Moralistische satire van toen, die ook voor nu geldt

Opera Simon McBurney regisseert Stravinsky’s The Rake’ s Progress bij De Nationale Opera. „Hij is als iemand die een ei breekt, en dat probeert te lijmen.”

Tom Rakewell (Paul Appleby) komt oog in oog met Nick Shadow (Kyle Ketelson), in Stravinsky’s The Rake’s Progress door De Nationale Opera, geregisseerd door Simon McBurney. Foto Monika Rittershaus

‘Wie op een gegeven moment in een gevangenis of gekkenhuis terechtkomt, is daarnaar eigenlijk al zijn hele leven onderweg. Zoiets gaat niet plotseling, maar geleidelijk.” De Britse opera- en toneelregisseur Simon McBurney (60) raakt met deze woorden precies de kern van The Rake’s Progress, een opera van Igor Stravinsky uit 1951. „En het gebeurt ook onverbiddelijk”, voegt hij eraan toe.

Bij De Nationale Opera in Amsterdam repeteert McBurney aan Stravinksy’s bekendste opera, die vrij vertaald De loopbaan van een losbol heet. Deze losbol is Tom Rakewell die wegvlucht van het eenvoudige landleven naar de grote stad, Londen, waar hij zich overgeeft aan buitensporige uitspattingen, als bordeelbezoek, dranklokalen, gokhuizen en meer loze genoegens. Hij verwaarloost zijn grote geliefde, Anne Truelove, en kiest een nieuwe eega, Baba the Turk, een reuzin die tevens kermisattractie is. Volgens McBurney is Tom „zo losgesneden van zijn moeder dat hij volkomen verdoold raakt”. De breuk met de moeder noemt McBurney vaker tijdens het gesprek, het is een thema in zijn omvangrijke oeuvre als regisseur, performer en toneelschrijver.

Lees ook het interview met Simon McBurney uit 2015: ‘Beste theater is vol theater’

Soms laat McBurney minutenlange stiltes vallen, waarbij hij zijn hoofd ver vooroverbuigt. Op de schminktafel van de kleedkamer verschikt hij zijn telefoon, blocnote en pen, alsof hij met decorstukken schuift. De nadruk op de geleidelijkheid van iemands levensloop vormt de leidraad voor zijn regie van The Rake’s Progress. Stravinsky deed de inspiratie voor deze opera op in 1947 toen hij in Chicago een tentoonstelling bezocht van de Britse schilder en kopergraveur William Hogarth. Tussen 1732 en 1734 schilderde hij acht taferelen, The Rake’s Progress, waarin hij de teloorgang van Tom uitbeeldt die geld van zijn vader erft, zich verliest in losbandigheid en het fortuin erdoor jaagt.

Op een veiling worden zijn laatste bezittingen van de hand gedaan. Hij eindigt in het gekkenhuis, de beruchte Bethlam psychiatrische inrichting. McBurney ziet in de reeks taferelen „een moralistische satire van die tijd, maar ook geldig voor nu”. De veiling bijvoorbeeld staat voor hem gelijk aan de manier waarop de huidige financiële wereld slachtoffers eist door, zoals de regisseur benadrukt, „mensen die onaantastbaar zijn voor de crisis”. Zij zijn, net als Tom, „nietsontziende verkwisters”. De reeks schilderijen is bedoeld als „waarschuwing”, zegt McBurney, een waarschuwing die hij meeneemt naar deze eeuw.

Na het zien van de Hogarth-tentoonstelling zocht Stravinsky een librettist, en die vond hij in de Engelse dichter W.H. Auden en diens vriend. „Stravinsky en Auden leefden in Amerika in ballingschap”, zegt McBurney. „Beide kunstenaars ontvluchtten de verschrikkingen van de oorlog en zijn als vreemdelingen van hun thuisland, hun moederland, afgesneden. Bovendien dragen ze de herinnering met zich mee van de eerste atoombom op Hiroshima. Dat heeft hen voorgoed beïnvloed maar ook onzeker gemaakt over de toekomst van de mensheid: wat gaat er gebeuren? De dreiging van buitenaf was verschrikkelijk groot.”

Radicale vondsten

Na het gesprek gaan we naar de zaal waar dirigent Ivor Bolton het Nederlands Kamerorkest leidt met Julia Bullock en Paul Appleby in de hoofdrollen als Anne Truelove en Tom Rakewell. Eerder waren bij De Nationale Opera in McBurney’s regies A Dog’s Heart en Die Zauberflöte te zien, twee opwindend-uitdagende voorstellingen waaruit zijn talent voor radicale vondsten blijkt. Zo reed de Koningin van de Nacht in Die Zauberflöte rond in een rolstoel, hoe oneerbiedig! Ze hoort aan het sterrenfirmament te prijken.

Foto Monika Rittershaus

Het toneeldecor bestaat uit smetteloos witte wanden waarop projecties de plaats van handeling tonen. Dat gaat dwars door de tijd heen, van een lieflijk pastoraal landschap via de achttiende-eeuwse zinnebeelden van Hogarth tot aan de razende drukte van de grote stad. McBurney wijst, in de eerste akte, op de figuur van Nick Shadow (Kyle Ketelson), een nieuw personage verzonnen door Stravinsky en Auden, die niet op de originele schilderijen voorkomt. „Hij is als de duivelse Mefisto die de ziel van Tom opeist en hem verleidt tot de zonden van genot en geldverspilling, en hem uiteindelijk tot gekte en de dood brengt”. Tom wil aldoor hogerop: meer geld, meer vrouwen, meer wereldse zaken. Juist op het moment dat hij zingt over geldgebrek, sluipt er een schim aan de achterzijde langs de witte wand, het is Nick Shadow. De wanden zijn gesloten, er zijn geen deuren. De zwarte schaduw die Nick is snijdt met een mes dwars door het papier heen. Met brutaal geweld verschaft hij zich toegang tot Toms wereld.

Gaandeweg scheuren de flinterdunne schermen open en een invasie van nachtmerrieachtige objecten dringt binnen, zoals de kop van een giraf met zijn lange nek, een sarcofaag, totempaal, paardenhoofd, een kroonluchter. In dit apocalyptische visioen toont McBurney zijn meesterschap: „De opera gaat over Rakewells angst dat zijn wereld kapotgaat, al lokt hij de vernietiging zelf uit. In het begin kon hij op het pure wit van de wanden zijn dromen en illusies projecteren, geleidelijk gaat dat niet meer. In zijn gekte is hij als iemand die een ei breekt, en vervolgens dat ei probeert te lijmen. Dat kan niet, maar er zullen altijd mensen zijn die dit onmogelijke willen. Zo iemand is Tom ook. Hij is door zijn drang het allerhoogste te bereiken tegelijk diep in het leven geworteld. Dat is zijn tragiek.”

The Rake’s Progress van Igor Stravinsky door De Nationale Opera. Première: 1/2 Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. T/m 21/2. Inl: operaballet.nl