Opinie

Billy’s vader is niet meer

Van Ikea? Dat was de vanzelfsprekende vraag aan bewoners over hun interieur, in de langjarige serie ‘Binnenkijken’ die onlangs haar laatste aflevering in NRC had. Vrijwel iedereen blijkt wel iets in huis te hebben van het Zweedse interieurbedrijf, waarvan oprichter Ingvar Kamprad zondag overleed. De opkomst van Ikea, van het handeltje dat Kamprad vanuit zijn ouderlijke boerderij dreef tot het miljardenconcern van vandaag, staat symbool voor de globalisering waarop kritiek zo makkelijk is, maar die we soms ook te veel voor lief nemen.

Kamprad liet zijn bedrijf opereren aan het front van de maatschappelijke en economische ontwikkelingen van na de Tweede Wereldoorlog. Van de opkomst van revolutionaire productiemethoden tot de beschikbaarheid van design voor de ‘gewone’ man en vrouw. Van moderne productieketens tot de universele taal van de handleidingen. Of de introductie van zelfbediening in wat aanvankelijk ‘weidewinkels’ werden genoemd. En het ontstaan van global brands en de toenemende dominantie door een handvol winnaars die door hun schaalgrootte blijven winnen.

Het heeft in Ikea’s geval geleid tot een concern waarvan de vestigingen in 49 landen elk jaar bijna een miljard bezoekers ontvangen. In Nederland zette het concern in het boekjaar dat liep tot en met september 2017 1,2 miljard euro om: dat is gemiddeld 154 euro per huishouden per jaar. Zo succesvol is Kamprads formule dat er, zo berekende econoom Tim Harford, er inmiddels bijna één Billy-boekenkast is verkocht op elke honderd inwoners van de planeet. De Big Mac-index van het tijdschrift The Economist is niet meer de enige frivole methode om verschillen in koopkracht tussen landen weer te geven. Het financiële-informatieconcern Bloomberg hanteert al bijna tien jaar een jaarlijkse Billy-index, die hetzelfde beoogt.

Kamprad overleed, volgens datzelfde Bloomberg, als de op zeven na meest vermogende mens op aarde met een geschat vermogen van 58,7 miljard dollar (47,4 miljard euro). Ook die concentratie van enorme welvaart in de handen van enkelen is een teken des tijds. Kamprads legendarische spaarzaamheid werd er niet minder door. Dat blijkt wellicht ook uit het onderzoek dat de Europese Commissie heeft ingesteld naar het gebruik van internationale belastingconstructies, vermoedelijk ook via Nederland, waardoor de afgelopen jaren 1 miljard euro (vergelijkbaar met een wand van standaard-Billy’s van Delft tot aan Vladivostok) te weinig aan de fiscus zou zijn afgedragen.

Dit laatste tekent een ander modern aspect van het internationale zakendoen: het dilemma tussen het zijn van een ‘good corporate citizen’ en het optimaliseren van productie, logistiek, management én financiën. Het publiek wordt gevoeliger voor de belasting door een bedrijf van het milieu, voor de arbeidsvoorwaarden van medewerkers én toeleveranciers, voor het gedrag in verre landen. Daar begint de belastingafdracht ook bij te horen.

Fiscale constructies mogen vaak ronduit, of bevinden zich nét aan de goede kant van de streep. Maar dat betekent niet dat zij geen imagoschade op kunnen leveren. Ook die heeft een prijs, die alle andere inspanningen om het beste met de planeet voor te hebben kan overstijgen. Omvangrijke, geglobaliseerde ondernemingen wordt, alleen al door hun schaal en brede aanwezigheid, een extra maatschappelijke verantwoordelijkheid toegedicht. Dat geldt niet alleen voor Ikea, maar ook voor alle andere reuzen die de moderne wereld bewandelen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.