Welk type ben jij op het schoolplein?

Vaste Gasten

Elk schoolplein is anders, maar sommige ouders lijken op elkaar, ziet Merel Thie

  • 1. De moeder die alles heeft

    She has it all. Volkomen ontspannen wandelt ze om kwart over acht met zorgvuldig geföhnd haar richting school. Ze heeft niet alleen tijd om haar haar te föhnen, maar ook nog leuk werk als ontwerper of fotograaf, hoewel je nog nooit iets van haar hebt gezien. Ze beschikt intussen wel over het ultieme statussymbool op het schoolplein: interessant werk om over te vertellen zonder de nadelen die bij jouw werk horen. Dat je soms ergens op een bepaald tijdstip moet zijn, bijvoorbeeld. Als zij relaxed naar school wandelt, sta jij al in de file bij Den Haag. Je vermoedt dat ‘de moeder die alles heeft’ zich iets meer aan de rand van de arbeidsmarkt bevindt dan ze in gesprekjes doet voorkomen.

  • 2. De vader in fietspak

    Hij kent geen gêne - dat vindt zijn vrouw juist zo leuk aan hem. ’s Ochtends arriveert hij gekleed in fietstricot met de bakfiets op het schoolplein. Die parkeert hij overdwars in de aanlooproute zodat er niemand meer langs kan. Omdat hij direct in gesprek raakt met een bekende, ziet hij niet dat achter zijn bakfiets een opeenhoping van bedremmelde kindjes ontstaat. Staat meestal wijdbeens als hij praat. Reageert alleen op appjes als de inhoud ervan hem goed uitkomt.

  • 3. De moeder die vreest dat haar kind ‘er buiten valt’

    Gehaast komt ze op het groepje ouders op het schoolplein afgelopen, haar ogen verraden lichte paniek. Waar gaat het gesprek over? Het zal toch niet zo zijn dat ze iets mist waardoor haar dochter buiten de boot valt? Na een halve minuut heeft ze in de gaten dat het gesprek over het Paasontbijt gaat. Ze valt in met vragen om te zien of ze de mails van de juf wel goed heeft begrepen. „Dus: eerst het eten de klas in brengen en pas een half uur later je kind?” Ze heeft het goed begrepen. Maar: nieuwe paniek dient zich al aan als blijkt dat andere ouders wel een mail hebben gekregen met de paklijst voor het schoolreisje. Haar terugkerende paniek komt voort uit de bij veel ouders diepgewortelde angst voor sociaal isolement van hun kind. De kans daarop willen zij niet vergroten door het op de verkeerde dag verkleed naar school te laten komen.

  • 4. De nonchalante vader

    Zijn kinderen lopen de hele winter op slippers en in korte broek. Dat is immers de beste manier om ze zelf verantwoordelijk te maken voor hun lichaamstemperatuur, vindt de nonchalante vader. Ontbijten hoeven ze ook niet, ‘anders leren ze nooit wanneer ze honger hebben’. Om zes uur worden jij en andere ouders toegevoegd aan de whatsappgroep ‘waar is Sophie’. Niemand reageert, maar de volgende ochtend zie je Sophie gewoon weer op haar slippers naar school huppelen. Als enige van haar klas vandaag niet verkleed.

  • 5. De melancholische moeder

    Het is woensdagochtend als ze om de hoek bij school staat te snikken. Ze heeft haar jongste kind voor het eerst naar school gebracht. Natuurlijk is het heerlijk dat er nu drie uur zuivere me-time voor haar ligt. Maar ze weet ook wat ze gaat missen. Thuis zet ze uit gewoonte toch maar de Teletubbies op. Gebeurtenissen die voor anderen hoogtepunten zijn – schooloptredens, verjaardagen – ziet zij vooral als aankondigingen van het onvermijdelijke afscheid. ‘Straks zijn ze het huis uit’. Vergeet door haar weemoedige inborst soms wat in het heden te leven.

  • 6. De zeer betrokken vader

    Vanavond is het eindtoneel van groep acht. Een vader appt je die middag: ‘Is het geen leuk idee om de hele voorstelling live te streamen? Heb jij een camera?’ Je denkt alleen maar: ‘Waarom? Iedereen die de tenenkrommende, maar ontroerende voorstelling wil zien, is daar toch?’ Deze vader ontplooit voortdurend initiatieven (Een schoolkrant! Cabaret! Kleien voor Afrika!). In deze categorie valt ook de moeder die in de aanloop naar het toneelstuk een maquette maakt van het decor – correct op schaal.

  • 7. De afwezige ouder

    Je ziet ze vrijwel nooit. Hun kinderen worden gebracht door de voorschoolse opvang en gehaald door de naschoolse. Die ene keer dat ze het wel zelf komen halen (oma is dood) krijgen ze geen warme ontvangst van hun kind. ‘Huh, wat doe jij hier? Ze wachten bij voorkeur zo ver mogelijk van de schooldeur op hun kind. Ze praten met niemand – want ze kennen niemand. Maar het lijkt ze ook vreselijk, dat geklets van die ouders met elkaar. Roddelen over de juf zeker, lekker belangrijk. Bovendien zijn ze als de dood dat ze gevraagd worden voor een klusje op school – onder werktijd, zul je altijd zien.

  • 8. De boze moeder met het ZIK (zeer ingewikkelde kind)

    Ze werkt niet. Want ze wil er ‘helemaal zijn voor haar kinderen’. Nu heeft ze, dat moet je haar nageven, ook zeer bijzondere kinderen. Andere mensen zouden misschien zeggen: ingewikkeld. Moeiteloos combineert ze diagnoses als PDD-NOS met hoogbegaafdheid als het over haar kinderen gaat. Twijfel verteert deze moeder. Is haar kind niet beter af in een andere klas of op een andere school? Want hier, zo legt de boze moeder graag uit bij het schoolhek, krijgt haar kind in ieder geval niet wat het nodig heeft. Vaak bedoelt de boze moeder daarmee ‘verrijkingsstof’. Als ze midden in de nacht wordt wakker gemaakt, prevelt de boze moeder het woord als een mantra: verrijkingssstof.

Noem de tv-serie De Luizenmoeder op het schoolplein en je hoort anekdotes zoals die over uitsloofouders. En van ‘juf Ank’ „lopen er zo veel rond”. Lees daarover: De herkenbare mores van De Luizenmoeder
    • Merel Thie