Recensie

Knuffelbare giganten met weinig artistieke ambitie

Beeldende kunst

De Amerikaanse kunstenaar en muzikant Stefan Tcherepnin maakt kleurrijke knuffelfiguren. Die zijn nu te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam. Zijn werk is vooral behaagziek.

Zaalopname Stefan Tcherepnin: The Mad Masters, 2018, Stedelijk Museum Foto Gert Jan van Rooij

Ze zijn caramelkleurig, sneeuwwit, cyclaamrood, grijs-wit gestreept. Hun vacht valt in rulle golfjes langs hun oren, hun ogen, hun mond. Hun vingers en tenen worden eronder begraven. Ze zijn spectaculair groot, maar nooit angstaanjagend. Met deze knuffelgiganten stap je graag het bed in. De vier protagonisten die de Amerikaanse kunstenaar Stefan Tcherepnin al een aantal jaren inzet, zijn dan ook allemaal geënt op de meest geliefde hoofdrolspeler uit Sesamstraat: Koekiemonster. Tcherepnin gebruikt zijn wisselend gekleurde protagonisten, zo is nu op een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien, als alter ego’s. ‘Mad masters’ noemt hij ze.

Zaalopname Stefan Tcherepnin: The Mad Masters, 2018, Stedelijk Museum

Foto Gert Jan van Rooij
Zaalopname Stefan Tcherepnin: The Mad Masters, 2018, Stedelijk Museum
Foto Gert Jan van Rooij

Koekiemonster functioneert in Tcherepnins oeuvre in een heleboel gedaantes. Hij is een muzikant – op zaal bevroren in een diorama tussen drumstel en gitaar. Verderop ligt hij na een avondje stappen uitgeteld op een paar vierkante meters zorgvuldig gelegde stoeptegels, tussen de lege blikjes en zakjes Haribo. De caramelkleurige ‘meester’ hangt in een sofa voor de televisie – een prullenmand met mislukte stifttekeningen (van bijvoorbeeld Malevitsj’ Zwarte Vierkant) naast zich. Hij figureert ook in al die gedaanten in een lange video: dan is Koekiemonster een stamelende, naïeve ziener – met ronddraaiende pingpongballen als ogen pontificaal op de zachte schedel geplant – die vier seizoenen lang ronddwaalt door stad, land, door een gebouw en langs rotsachtige vloedlijnen waar de zon glorieus ondergaat.

Tcherepnin, geboren in 1977 in Boston, is in de eerste plaats opgeleid als muzikant. Van dat muzikale werk op kleine electronica- en deep house-labels zijn op YouTube en Soundcloud een paar voorbeelden te vinden. Het traag mooie ‘I want to be art’ – met ijle zang – uit 2015, laat duidelijk zien wat Tcherepnin wil met kunst: zijn muziek schept sfeer. Beelden (geprojecteerd of sculpturen) kunnen die sfeer intensiveren. De vraag is alleen: wat wil de kunstenaar intensiveren?

Zaalopname Stefan Tcherepnin: The Mad Masters, 2018, Stedelijk Museum

Foto Gert Jan van Rooij
Zaalopname Stefan Tcherepnin: The Mad Masters, 2018, Stedelijk Museum
Foto Gert Jan van Rooij

In het Stedelijk wordt op deze eerste museale solo duidelijk dat Tcherepnins iconografie komt uit zijn jeugd (opgegroeid als hij is met Sesamstraat). Dat de nostalgische boardwalk en het even zo vergane glorie-pretpark op Coney Island inspiratiebronnen zijn – op zaal hangt een clownsgezicht dat ook wordt geprojecteerd op de muur. En dat een grote meester van weleer (Malevitsj) ook nog even voorbij mag komen.

In december 2017 opende BASE, de veelbesproken herinrichting van de vaste collectie van het Stedelijk. De eerste bezoekers reageren positief, maar soms ook kritisch. ‘Alsof je nooit klaar bent met kijken’

Maar het is allemaal even oppervlakkig en vooral behaagziek. Nergens wordt ook maar iets stekeligs aangeroerd. Nergens wordt een vergezicht geschetst. Nergens valt een punt van kritiek te beluisteren: niet op wat was, wat is of wat komen gaat. Tcherepnins artistieke ambitie omvat niet meer dan sfeer en stemming – en dat is precies waar hij goed in is in het clubcircuit.