Overal ijshockey, tot op het bankbiljet

Wie ijshockey zegt, denkt aan Canada. De sport is immens populair in het ‘Grote Witte Noorden’ met zijn barre winters.

In het licht van een paar schijnwerpers gaan zeven schaatsers op een donkere winteravond soepel heen en weer op een openluchtijsbaan in een woonwijk van de Canadese stad Montreal. Gekleed in winterjassen en met mutsen op spelen ze elkaar vliegensvlug de puck toe op de baan, die wordt omgeven door houten schotten. Sporttassen liggen in de sneeuw bij een opening in de omheining.

Het is koud: je ziet de adem van de spelers in de ijle winterlucht. Hun schaatsen maken een schaafgeluid op het ijs, terwijl de puck met doffe klopklanken tegen de sticks aanketst. „Hey hey”, roept een speler een andere toe om de puck. Hij krijgt hem toegeschoven en schaatst op het doeltje af met de puck klevend aan de stick. Pats, het net in, goal. Volgende ronde.

Pickup hockey

Het tafereel van een informeel potje pickup hockey speelt zich de hele winter overal af in Canada, ijshockeyland bij uitstek. Op ijsbanen in steden en dorpen en vijvers op het uitgestrekte platteland komen Canadese jongens – en in toenemende mate ook meisjes – de winters door met beoefening van de stoere nationale sport.

„Hockey is sport nummer één in Canada”, zegt Tony Castelli, een deelnemer aan het wedstrijdje in Montreal, tijdens een korte pauze. „We zijn erg goed in het spel. Dat vergt vaardigheden als snel schaatsen en uithoudingsvermogen. Het is een sport waar we trots op kunnen zijn, omdat we het zo goed kunnen.”

Dat de sport zich afspeelt op ijs spreekt vanzelf voor de inwoners van het ‘Grote Witte Noorden’, waar lange, strenge winters onontkoombaar zijn. Canadezen spreken dan ook simpelweg van ‘hockey’. Wie ‘ice hockey’ zegt is duidelijk geen ingewijde.

En Canadezen zijn gek op hockey. In een uitgestrekt land met aanzienlijke culturele en linguïstische verschillen, is passie voor ijshockey een bindmiddel. Van Newfoundland in het oosten tot British Columbia in het westen, inclusief Franstalig Quebec, is hockey veel meer dan een spelletje op het ijs. Het is een deel van de nationale identiteit. Waar anders dan in Canada staat een ijshockeytafereel op een bankbiljet?

„Als kind zaten we zaterdagavond altijd rond de tv om naar hockey te kijken”, zegt Castelli (58), die de liefde voor de sport heeft doorgegeven aan zijn zoon Jeremy, een van de andere spelers. „Onze idolen waren hockeyers als Maurice ‘the rocket’ Richard van de Montreal Canadiens, we wilden net zoals hen zijn.”

‘Original Six’

De Canadiens zijn een van de ‘Original Six’, de oorspronkelijke zes teams van de professionele competitie in Canada en de Verenigde Staten, de National Hockey League (NHL). Hoewel slechts zeven van de huidige 31 NHL-teams Canadees zijn, beschikken alle ploegen, tot in het zonnige Arizona en Florida, over Canadese spelers die als jochies de kunst leerden op Canadees ijs. Zo’n 46 procent van de spelers in de NHL zijn Canadezen (ruim een kwart is Amerikaans, de overigen zijn Europeanen).

Doorgaans wordt dat brede talent ingezet om de Canadese eer te verdedigen op de olympische ijsbaan. Niets minder dan goud wordt daarbij verwacht door het Canadese publiek. Zowas het in Salt Lake City in 2002, waar een Canadese dollarmunt onder het ijs zat, die nog wordt tentoongesteld in de Hockey Hall of Fame in Toronto. Zo was het op het thuisijs in Vancouver in 2010, waar sterspeler Sidney Crosby als kroon op triomfantelijke spelen voor de winnende goal én nationale ontlading zorgde. En zo was het vier jaar geleden in Sotsji.

Maar dit jaar ligt het anders. De NHL, een miljardenbusiness, weigert voor het eerst sinds 1994 de profspelers af te staan voor het olympische toernooi. De Canadese ijshockeyselectie voor Pyeongchang bestaat daarom uit oud-spelers en spelers uit kleinere en Europese competities – tot teleurstelling van fans, die het liefst hun sterren zien uitblinken. Sportverslaggever Jack Todd heeft fans opgeroepen de NHL uit protest te boycotten tijdens de Winterspelen,

De kans dat het gebeurt, is klein. Daarvoor zijn Canadezen te diep begaan met wat er op het ijs gebeurt als hun thuisploeg speelt. De inwoners van een land dat bekendstaat als ingetogen laten hun bescheidenheid vaak varen als het aankomt op ijshockey. Want ijshockey zit Canadezen in het bloed. Diverse Canadese steden en dorpen claimen aan de wieg te hebben gestaan van de sport, hoewel varianten van het spel ook in Europa voorkwamen.

De auteur Roch Carrier, schrijver van het klassieke kinderboek The Hockey Sweater, omschreef het belang van ijshockey toen hij opgroeide in Quebec in de jaren vijftig: „De winters van mijn kindertijd waren lange seizoenen. We brachten de tijd door op drie plekken: school, kerk en ijsbaan. Maar ons echte leven was op de ijsbaan. Echte gevechten werden beslist op de ijsbaan. Echte kracht bleek op de ijsbaan. Echte leiders traden naar voren op de ijsbaan.”

Minder bekende spelers

Liefhebber Castelli vindt het jammer dat de NHL-spelers niet meedoen in Pyeongchang. Maar hij gunt de mindere spelers een kans. „De NHL-spelers hebben het al gemaakt, dus het is wel goed voor de sport.”

De Canadese vrouwen hebben niets te maken met de NHL. Zij zijn bijna onoverwinnelijk: sinds vrouwenijshockey in 1998 olympisch werd, heeft Canada altijd de finale gehaald. De laatste vier keer wonnen de ijshockeysters goud. De nationale eer is bij hen in goede handen.