Opinie

    • Arnoud Boot

Overheid moet achtervanger bij pensioen zijn

Een overheid die haar burgers vraagt zelfredzamer te zijn, mag niet ook de zekerheid van pensioenopbouw loslaten, betoogt .
Illustratie Yannick Mortier

Nederland heeft een van de beste pensioenstelsels ter wereld, en toch is er meer gerommel dan ooit rond de toekomst van pensioenen. Vanuit het ministerie van Sociale Zaken wordt grote druk gezet op de sociale partners om in te stemmen met de SER-voorstellen die aansturen op individuele pensioenpotjes. Weliswaar gaat er nog van alles gemeenschappelijk, toch wordt elke vorm van zekerheid in de pensioenopbouw losgelaten. Dit is onnodig. En belangrijker, binnen het grotere geheel van het Nederlandse sociale stelsel waar zelfredzaamheid steeds meer centraal staat, past juist een grotere zekerheid in de pensioenopbouw. En maatschappelijk kunnen we ons een grotere zekerheid veroorloven.

Verdelingsvraagstuk

Om te beginnen: ja, er is reden het pensioenstelsel aan te passen. Het huidige stelsel bestaat in essentie uit een grote gemeenschappelijke pot geld waar jong en oud een claim op hebben. En dat geeft ruzies over wat van wie is – het ‘verdelingsvraagstuk’. Dan zijn er ook nog (gesuggereerde) zekerheden over pensioenuitkeringen, die dan weer de vraag oproepen of er wel genoeg geld is om die beloftes waar te maken (de ‘dekkingsgraad’). Deze fricties maken ook dat in- en uitstappen lastig is; dus veranderen van baan is niet iets waar ons pensioenstelsel makkelijk mee kan omgaan. En zzp’ers doen al helemaal niet mee; het pensioen is gekoppeld aan een arbeidsrelatie. Houdbaarheid vraagt dus aanpassingen.

Het regeerakkoord heeft voorgesorteerd op een oplossing die de SER heeft aangereikt. Het spreekt cryptisch over „[…] van abstracte afspraken die leiden tot teleurstellingen, naar de opbouw van individueel pensioenvermogen”. Wat hier staat, is dat we af moeten van de (gesuggereerde) zekerheid van uit te keren pensioenen (‘de aanspraken’), naar duidelijkheid over individuele spaarpotjes die men opbouwt. Iedereen krijgt dus zicht op een eigen spaarpotje, waarbij men zelf het risico draagt voor het pensioen dat daar ooit uit kan worden betaald. Hoogstens wordt er iets gemiddeld om het toeval van een goed of slecht jaar te verminderen. Wel zijn individuele keuzes begrensd doordat nog steeds alles collectief wordt geregeld en belegd. Gezien de ervaringen met woekerpolissen lijkt dat laatste goed gekozen.

Geen zekerheid

Toch wringt deze oplossing. De onzekerheid over wat er aan pensioenrechten is opgebouwd, wordt ‘opgelost’ door duidelijkheid te verschaffen over hoeveel geld men opzij heeft gezet, maar niet over wat men aan pensioen kan verwachten. Dus men ruilt onzekerheid in voor, in wezen, geen enkele zekerheid. Dit is onbevredigend. Het is evident dat zeker bij lage pensioenen zekerheid een hoge waarde heeft. Waarom is dan ‘individuele potjes’ de inzet van de hervorming en niet waar het mensen echt om gaat: ‘zekerheid waar mogelijk’?

Lees ook: Hoezo moeten alleen werknemers dimmen?

Het pensioenstelsel is te groot om als geheel met zekerheden te omgeven. Het is echter zeer wel mogelijk de SER-voorstellen zodanig te amenderen dat een eerste laag in de pensioenopbouw (boven op de AOW) wel degelijk zekerheden kent en meeloopt met inflatie of welvaart. De overheid kan hier enig ‘achtervangrisico’ op zich nemen om die zekerheid te bieden. Dit kunnen we ons veroorloven. En enige risicodeling via de overheid is volstrekt logisch en gangbaar. Als pensioenfondsen geacht worden dat zelf te doen, moeten enorme potten extra geld worden aangelegd. Macro-economisch is dat geen goed idee: de pensioenpotten zíjn al enorm. Overigens moeten voor een goed beheer de middelen voor deze ‘eerste laag’ wel worden afgezonderd. Voor het resterende deel van het pensioen kunnen de SER-voorstellen gelden.

Participatiesamenleving

Misschien nog belangrijker is dat het past binnen het grotere plaatje van zelfredzaamheid. De Troonrede van 2013 had het over de ‘participatiesamenleving’. Hiermee werd bedoeld dat men meer het lot in eigen hand moet nemen, en eigenlijk minder moet vertrouwen op de verzorgingsstaat (dus bijvoorbeeld zelf moet anticiperen op het ouder worden en hulp in eigen kring moet organiseren).

Even los van dat specifieke voorbeeld en de verhitte discussies daarover lijkt het niet controversieel om aan te nemen dat de eigen verantwoordelijkheid belangrijker zal worden. En dit brengt zelf te dragen risico’s met zich mee, zelfredzaamheid dus, ook financieel. En hier komt het pensioen kijken: het pensioen is het scharnier om invulling te kunnen geven aan beleid dat gericht is op zelfredzaamheid.

Het ministerie van Sociale Zaken moet dus terug naar het grotere plaatje. Hoe past het pensioen binnen de samenleving van morgen? Dan is het antwoord: zekerheden zijn nodig bij lage pensioenen om invulling te geven aan de gevraagde zelfredzaamheid. De overheid is aan zet dit mogelijk te maken.

En zo kan ook gezorgd worden dat de pensioenhervorming aansluit bij de behoeftes van de mensen om wie het gaat: de huidige en toekomstige pensioengerechtigden. Zijn we die eigenlijk niet uit het oog verloren in al die jaren met discussies binnen de SER? Dus eigenlijk vergeten waar het om begonnen was?

    • Arnoud Boot