... maar conflict in Afghanistan verhevigt juist

Geweld

In Afghanistan is geen sprake van een ‘post-conflictsituatie’, maar van een aanhoudend conflict dat tot steeds meer geweld leidt.

Afghanistan is momenteel een snelkookpan onder druk van een voortdurend conflict. Tot die conclusie komt Oxfam in het rapport Returning to Fragility, dat deze woensdag verschijnt. De hulporganisatie onderzoekt hierin de vraag of het veilig is om terug te keren naar Afghanistan en wat het betekent voor een samenleving als er zoveel terugkeerders zijn. Sinds 2015 zijn ruim 2 miljoen Afghanen teruggekeerd, van wie de meesten vanuit Pakistan en Iran. Slechts 0,6 procent van de terugkerenden komt vanuit Europa.

Het rapport verschijnt op een moment dat er in anderhalve week tijd vier aanslagen achter elkaar waren, waarbij in totaal zeker 150 doden vielen. Het aantal doden bij incidenten – waartoe zowel luchtaanvallen, schietpartijen op de grond, aanslagen als militaire aanvallen worden gerekend – is tussen 2009 en 2017 verdubbeld.

Uit VN-rapporten blijkt dat tussen januari en november 2017 in totaal 21.105 incidenten waren, een toename van 1 procent vergeleken met dezelfde periode het jaar daarvoor. Het aantal slachtoffers dat daarbij viel was 14.600, meldde Pajhwok Afghan News deze maand. Omgerekend komt dat neer op gemiddeld 68 doden per dag.

Pajhwok Afghan News telt alle doden, zowel burgers, militairen als militanten bij elkaar op onder het motto ‘een mens is een mens’. Onder (potentiële) terugkeerders zal vooral de vraag leven hoeveel burgerdoden er vallen. In 2016 waren dat er 2.616, in de eerste negen maanden van 2017 alleen al waren dat er 2.640 (de exacte cijfers over heel 2017 worden volgende maand bekend gemaakt).

Het is niet voor niets dat VN-secretaris António Guterres in augustus al aangaf dat er in Afghanistan, anders dan vaak gedacht, geen sprake is van een ‘post-conflict’-situatie, maar van een conflict waarbij niets erop wijst dat de intensiteit vermindert.

Die burgerdoden vallen in de eerste plaats door aanvallen van de Talibaan – waarbij je in feite niet van één Talibaan kan spreken – de guerrillagroep Haqqani en diverse IS-gelieerde groepen. Volgens het VN-rapport over de eerste helft van 2017 hebben de Talibaan zowel meer aanslagen gepleegd als meer slachtoffers gemaakt. Kort gezegd: militanten winnen aan invloed. De huidige leider van de Talibaan, Mawlawi Hibatullah Akhundzada, is een conservatieve religieuze geleerde, die net als zijn voorgangers, de huidige regering van Afghanistan wil destabiliseren.

Dat gebeurt doordat bijvoorbeeld het aantal provincies waar de Talibaan de scepter zwaait of veel invloed heeft, is gestegen: van 27 in november 2015 tot 54 in augustus 2017, becijferde het Afghanistan Analysts Network (AAN). De Talibaan blijven actief in de buurt van de hoofdsteden van de provincies, om ze onder druk te houden.

Daarnaast hebben de Talibaan ook een parallelle overheidsstructuur gecreëerd, iets dat volgens AAN zeer onderbelicht blijft. De Talibaan zouden belasting aan „mediabedrijven, zakenlui en gewone mensen” vragen en ook aan „provinciale raadsleden en ambtenaren in dienst van de gouverneur.”

Officieel is Afghanistan een „veilig land”. Dus gaan uitzettingen van asielzoekers door.

In sommige provinciale delen krijgen de Talibaan zó weinig weerwerk, dat ze zich gaan richten op „gezondheid, veiligheid en handel”. Scholen en ziekenhuizen die nog door de overheid gefinancierd worden, zijn in handen van de Talibaan. Het onderwijs wordt aangepast, kinderen krijgen lessen in wapengebruik, ziekenhuizen worden gedwongen voorrang te geven aan gewonde Talibaanstrijders.

Voor het eerst sinds het terugtrekken van de internationale troepen eind 2014, is ook het aantal binnenlandse vluchtelingen in Afghanistan toegenomen. Volgens Oxfam zijn alleen al in 2017 zeker 372.977 mensen op de vlucht geslagen.

Los van de militante groepen vallen er ook meer burgerdoden door het toegenomen aantal luchtaanvallen door de Verenigde Staten. Tussen januari en september 2017 werden er 2.400 aanvallen vanuit de lucht uitgevoerd, het hoogste aantal sinds 2014, waarbij in vijf jaar tijd niet eerder zoveel bommen zijn afgeworpen, aldus SIGAR, Washingtons adviesorgaan voor Afghanistan.

Volgens OCHA, het bureau van de VN dat zich bezighoudt met humanitaire hulp, is er dan ook geen enkele reden om voor het jaar 2018 enigszins optimistisch te zijn over Afghanistan.

    • Toef Jaeger