Foto Merlijn Doomernik

De Max Verstappen van de woestijn

Als eerste Nederlandse autocoureur ooit won Bernhard ten Brinke een etappe in de Dakar-rally. De 40-jarige ondernemer wil de woestijnrally nu ook winnen. „Geloof me, het gaat lukken.”

Bernhard ten Brinke schreef begin dit jaar geschiedenis door als eerste Nederlandse autocoureur ooit een etappe van de Dakar rally te winnen. Samen met zijn Franse navigator Michel Périn croste hij in Argentinië bijna driehonderd kilometer lang door duinen en kamelengras. Van Belén naar Chilecito, in een verzengende hitte.

Ze begonnen de etappe als achtste, maar passeerden de ene na de andere topcoureur. Toen Ten Brinke zijn Toyota Hilux voorbij de Peugeot manoeuvreerde van sjeik Khalid Al-Qassimi, fulltime rallyrijder uit de Verenigde Arabische Emiraten, groeide zijn zelfvertrouwen. Ten Brinke combineert de sport met het ondernemerschap. Hij heeft geen grote organisaties achter zich en moet het rallyrijden deels uit eigen zak betalen. Dan geeft het een kick om de wereldtop – fulltime professionals – te verslaan.

Een paar dagen na ‘Dakar’ zitten we aan de tien meter lange vergadertafel van keukenbedrijf Bribus in Dinxperlo, een dorp in de Achterhoek. Ten Brinke bestelt koffie en legt zijn mobiele telefoon voor zich op tafel. Hij wordt al dagenlang bestookt door journalisten, maar neemt alleen op als de naam van zijn twaalfjarige zoon in het display verschijnt. Thomas is fanatiek karter en neemt deel aan een wedstrijd in Italië. Hoe waren zijn tijden, wil Ten Brinke weten. Draagt hij de juiste helm? Wanneer is hij van plan terug te komen? „Mooi. Succes. Doei”, besluit hij het gesprek.

Zo vader, zo zoon?

„Thomas is mijn stiefzoon, dus die sportdrive kan niet via de genen zijn doorgegeven. Maar hij was twee jaar toen hij bij mij kwam wonen, dus ik voel mij wel zijn vader. Aanvankelijk dacht ik dat Thomas voetballer wilde worden, net als familielid Charly Bosveld, die bij Vitesse speelde. Maar van de ene op de andere dag meldde hij dat hij wilde gaan karten. Zijn doel is Formule 1-coureur worden, net als zijn held, Max Verstappen.”

Bent u zo’n vader die langs de baan staat te schreeuwen?

„Nee, daarvoor ben ik te veel met mezelf bezig. Ik ben ondernemer en rallyrijder. Dan is het schipperen met je tijd. Ik geef toe dat ik mij wel eens schuldig voel: moet ik Thomas niet meer aandacht geven?”

Ten Brinke’s auto tijdens de dertiende etappe van de Dakar-rally.Foto David Fernandez/EPA

U leidt een familiebedrijf. Werkte uw vader ook zo hard?

„Ja. Mijn vader, hij is tachtig, had een strakke manier van leidinggeven. Zijn motto was: veel uren maken. ‘De zaak’ ging voor alles. Daar had ik als jongen al moeite mee. Toen ik zestien was, wilde hij dat ik bij hem kwam werken. Terwijl ik wilde studeren. ‘Onzin’, zei hij. ‘Je moet leren metselen en timmeren. Ga dan maar naar de LTS.’

„Ik heb het nog tot mijn negentiende kunnen rekken, toen stond hij er op dat ik in de keukenfabriek kwam werken. Vijf uur op, half zes aan de slag. Die discipline heeft mij gemaakt tot wat ik nu ben.”

In die beginperiode kreeg Ten Brinke het geregeld met zijn vader aan de stok. Hij had niets met diens „tunnelvisie”, wilde meer aandacht voor commercie en vond de focus op keukens te beperkt. ‘Óf die ouwe eruit, of ik ga wat anders beginnen’, zei hij na twee jaar tegen zijn moeder. Met enig gemor droeg Ten Brinke senior het bedrijf over aan zijn zoon. Hij zag in dat zijn bemoeizucht diens ontplooiing als ondernemer in de weg stond. „Ik heb meteen een professionalisering in gang gezet”, vertelt Ten Brinke. „Geen van onze werknemers had een arbeidscontract. Ze waren aangenomen op hun blauwe ogen.”

In 2008 was u de jongste in de Quote 500. Kennelijk heeft u iets goed gedaan.

„In die tijd vond ik het leuk dat Quote over mij schreef. Inmiddels ben ik veertig en doet het mij weinig meer.”

Toch niet omdat het zakenblad vorig jaar meldde dat ‘keukenkoning’ Ten Brinke uit de Quote 500 is gevallen?

„Een jaar of acht geleden heeft Quote ons ook al eens uit de Quote 500 gehaald. Ik lig daar niet wakker van. Quote speelt een kat-en-muis-spel. Waarschijnlijk proberen ze een reactie te ontlokken.”

Hij wil er verder weinig woorden aan vuilmaken. Ten Brinke onderstreept dat het goed gaat met zijn ondernemingen. Hij is niet alleen directeur van een keukengigant, maar ook eigenaar van Wiggers Lijstprofielen, een bedrijf dat onderdelen maakt voor de nautische industrie, de timmer-, plint- en grafkistenindustrie. Waar Bribus onder zijn vaders leiding leverde aan particulieren – de deur in Dinxperlo stond voor iedereen open – levert hij alleen nog aan professionele vastgoedbezitters: woningcorporaties, beleggers, ontwikkelaars, zorgbeheerders. „Een smaller bereik, maar we excelleren wel in die markt,” zegt Ten Brinke.

Als sporter maakte hij eenzelfde soort ontwikkeling door. Aanvankelijk racete hij op circuits én in de woestijn. Tot hij in 2012 besloot zich volledig op ‘Dakar’ te richten. Op circuits rijdt Ten Brinke alleen nog ter voorbereiding op de Zuid-Amerikaanse woestijnrace. Zoals vorig jaar in Zandvoort, waar hij de openingsrace van het winterseizoen won.

De auto van Ten Brinke tijdens de vijfde etappe van de Dakar-rally, tussen San Juan De Marcona en Arequipa in Peru.Foto Franck Fife/AFP

Denkt u nooit: ik verkoop mijn bedrijf en ga helemaal voor de topsport?

„Nee, want van sporten word ik een betere ondernemer – en vice versa. De focus en precisie die ik als sporter heb, heb ik ook als ondernemer. Zo sprak ik gisteren een medewerker die een keukendeur met een foutje had geaccepteerd. ‘Het is er maar één’, zei hij. Ik vertelde hoe ik tijdens de laatste Dakar door de duinen reed en mijn banden wilde bijpompen. Bleek het ventiel verstopt, omdat de monteur vergeten was het dopje er op te draaien. Dat leverde veel tijdverlies op. En ergernis. ‘Ook één foutje’, zei ik. ‘Maar daardoor finishte ik die dag wel als zevende, terwijl ik ‘s ochtends op kop lag’.”

U bent een perfectionist?

„Zeker. Ik ga altijd voor de eerste plek. Als je niet naar perfectie streeft, zal je die plek nooit halen.”

De Dakarrace wordt één keer per jaar gehouden. Hoe blijft u fit?

„Ik train vier keer per week met een personal trainer. Aan de overkant van mijn bedrijf stond een oude keukenshowroom. Die heb ik tot fitness-studio laten ombouwen. Vijf voor één in de middag ren ik er naartoe, tien over twee ben ik terug. Gedoucht en al.”

Net zo gedisciplineerd als uw vader.

„Ja. In die zin lijken we op elkaar.”

Uw vader zei tegen Omroep Gelderland dat jullie elke ochtend belden toen u de Dakar reed.

„Dat is overdreven. Maar in die veertien etappes heb ik hem wel een keer of acht gebeld. Ik weet dat hij bang is als ik rijd.”

Hij schrok, vertelde hij, toen uw vrouw hem tijdens de race belde. ‘Ik ben er al één verloren’, zei hij. Wat bedoelde hij daarmee?

Ten Brinke aarzelt even. „Mijn oudere broer Gert-Jan is in 1991 omgekomen bij een bootongeluk. Mijn vader stond op het dek. Ik zat beneden te kaarten met Gert-Jan, zijn vriendin en een vriend. Vanuit het niets werden we overvaren door een duwboot. We klapten om en zonken naar de bodem. Alleen Gert-Jan kwam er niet uit.”

Heeft het uw leven bepaald?

„Het is het ergste wat mij is overkomen. We waren close, mijn broer en ik. Maar of, en hoe, het mijn leven heeft bepaald? Ik was pas twaalf jaar toen hij overleed… Het is wel zo dat ik de plek innam die Gert-Jan was toebedeeld. Mijn vader had hem gevraagd het bedrijf te runnen. Ik zou de commerciële kant doen. Dat liep anders. Ik wist dat het familiebedrijf niet zonder mij kon voortbestaan.”

Mensen die u goed kennen, zeggen: hij kent geen angst.

„Iedereen is wel eens bang. Ook ik. Lang durfde ik niet te vliegen. Maar toen ik begreep hoe het werkt met die opwaartse druk, ben ik toch in zo’n ding gestapt. Voor de rallysport geldt hetzelfde. Ik weet waar mijn grens ligt, omdat ik weet hoe de auto werkt. Ik ben doordrongen van de risico’s.”

Dat zegt u ook tegen uw vader?

„Ja. Hij blijft het moeilijk vinden wat ik doe. Hij is twee keer getrouwd geweest en twee keer is zijn vrouw jong overleden. Zijn enige kind rijdt de Dakar. Maar sinds mijn etappe-overwinning beseft mijn vader ook wat ik in huis heb. Ik heb gezegd dat ik de Dakar kan winnen. Dat klinkt arrogant, maar ik geloof het echt. Is het niet volgend jaar, dan het jaar er op.”

De Max Verstappen van de woestijn?

„Net als Max heb ik die prestatiedrang van huis uit meegekregen. En net als Max ben ik honderd procent gefocust om kampioen te worden. En geloof me, het gaat lukken.”

    • Danielle Pinedo