Huidskleur kun je niet spelen

In haar bewerking van Othello benadrukt regisseur Daria Bukvic het racisme in het toneelstuk. Als scholieren haar vragen waarom, zegt ze: „Karaktereigenschappen worden bij Othello gekoppeld aan zijn huidskleur.”

Rick Paul van Mulligen als Jago en Werner Kolf als Othello in Othello bij Het Nationale Theater, in de regie van Daria Bukvic Foto Sanne Peper

‘Jullie denken misschien: dit is het Nationale Theater. Hier zullen ze het wel weten. Maar dit is voor ons ook spannend. Dus kijk een beetje lief.” Regisseur Daria Bukvic toont zich van haar bescheiden kant als ze Othello introduceert aan een groep leerlingen van de MBO Theaterschool uit Rotterdam, die een doorloop komt bijwonen.

Het is halverwege januari en Bukvic, die naam maakte met Nobody Home, de toneelhit over vluchtelingen, werkt aan haar eerste regie bij het Nationale Theater. Ze zet meteen haar tanden in de klassieker van Shakespeare. Zes jaar geleden vroeg ze Werner Kolf al voor de titelrol, toen ze beiden net van de toneelschool kwamen. Maar Kolf vond zichzelf er nog niet klaar voor. Inmiddels is hij ook verbonden aan het Haagse gezelschap, waar hij vorig jaar een sterke rol had in het veelbesproken Race. De tijd is rijp.

Ter inleiding vertelt Bukvic (1989) aan de klas hoe het verhaal van Othello verloopt. Othello is de eerste zwarte generaal in het Venetiaanse leger. Hij heeft zich uit slavernij bevrijd, is het leger ingegaan en heeft zich opgewerkt. Nu is hij verliefd op het mooiste meisje van de stad, Desdemona, dochter van een edelman. Hij wekt de toorn van zijn vriend Jago, door hem niet tot zijn luitenant te bevorderen. In het oorspronkelijke stuk, zegt Bukvic, neemt Jago wraak en drijft hij Othello tot waanzin, omdat hij Othello wijs maakt dat Desdemona vreemd gaat. Uit jaloezie, het fameuze ‘groene monster’, vermoordt Othello uiteindelijk zijn vrouw. Bukvic: „Maar dat gaat bij ons anders zijn.” Die ontknoping wordt echter in deze doorloop niet gespeeld.

In de bewerking van Bukvic staat racisme centraal, kondigde het Nationale Theater aan, en ook wie daar niet op let hoort de racistische praatjes, want al in de eerste scène wordt hij ‘diklip’ genoemd. Het gebeurt zelfs als Othello wordt geprezen, zoals door de hertog die tegen de vader van Desdemona zegt: „Als deugd geen andere kleur kent dan die van het hart, dan is je schoonzoon gewoon blank, niet zwart.”

Spiegelvloer

Na vier bedrijven mogen de leerlingen vragen stellen en dat doen ze met verve. De eerste vraag, over de spiegelvloer die er komt te liggen, grijpt Bukvic meteen aan om te verklaren dat in haar versie de hedendaagse actualiteit voorop staat. Dit wordt een voorstelling over de vele gezichten van racisme, sluipend, verborgen, openlijk, direct. Het idee voor de spiegelvloer komt voort uit het boek Hallo Witte Mensen, zegt ze, waarin Anousha Nzume de witte mens een spiegel voorhoudt over institutioneel racisme. „Er is een maatschappelijke beweging op gang gebracht waarin wij als witte mensen een bepaald soort gedrag, dat er vanuit ons koloniaal verleden is ingeslepen, onderzoeken en bevragen.” Verder verwijst de spiegel onder meer naar het voortdurend bekeken worden van Othello en naar het water van de Middellandse Zee; „nu de grootste grafkist van Europa, met alle vluchtelingen die daar sterven”.

Een andere leerling vraagt of we Othello moeten zien als een hedendaagse vreemdeling. Bukvic: „Er zijn mensen die zeggen: Othello heeft niets met racisme te maken. Die mensen vind ik wereldvreemd. Waarom heeft Shakespeare, een man die waarschijnlijk zelden met zwarte mannen in aanraking kwam, in 1604 bewust een zwarte man op die hoge positie gezet? Shakespeare was een plottenbakker. Hij moest toffe, enge, spannende verhalen verkopen aan zijn publiek, maar de vraag is wat er onder het verhaal ligt. Als het plot alleen een liefdesintrige was, dan had Othello net zo goed een witte man kunnen zijn. Voor mij gaat Othello om hoe een witte samenleving omgaat met een succesvolle, zwarte man. Dat zit al in het stuk.”

Vervolgens legt ze uit waarom ze in het afsluitende, vijfde bedrijf radicaal van de tekst van Shakespeare wil afwijken. „Dat Othello Desdemona vermoordt, is wat de racistische witte mens graag ziet. In 2018 moeten wij breken met de verwachting dat Othello vierhonderd jaar later nog steeds hetzelfde zou moeten doen.”

Een leerling wil van Werner Kolf weten of de rol van Othello weerspiegelt hoe er in de theaterwereld naar donkere acteurs wordt gekeken. Kolf (1982): „Othello is een man die zielsveel van zijn vrouw houdt en zijn leven voor haar wil geven. Op slinkse wijze wordt hem wijs gemaakt dat zij hem ontrouw is. Maar kijk je naar alles wat daarbij komt, dan is dat, jazeker, precies hoe het er in de wereld aan toegaat; in de theaterwereld en als je op straat loopt.”

Bukvic: „Het is een goede vraag. Want institutioneel racisme kun je niet spelen. De personages hebben de gebruikelijke menselijke driften, zoals jaloezie, angst, boosheid. Maar als je goed luistert, hoor je dat er bij Othello karaktereigenschappen aan zijn huidskleur worden toegedicht. Die koppeling is institutioneel racisme. Als wit persoon heb je daar nooit last van. Als Baudet iets zegt, hoor je nooit: o, weer die witte man. Die vorm van racisme zit in de zenuwen van het stuk en van de samenleving.”

Een leerling stelt eerst dat hij wel had verwacht dat Bukvic er veel meer doorheen zou schreeuwen. Bukvic: „O, dat doe ik van maandag tot en met donderdag.” Dan wil hij weten of Bukvic een „persoonlijke urgentie” heeft om dit verhaal te vertellen? Dat heeft ze zeker, zegt de regisseur. „Hoe we omgaan met elkaar, en vooral met minderheden, is een leidend onderwerp in mijn werk. Toen ik een kind was, zijn mijn ouders gevlucht uit Bosnië. We kwamen terecht in een Limburgs dorp, waar we een niet heel welkome ontvangst kregen. Die ervaring maakt dat ik me goed kan verplaatsen in de underdog.”

Een andere leerling is benieuwd hoe de acteurs denken over het racisme in Othello. De acteurs vertellen dat ze veel hebben gepraat en er veel over hebben gelezen. En Hallo Witte Mensen móesten ze lezen van Bukvic. Stuk voor stuk zijn ze overtuigd van het grote belang van de focus van de voorstelling. Zoals acteur Martijn Nieuwerf zegt: „Wij beschouwen onszelf als ruimdenkende, niet-racistische mensen. Maar nu komen we erachter, en ik vind dat confronterend, dat we zelf onderdeel zijn van een racistisch systeem.”

Dus jullie hebben een boodschap, concludeert een leerling. Bukvic: „Ik denk dat de beste toneelstukken een boodschap hebben.” Maar bereikt die boodschap wel de juiste mensen, is vervolgens de vraag. Bukvic: „Zijn de mensen die een kaartje hebben betaald het niet al met ons eens? Ik durf dat te bevragen. Het is misschien een gevaarlijke uitspraak, maar als mijn publiek als één man op zou staan tegen racisme dan zou de wereld er al anders uitzien. Het is een misvatting dat iedereen die geïnteresseerd is in cultuur ook open minded is.”

In Hallo Witte Mensen is een vergelijkbare twijfel te vinden aan de empathie en kennis van witte mensen. Auteur Nzume bespreekt in kort bestek begrippen als institutioneel racisme (het maatschappelijk systeem dat racisme reproduceert), wit privilege (het voordeel dat witte mensen hebben omdat ze nooit op hun huidskleur worden aangesproken), exotisme, witte verlossers (witte mensen die zichzelf op de voorgrond zetten door mensen met een kleur te willen helpen, zonder zich bewust te zijn van hun eigen positie en de machtsverdeling in de wereld) en culturele toe-eigening (geld en status verdienen aan het overnemen van een cultuurelement van een minderheidsgroep). „Ik noem je geen racist”, schrijft Nzume aan haar witte lezer. Maar: „Als je geen onderdeel bent van de oplossing, ben je onderdeel van het probleem.”

Met haar mengeling van voorlichting, sarcasme en polemiek laat Nzume merken hoe hoog het gebrek aan begrip en kennis bij witte mensen over zwarte mensen haar zit, terwijl ze ondertussen rake punten maakt. Voor wie het wil horen, tenminste. Want het boek stuitte sinds de verschijning vorig jaar ook op veel kritiek; tot aan een Volkskrant-columnist die het een product noemt uit ‘het giffabriekje dat identiteitspolitiek heet’. Die reactie is voorzien en staat te boek als ‘witte fragiliteit’, de defensieve houding van witte mensen die de luxe hebben nooit stress te ervaren over hun huidskleur.

Onwetendheid

Sallie Harmsen als Desdemona en Werner Kolf als Othello in Othello bij Het Nationale Theater, in de regie van Daria Bukvic

Foto Sanne Peper

Met Othello snijdt Bukvic diep in die discussie. „De vragen die Anousha stelt in haar boek zijn ook vragen die ik wil stellen in deze voorstelling”, zegt Bukvic een week later, als zij en Kolf meer vertellen over de voorstelling die hen voor ogen staat.

Wat is het probleem van witte mensen dat blootgelegd moet worden?

Bukvic: „Dat we met zijn allen niet bewust genoeg zijn van het feit dat we in een land leven, waar – ondanks een stevige grondwet – niet iedereen gelijkwaardig behandeld wordt. Witte mensen genieten een historisch gegroeide voorkeurspositie. Als wij ons daar bewuster van zouden zijn, zouden we veel problemen kunnen oplossen.”

Kolf: „Onwetendheid begint op school. Als kind voelde ik in mijn lichaam dat bepaalde dingen niet klopten, zoals bij Sinterklaas. Maar ik kon het niet verwoorden. Tegen de leraar zei ik: „Waarom zijn er maar zes bladzijden over de slavernij?” Als ik meer geleerd had over dat deel van de Nederlandse geschiedenis, waar ik onderdeel van ben, dan had ik dat ongemakkelijke gevoel beter kunnen verwoorden.”

Dit is het derde stuk in één jaar waarin je een zwarte man speelt. Word je niet daar te veel op gecast?

Kolf: „Ik wil inhoudelijke rollen spelen. Daar kijk ik naar. Steeds voorstellingen maken waarin het over racisme gaat, kan zwaar zijn, dat geef ik toe. Ik heb ook een verantwoordelijkheidsgevoel-probleem. Ik voel me verantwoordelijk voor andere donkere jongens en meisjes die op de toneelschool zitten.”

Vorige week kwamen na afloop ook de donkere jongens van die klas naar je toe.

„Die jongens krijgen op school misschien niet alle antwoorden. Ik kan ze het gevoel geven dat alles mogelijk is. Ik zei tegen één van die gasten: ‘Ik zie je over vijf jaar.’ Dat blijft toch hangen, denk ik. Niet dat ik een vaderrol wil spelen. Dat zit ook niet in mijn karakter. Als ik me goed ontwikkel, dan is dát mijn visitekaartje voor die jongens.”

Wat moet je ontwikkelen, wat is nu je talent?

„Mijn kracht is dat ik op zoek ga naar mijn eigen waarheid. Mijn doel is om de puur Hollandse kaaskop Werner Kolf te combineren met de Surinaamse jongen Werner Kolf. Die twee werelden, die vormen van cultuur, wil ik in mijn spel laten versmelten. Dan kan ik dingen laat zien, waarvan jij denkt: ‘Huh, waar komt dat vandaan?’ Op zo’n manier dat je het wel begrijpt, maar niet weet wat het is. Dat zou goud zijn.”

Is het voor te stellen dat Othello door een witte man wordt gespeeld?

Bukvic: „Wel dat het vroeger gebeurde. De versie van Toneelgroep Amsterdam van vijftien jaar geleden, met Hans Kesting als Othello, was heel goed. Hans speelde de rol waanzinnig, maar het stuk heeft tien keer zoveel slagkracht als een zwarte man Othello speelt. Met een witte man komt het niet tot zijn recht.”

Want huidskleur kun je niet spelen?

„Nee, en ik vind het op een bepaalde manier ook oneerbiedig. En wrang, in een wereld waarin we proberen te formuleren wat het is om wit te zijn en wat het is om zwart te zijn. Ik wil Toneelgroep Amsterdam niet bashen, maar het is de Toneelgroep Amsterdam. Als gesubsidieerde gezelschappen in steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, waar zoveel verschillende etniciteiten leven, laten zien zich niet bewust te zijn van de kracht van identificatie dan is je bestaansrecht als gezelschap moeilijk te verdedigen.”

Is racisme voor Shakespeare ook een centraal thema?

„Zeker! Ik denk niet dat Othello primair over jaloezie gaat. Jaloezie is het werktuig waarmee Othello wordt bestreden. Ik denk dat Shakespeare al in staat was om racisme te zien.

„Iedere regisseur gebruikt een toneelstuk om te vertellen wat hij om zich heen ziet. Dit is de wereld die ik zie. Ik wil niet zeggen dat dit is hoe Shakespeare het heeft bedoeld. Dit is hoe Daria Bukvic het bedoelt.”

Hoe haal je dat thema boven, behalve door Werner de titelrol te laten spelen?

„Dat zit in alle poriën van de voorstelling. Othello wordt bijvoorbeeld door Jago een ‘tropische mascotte’ genoemd. Zwemster Ranomi Kromowidjojo is ooit op televisie zo genoemd. En een zin als ‘Tot uw dienst luitenant’ is door Esther Duysker vertaald als ‘At your service’.

„Expliciet haal ik het thema boven in de vormgeving: iedereen krijgt witte kleren en witte pruiken. Othello woont ook letterlijk in een witte wereld. Waar ik naar zoek, is een esthetisch doorgedraaide verbeelding van een soort Derde Rijk, om te kunnen spelen met arische, fascistische symboliek, in combinatie met fantasy. In Lord of the Rings, Harry Potter en The Hunger Games wordt de elite altijd afgebeeld met blauwe ogen en witte haren. Ik speel met de culturele traditie waarin de elite steeds kristalwitte Übermenschen zijn.”

Ben je niet bang dat de vermenging met zulke beladen beelden en symbolen het drama doodslaat?

„Ik denk dat het drama alleen maar wordt verrijkt. Als regisseur probeer ik met alle symbolen en tekens die er zijn de cultuurhistorie samen te ballen in een voorstelling van twee uur. Er is een scène met het opbrengen van vlaggen die is geïnspireerd door beelden van Leni Riefenstahl. Dat is onderdeel van alles wat met denken in zwart-wit te maken heeft. Dat gebruik ik gretig om een voorstelling te maken waar je niet omheen kan.”

Het einde is voer voor racisten, zei je vorige week. Waarom?

„De angst dat de zwarte man de witte vrouw vermoord, is een gecultiveerd, racistisch angstbeeld. Shakespeare heeft voor zijn tijd iets progressiefs willen doen. Hij wilde racisme aankaarten. Maar het beeld van een man die omwille van overspel zijn vrouw vermoordt, is niet meer van deze tijd. Er is niks wat zulk extreem geweld tegen vrouwen rechtvaardigt. Ik zat er mee in mijn maag. Dus besloot ik: het moet helemaal om.

„Shakespeare wordt vaak als een heilige behandeld, maar hij was een jazzy schrijver die knipte en plakte voor een zo spannend mogelijk plot. Het vijfde bedrijf speelt zowel met de druk van de theatergeschiedenis als de verwachting van witte mensen. Ik wil niet alles verklappen, maar Othello komt in verzet tegen wat er geschreven staat. En wat gebeurt er als Othello weigert het stuk te spelen zoals het geschreven staat? Wat doet de rest dan?”

Met zijn expressieve spel zou Rick Paul van Mulligen als Jago de show kunnen stelen. Rijmt dat met je bedoelingen?

„Als een goede acteur Jago speelt dan wordt Othello altijd ook een Jago-show. Die rol staat bekend onder mannelijke acteurs als een hoofdrol die je een keer gespeeld moet hebben. Je moet als publiek genieten van zijn schurkerigheid. Hij is Kevin Spacey die in House of Cards plots de camera inkijkt, waarbij je smult van het venijn. Dat zie ik Rick Paul graag doen.”

Jago krijgt flink tegenspel van zijn vrouw.

„Jago is een enorme vrouwenhater. Ik heb de vrouwenrollen sterker gemaakt. In de oorspronkelijke tekst worden ze gehaald en gebracht. Nu zet ik twee sterke vrouwen op het toneel die gaan en staan waar ze willen. De vader noemt Desdemona een poppetje dat al bloost als ze spreekt. Iedere keer als wordt gezegd dat ze huilt, kijkt Sallie Harmsen met een stalen blik naar het publiek. Ik zoek naar die wrijving tussen de stereotypes in het stuk en mensen van vlees en bloed. Dat maakt het spannend. Hoop ik.”

Het Nationale Theater speelt Othello. Première 3 februari, HNT Studio’s, Den Haag. Tournee t/m 31 maart. Info hnt.nl

Othello door de jaren heen

De Moor Othello, in Shakespeares gelijknamige tragedie uit 1603-1604 is een zwarte man in een blanke omgeving. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw vormde dat voor acteurs, regisseurs en publiek nauwelijks een probleem: een blanke acteur schminkte zichzelf zwart, en daar stond een zwarte Othello. Acteur Bert André schminkte zich in 1997 helemaal zwart, van top tot teen, in de regie van Franz Marijnen. Hij vond dat hij ook onder zijn kostuum zwart moest zijn. Gaandeweg is dit zwart schminken onder druk komen te staan. Het verwijt van racisme ligt voor de hand. Zo schrijft de Royal Shakespeare Company op haar site dat het hedentendage niet ‘gepast’ is om een blanke acteur zwart te schminken, het zogenoemde blackface.

Er is van alles geprobeerd om de zwarte Moor een aanvaardbaar en vooral niet-racistisch aanzien te geven: er zijn tal van zwarte acteurs geweest of blanke acteurs die zich niet zwart schminken. Er waren ook zwarte acteurs die zich wit schminkten en vervolgens weer zwart. Vervolgens schminkten ze zich tot tweemaal toe af, en toonden opnieuw hun zwarte huid. Dit om aan te geven dat het zwart schminken een typische blanke toneeltraditie is. In Nederland speelde Toneelgroep Maastricht in de zomer van 2015, in Valkenburg, een Othello waarbij hoofdrolspeler Koen De Sutter ongeschminkt bleef. De regie is van Servé Hermans. Elke toneelvoorstelling van Othello moet een antwoord vinden op de vraag naar de betekenis van deze zwarte hoofdrolspeler in een witte wereld.

Kester Freriks

Orson Welles als Othello en Suzanne Cloutier als Desdemona. Othello, film uit 1955.

Filmstill.
Anne-Wil Blankers als Desdemona en Ko van Dijk als Othello. Haagse Comedie, 1964. Regie: Bob de Lange.

Foto Frits Lemaire.
Links: Orson Welles in ‘Othello’ (1955). Rechts: Ko van Dijk als Othello, de Haagse Comedie, 1964.
Foto Frits Lemaire.
Ian McKellen als Jago en Willard White als Othello. Royal Shakespeare Company, 1989. Regie: Trevor Nunn.

Foto Emma Williams
Jac Wouterse als Othello (r) in zwarte schmink, Stella Den Haag, 1997. Regie: Alize Zandwijk.

Foto Pan Sok
Links: Willard White als Othello (met Ian McKellen als Jago), Royal Shakespeare Company, 1989. Rechts: Jac Wouterse als Othello (r) in zwarte schmink. Stella Den Haag, 1997.
Foto’s Emma Williams, Pan Sok.
Bert André als Othello in zwarte schmink, Koninklijke Vlaamse Schouwburg, 1997. Regie: Franz Marijnen.

Foto Leo van Velzen.
Hans Kesting als Othello, Toneelgroep Amsterdam, 2003. Regie: Ivo van Hove.

Jan Versweyveld
Links: Bert André als Othello in zwarte schmink. Koninklijke Vlaamse Schouwburg, 1997. Rechts: Hans Kesting als Othello. Toneelgroep Amsterdam, 2003.
Foto’s Leo van Velzen, Jan Versweyveld
Hugh Quarshie als Othello (l), Lucian Msamati als Jago. Royal Shakespeare Company, 2015. Regie: Iqbal Khan.

Foto Zuleika Henry.
Hugh Quarshie als Othello (l), Lucian Msamati als Jago. Royal Shakespeare Company, 2015. Regie: Iqbal Khan.
Foto Zuleika Henry

Terug

    • Ron Rijghard