Klimaatverandering

De grootste keversoorten krimpen het hardst naarmate het warmer wordt

Het is een vuistregel die voor veel soorten opgaat: hoe kouder het klimaat, des te groter het dier. Een lichaamsoppervlak dat relatief klein is ten opzichte van de inhoud, is immers makkelijker warm te houden. Deze ‘wet van Bergmann’ zou ertoe kunnen leiden dat soorten in een veranderend klimaat van grootte veranderen.

Dat lijkt in ieder geval zo bij sommige keversoorten, ontdekte een groep studenten van de universiteit van British Columbia tijdens een collegereeks insectenecologie. Samen met hun docent publiceerden ze hun bevindingen deze week in het Journal of Animal Ecology.

Soorten kunnen grofweg op drie manieren reageren op klimaatverandering: door te migreren, door de timing van hun levenscyclus aan te passen (waardoor jongen bijvoorbeeld vroeger of juist later worden geboren) of door kleiner te worden. Dat laatste is lastig te onderzoeken, juist omdat er in de natuur zoveel factoren zijn die lichaamsgrootte van dieren kunnen beïnvloeden.

De studenten deden literatuuronderzoek en bestudeerden daarnaast acht verschillende keversoorten in de collectie van het universiteitsmuseum.

Uit eerder uitgevoerde laboratoriumexperimenten was al gebleken dat zo’n 95 procent van de kevers krimpt bij toenemende temperatuur. En: hoe groter de kever, des te sterker de krimp.

Ook bij de ruim 6.500 onderzochte museumkevers was te zien dat juist de grootste keversoorten gedurende de afgelopen 45 jaar in omvang zijn afgenomen. Die afname vertoont een sterke samenhang met een toenemende herfsttemperatuur in de regio, aldus de onderzoekers. Tegelijkertijd nam de gemiddelde lentetemperatuur in die tijd af, dus in de historische collectie was de relatie tussen temperatuur en lichaamsomvang niet zo eenduidig als in de labexperimenten.