opinie

    • Joyce Roodnat

De waargebeurde mens sust en kust

Column Joyce Roodnat

Vier keer waargebeurde verhalen in de bioscoop. 'Lijken' de acteurs? Niet echt, ziet Joyce Roodnat.

Trine Dyrholm als popicoon Nico in Nico,1988 (regie Susanna Nicchiarelli).

Vijf keer ging ik afgelopen weken naar de film en vier keer vertelt die film me een ‘waargebeurd verhaal’ – a true story. Ik zag Darkest Hour, over de twee weken waarin de Britse regering warm liep voor oorlog met Hitler in plaats van een vredesakkoord, in 1940. The Post, over de twee weken die culmineerden in de publicatie van de Pentagon Papers in de Washington Post in 1971. Nico, 1988, over de laatste twee jaar uit het leven van een popmuzieklegende. En All the Money in the World, over de ontvoering van rijkeluiszoon John Paul Getty III, in 1973. Inderdaad, dat was die jongen van wie een randje oor werd afgesneden en opgestuurd.

(De vijfde was de animatiefilm Coco, over het hartstikke gezellige Mexicaanse dodenrijk waar ze met z’n allen die ene gemene man de superdefinitieve dood, dat wil zeggen de vergetelheid, in weten te douwen. Niet waargebeurd. Denk ik).

Eigenlijk draaien die vier films vooral om de waargebeurde mensen. Darkest Hour gaat over Winston Churchill en zijn nonconformisme. The Post concentreert zich op de schuchtere krantenuitgeefster Katharine Graham die de moed opbrengt om het seksisme van haar Raad van Bestuur een trap in het kruis te verkopen. (Eindelijk gerechtigheid. De makers van die andere grote Washington Post-film, All the President’s Men, lieten haar gewoon weg, ook al dacht zelfs minister van Justitie Mitchell dat zij persoonlijk achter de verslaggeving zat). Nico, 1988 gaat over de laatste woelingen van Nico, grafstem van de jaren 60. En All the Money in the World spit uit hoe huisvrouw Gail Harris Getty haar schoonvader, de sardonische olietycoon John Paul Getty sr., op de knieën kreeg.

In waargebeurde-mensen-films wordt standaard veel werk gemaakt van het uiterlijk van de hoofdpersonen, ze ‘lijken’. Maar hier niet. De silhouetten kloppen zo’n beetje, veel meer is het niet. Maar alle vier doen ze weergaloos alsof. Michelle Williams is Gail Getty doordat ze weigert emotioneel te worden. Streep onthult in Katharine Graham álle vrouwen in 1971: kapsel en keurig en bescheiden. Oldman flikt het via Churchills stem. Steekt hij tot slot diens befaamde oorlogsspeech af („We shall fight on the beaches…”) dan ga je met terugwerkende kracht om. En nee, al is de Deense Trine Dyrholm een kei van een actrice, ze kan niet tippen aan Nico’s intrigerende verschijning. Maar ze was als 14-jarige al popzangeres en dat betaalt zich terug in doorslaggevende Nico-motoriek: ontploffend als ze optreedt, off stage dodelijk vermoeid.

Film is een graadmeter voor het humeur van de wereld. Dat is somber, en dus sussen en kussen deze films, met de fantastisch-heid van de mens. Niet de verzonnen mens, maar de echte. Ze zijn bewijsstuk A.

    • Joyce Roodnat