Vijf Nederlandse bedrijven op VN-lijst om Israëlische nederzettingen

De bedrijven worden in een grotere databank opgenomen, omdat ze volgens de VN-Commissaris voor de Mensenrechten bijdragen aan het nederzettingenbeleid van Israël.

Israëliërs leggen de laatste hand aan een Davidsster in een nederzetting. Foto Jim Hollander / EPA

De VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten onderzoekt vijf Nederlandse bedrijven die actief zijn in bezet Palestijns gebied. De vijf bedrijven maken deel uit van een grotere groep van 206 organisaties, waarvan het grootste deel zich in Israël of in Israëlische nederzettingen bevindt, zo meldt de VN-instelling woensdag in een rapport. Het is niet bekendgemaakt om welke bedrijven het gaat.

De lijst die is samengesteld volgt op een resolutie die maart 2016 werd aangenomen in de VN Mensenrechtenraad. De resolutie, ingebracht door Pakistan op verzoek van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIS), roept VN-Mensenrechtencommissaris Zeid Ra’ad Al Hussein op tot het samenstellen van een database van bedrijven die zich met “de opbouw, ontwikkeling of het onderhoud van Israëlische nederzettingen” bezighouden. De lijst moet jaarlijks worden bijgewerkt.

Bij aanvang van het onderzoek stonden er zeven Nederlandse bedrijven op de lijst om onderzocht te worden, maar na toepassen van de juiste onderzoeksmethoden bleven er vijf over. De Israëlische VN-vertegenwoordiging bestudeert het rapport nog inhoudelijk, maar heeft het in een eerste reactie alvast als “fundamenteel onrechtmatig” bestempeld.

‘Te weinig middelen’

Oorspronkelijk zou de databank in maart 2017 worden vrijgegeven, maar omdat het zo’n omvangrijke taak is werd de deadline verplaatst naar maart dit jaar. De lijst die nu is vrijgegeven geeft alleen het vestigingsland van de bedrijven weer en omschrijft de manier waarop de VN te werk gaat. Ook moeten er nog 142 van de 206 bedrijven worden ingelicht dat ze op de lijst staan, aldus de VN-Hoge Commissaris in een persbericht. Zijn organisatie zou over te weinig middelen beschikken om de databank sneller samen te stellen.

In 2013 en 2014 raakten verschillende Nederlandse bedrijven in opspraak omdat ze zaken deden met Israëlische bedrijven op bezet Palestijns gebied. De ophef die ontstond zorgde ervoor dat onder meer waterbedrijf Vitens, pensioenfonds PGGM en ingenieursbedrijf Haskoning de activiteiten tijdelijk staakten.

    • Sjoerd Klumpenaar