn snavel, zijn oogjes, maar natuurlijk vooral zijn zang. Wat een geluid, wat een souplesse, wat een techniek; de merel is de Johan Cruijff onder de vogels. Geen vogel scoort zo moeiteloos. En alles is pure kwaliteit.

Geen flauw idee hoe de nachtegaal ooit aan zijn naam gekomen is. Want niet hij, maar de merel is de nachtegaal onder de vogels. Tuurlijk, als je van Wagner houdt, ga dan lekker naar de nachtegaal zitten luisteren. Maar als de koolmees de Justin Bieber is, de duif de Jan Smit en de mus de Frans Bauer onder de mooifluiters, dan is de merel de Mozart; alles kan hij en alles met een achteloos gemak - tertsen, trillers, toonladders. De merel zingt ze er allemaal uit.

Nou wilt u natuurlijk weten wat een vogel in een column over taal doet. Nou, ik eigenlijk ook wel. Of althans, dat is mijn vraag deze week: spreekt de merel tot ons, wat zegt hij, is de zang van de merel een taal, ís het taal?

Ik hou van zijn interpunctie, zijn timing en frasering – elke zin die hij zingt is keurig verzorgd, heeft variatie en een punt aan het eind. Dus ja, dat zou je taal kunnen noemen.

De mus is de Frans Bauer, de duif de Jan Smit en de merel de Mozart onder de fluiters

Hij communiceert met zijn gezang in ieder geval met zijn soortgenoten, zo lees ik in de vogelgidsen. Hij praat ermee tegen de vrouwtjes, net als popzangers die voor de meisjes op een podium staan te kraaien. De merel laat ook met zijn zang aan de andere mannetjes weten dat dit zijn territorium is – de merel is rock-’n-roll.

Volgens de vogelkenners zingt de merel ook: hier is voldoende voedsel te vinden, trouw met me, krijg kinderen met me – geef jezelf aan mij. Pure bluf natuurlijk. Want weet hij veel of er écht voldoende voedsel is. De merel is dus een patsertje. Maar ik heb een zwak voor zoetgevooisde bravoure. Paul McCartney en John Lennon hadden dat ook, en maakten zelfs een nummer met de naam en het gezang van de merel. Dan ben je een hippe vogel hoor.

Maar er is reden tot zorg. De merel wordt bedreigd. Afgelopen weekend werd hij tijdens de tuinvogeltelling weer minder gezien dan het jaar ervoor – hij zakte van de derde naar de vijfde plaats. Dat komt door het naargeestige usutuvirus dat een slachting onder merels aanricht. Als het zo doorgaat, sterft hij uit en horen we hem nooit meer zingen.

Ik word daar ongerust van. Want we kunnen niet zonder de merel. Hij spreekt als je hem het meest nodig hebt. Hij is de oase in de dorre woestijn van de winter. Als we hem horen weten we: nog maar een maand afzien, nog maar een maand donker, regen, sneeuw en kou. Maar het is alweer langer licht, kijk maar, de krokussen komen alweer uit de grond, nog even en de zon komt terug. De merel zegt me meer dan menig mens mij ooit vertellen kan.

De merel mag nooit verloren gaan.

Taaltips via @Japked op Twitter.
    • Japke-d. Bouma