NRC checkt: Vermogensgroei rijken kan extreme armoede zeven keer beëindigen

Dat stelt Oxfam Novib in een rapport over de inkomensongelijkheid in de wereld.

Abduljabbar Zeyad/Reuters

De aanleiding

Oxfam Novib publiceerde vorige week een rapport over de inkomensongelijkheid in de wereld. In 2017 bezat de rijkste 1 procent 50,1 procent van het mondiale vermogen. De rijkste 42 mensen hebben evenveel geld als de armste 3,7 miljard mensen samen. Wij onderzoeken de stelling, door de NOS aangehaald, dat met de vermogensgroei van de miljardairs in de wereld zeven keer een einde gemaakt zou kunnen worden aan extreme armoede.

Waar is het op gebaseerd?

Oxfam Novib gebruikt onder meer gegevens van de Wereldbank en het blad Forbes (voor het aantal miljardairs en hun vermogen). Bij het rapport over de „ongelijkheidscrisis” in de wereld is een uitleg van twaalf pagina’s gevoegd over de gebruikte rekenmethode’s.

En klopt het?

Ontwikkelingseconoom Erwin Bulte van Wageningen University & Research zegt dat de berekeningen van Oxfam een gedegen indruk maken. De conclusies verbazen hem niet. De laatste jaren is er vaker vastgesteld dat de ongelijke vermogensverdeling in de wereld toeneemt, zegt hij.

Volgens Forbes waren er in februari vorig jaar 2.043 miljardairs, 233 meer dan in 2016. Hun gezamenlijke vermogen was bijna twaalfhonderd miljard hoger dan in 2016. Maar Oxfam Novib keek alleen naar de vermogensgroei van miljardairs die ook al miljardair waren in 2016. Dan komt de – voor inflatie gecorrigeerde – vermogensgroei uit op ‘slechts’ 762,5 miljard dollar (611 miljard euro).

Vervolgens heeft Oxfam voor bijna 170 landen afzonderlijk de zogeheten ‘armoedekloof’ berekend. Dat is het bedrag dat nodig zou zijn om alle inwoners die onder een inkomen van 1,90 dollar per dag zitten, uit hun ‘extreme armoede’ te trekken. De koopkrachtnorm van 1,90 dollar – of het equivalent daarvan in nationale valuta – is de maatstaf die de Wereldbank hanteert voor ‘extreme armoede’. Daarbij wordt wel gecorrigeerd voor de zogeheten koopkrachtpariteit: in het ene land kun je voor 1,90 dollar meer (of minder) voedsel en diensten kopen dan in het andere land.

De aldus verkregen cijfers (in nationale valuta) over de armoedekloof in de verschillende landen heeft Oxfam tegen reële marktprijzen omgerekend naar dollars, en bij elkaar opgeteld. Aan het einde van die exercitie komt de organisatie uit op een mondiale armoedekloof van 107 miljard dollar in 2017 – met 846 miljoen mensen onder de absolute armoedegrens. Op dat bedrag (107 miljard) is de stelling gebaseerd dat met de vermogensgroei van de miljardairs (762,5 miljard dollar) zeven keer een eind kan worden gemaakt aan de extreme armoede.

Lees ook: Oxfam: rijkste 1 procent bezit nu 50 procent vermogen

Aan deze ramingen moet geen absolute waarde worden gehecht, zegt ook onderzoeker Deborah Hardoon van Oxfam. Bij haar studie heeft Oxfam de meest recente landencijfers van de Wereldbank gebruikt, de meeste uit 2013 of eerdere jaren, en die geëxtrapoleerd – rekening houdend met inflatie. Daarop is ook de schatting van 846 miljoen extreem armen gestoeld. In werkelijkheid is hun aantal de afgelopen vijf jaar verder gedaald en daarmee ook de omvang van de armoedekloof.

Met andere woorden: de miljardairs kunnen een nog grotere bijdrage leveren aan armoedebestrijding dan Oxfam voorstelt. „Onze schattingen over de mondiale inkomensverdeling zijn inderdaad conservatief”, zegt Hardoon.

Voor ontwikkelingseconoom Bulte maakt het niet zoveel uit of de vermogensgroei van de 1 procent allerrijksten de extreme armoede 6, 7 of 8 keer kan uitbannen. „Het belangrijkste is dat het rapport de ongelijkheid in perspectief plaatst en laat zien dat het uitbannen van extreme armoede geen onhaalbare budgetten vereist. Uiteindelijk draait het om politieke keuzes.”

Conclusie

Met hun vermogensgroei kunnen de miljardairs in de wereld een forse bijdrage leveren aan het uitbannen van extreme armoede. Daarom beoordelen we de stelling als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt

    • Wim Brummelman