Recensie

De vos, eeuwig symbool van illusie en bedrog

Dubravka Ugresic

In haar nieuwe roman draait alles om de kunst van het vertellen van verhalen. De ene gebeurtenis, autobiografisch of niet, wordt zo op speelse manier aan de andere geregen. En een sluwe vos speelt bij dat alles een belangrijke rol.

Aan het begin van haar nieuwe roman De vos vraagt de Kroatische, in Nederland wonende schrijfster Dubravka Ugresic zich af hoe verhalen ontstaan. Je voelt meteen dat hierna van een traditionele roman geen sprake meer is. Ook omdat Ugresic van een essayistische aanpak houdt. En toch is De vos een roman, met als verteller de schrijfster zelf en als rode draad de vos, de klassieke intrigant en bedrieger, die volgens de Russische avant-gardeschrijver Boris Pilnjak het totemdier is dat in ‘al die arme schrijvers vaart’.

Over Pilnjak, die in 1938 op last van Stalin werd geëxecuteerd, gaat het eerste hoofdstuk. Hij is de schrijver van Verhaal over hoe verhalen ontstaan, over zijn ontmoeting in Japan met de schrijver Tagaki. Deze had op zijn beurt een roman geschreven over de liefde tussen een Japanse officier en een Russische vrouw. Als Pilnjak de autobiografie van die vrouw heeft gelezen en op bezoek is geweest in de Japanse tempel van de vos, ‘de godheid van de sluwheid en het verraad’, besluit hij in 1926 om zijn verhaal te schrijven.

Nadat Ugresic dat jaar verbindt met haar Bulgaarse moeder, die door haar huwelijk met een Kroatische zeeman in Zagreb belandde, schakelt ze over naar 1975, als ze in Moskou aan een dissertatie over Pilnjak werkt. Ze ontmoet er diens zoon en wordt verliefd op een onbetrouwbare, roodharige Joegoslaaf. Het levert een verhaal op over de spelletjes die het geheugen met je speelt. Maar tegelijkertijd is ook dit een verhaal over hoe verhalen ontstaan.

In het tweede hoofdstuk voert Ugresic je naar een internationaal congres in Napels. Daar ontmoet ze de weduwe van de beroemde schrijver Levin, een tweede rode draad in deze speelse roman. De hoogbejaarde weduwe teert op de roem van haar overleden man, die met haar trouwde toen hij stokoud en doodziek was. Eigenlijk heeft ze hem amper gekend. Opnieuw duikt de vos op als symbool van illusie en bedrog, want de weduwe blijkt haar ‘literaire’ status vakkundig te hebben geëxploiteerd. En zo weeft Ugresic op inventieve wijze het ene verhaal in het andere, waarbij ze geen moment verveelt.

Aangrijpend is het derde hoofdstuk, dat over het huis gaat dat een bewonderaar haar jaren na de Joegoslavië-oorlog in Kroatië naliet. Hierin haalt Ugresic herinneringen op aan haar ouders, maar analyseert ze ook de idiotie van de Joegoslavië-oorlog die haar geboorteland kapotmaakte, waarna criminelen de macht overnamen. Ze vertelt het aan de hand van een Kroatische mijnenopruimer, die voor die oorlog rechter was, maar zo boos werd over de discriminatie van zijn Servische collega’s op de rechtbank in Zagreb, dat hij zich uit protest voor een Serviër ging uitgeven en zo zijn positie verloor. Met hem heeft Ugresic een verhouding, die ze teder beschrijft en waaraan de dood abrupt een einde maakt.

In het volgende verhaal keert Levin terug. Nu blijkt dat hij in de Sovjet-Unie een avant-gardeschrijver is geweest. Over zijn bewogen leven is een biografie geschreven met als titel The Magnificent Art of Translating Life into a Story and Vice Versa. Eens te meer besef je hier dat je een roman leest, want Levin noch die biografie heeft ooit bestaan. Ze zijn slechts ontsproten aan het brein van een bijzondere schrijfster.

    • Michel Krielaars