Magnetometers wijzen de graven aan

Archeologie

Op de heide bij Epe worden prehistorische grafheuvels opgegraven. Archeologen hopen grafgiften te vinden van de enkelgrafcultuur.

Leidse archeologen zijn begonnen met nieuwe opgravingen van prehistorische grafvelden in de buurt van Epe. Foto’s Quentin Bourgeois

„Dit kan weleens een potje worden”, zegt archeoloog Adé Porreij-Lyklema. Hij heeft net twee aardewerkscherven uit de zwarte grond geplukt. De rest van de pot ligt waarschijnlijk dieper in de bodem.

Het is een zonnige dinsdagochtend op Kroondomein Het Loo bij Epe. Mist trekt op van de heide, in de verte worden de grafheuvels zichtbaar. Archeologen van de Universiteit Leiden en het Rijksmuseum van Oudheden zijn druk aan het werk op twee vierkante lappen grond van tien bij tien meter die ze maandag hebben blootgelegd.

De archeologen zoeken naar sporen van mensen die hier 5.000 jaar geleden hun doden begroeven. Ze hopen grafmonumenten, grafgiften, vuurplaatsen en misschien zelfs menselijke resten te vinden. Ze zoeken niet in de grafheuvels zelf, maar in de grond eromheen. Aan de oppervlakte zag de opgravingsplek eruit als elk ander stuk hei. Maar onderzoek met een magnetometer wees uit dat er onder de bodem een grafmonument kan liggen.

De scherven zijn alvast hoopgevend. Het kunnen de resten zijn van een potje dat bij een graf is bijgezet. Verdere aanwijzingen zijn de greppelsporen in de bodem. Zulke greppels zijn ook rond grotere grafheuvels gevonden. Later deze week moet blijken of er nog menselijke resten in het graf te vinden zijn.

De grafheuvelrij bij Epe stamt uit het derde millennium voor Christus. Bij elkaar gaat het om vijftig heuvels die zich in een rechte lijn uitstrekken over meer dan zes kilometer. Binnen Nederland is het grafheuvelcomplex uniek, maar in het buitenland zijn vergelijkbare rijen gevonden, tot aan Oekraïne en Rusland aan toe.

Archeologen kennen de makers van de grafheuvels als de enkelgrafcultuur. De oorsprong van deze cultuur ligt op de steppen van West-Azië. Zo’n 5.000 jaar geleden verspreidde deze cultuur zich in relatief korte tijd over het gebied van de Wolga tot de Rijn. Het waren krijgshaftige nomaden die koeien en paarden hielden en in koper handelden. En waarschijnlijk spraken ze Proto-Indo-Europees, de taal waar bijna alle moderne Europese talen van afstammen.

Deze mensen begroeven hun doden in uitgestrekte dodenlandschappen

Heidelandschappen zoals hier bij Epe in de buurt moeten een enorme aantrekkingskracht op deze mensen hebben uitgeoefend. „Voor ons is een kerkhof een plek met een muurtje eromheen waar mensen schouder aan schouder begraven liggen”, zegt archeoloog Quentin Bourgeois van Universiteit Leiden die de opgraving coördineert. „Maar deze mensen begroeven hun doden in uitgestrekte dodenlandschappen met overal plekken die betekenis hadden. Dat past ook bij een cultuur die veel mobieler was en veel minder grenzen kende.”

Bourgeois doet al jaren onderzoek aan de enkelgrafcultuur. Vorig jaar liet hij zien dat mannen over het hele continent op dezelfde manier begraven werden „Dat wijst op een coherent wereldbeeld. Iemand uit Oekraïne die hier in Gelderland een begrafenis bijwoonde, zou alle rituelen hebben begrepen”, zegt Bourgeois.

Patronen in de bodem

De opgraving is tegelijkertijd een test voor het gebruik van magnetometers die minuscule magnetische afwijkingen in de bodem registreren. Bepaalde metaalhoudende stenen en vuurplaatsen zijn bijvoorbeeld te detecteren. Maar ook grond waarin gegraven is geeft een signaal, doordat actieve bodembacteriën magnetiet aanmaken. Zo kan een magnetometer patronen in de bodem zichtbaar maken waar vroeger kuilen, greppels en zandhopen hebben gelegen.

In het buitenland is het gebruik van magnetometers bij opgravingen al ingeburgerd.„Maar Nederlandse archeologen zijn lange tijd sceptisch geweest”, zegt Bourgeois. „De eerste magnetometers waren niet gevoelig genoeg. Commerciële magnetometers hebben nog steeds maar een gevoeligheid van enkele nanotesla [miljardste tesla] maar het apparaat dat we hier hebben gebruikt, ontwikkeld door de Duitse archeoloog Jörg Fassbinder, registreert al afwijkingen van een paar picotesla [biljoenste tesla].”

De opgraving heeft ook karrensporen blootgelegd. Mogelijk stammen die uit de Middeleeuwen. En de archeologen vonden sporen van kaarsrechte afgravingen. Waarschijnlijk zijn die sporen 36 jaar oud. Archeologen hebben destijds grond afgegraven om de naastgelegen grafheuvels te reconstrueren. Zonder het te weten, hadden archeologen bijna het ene grafmonument vernietigd om het andere te reconstrueren. Bourgeois: „Dat zouden we nu niet meer zo doen.”

    • Lucas Brouwers