Geen code om te kraken

Regelmatig krijg ik de vraag hoe je gedichten nou eigenlijk écht kunt leren begrijpen. Om de een of andere reden denken velen nog steeds dat een gedicht een op te lossen sudoku is. Wie zich wat langer bezighoudt met de dichtkunst ontdekt al gauw dat het niet gaat om antwoorden, maar om mogelijkheden.

Neem nou dit gedicht van Herman De Coninck. Je kunt het al waarderen zonder te hoeven snappen waar het nou precies over gaat. Wat mij trof toen ik het voor het eerst las, was de regel „Hij zegt niets meer, hij is een sfeer, mijn vader”. Prachtig. Ik kon hiervan al genieten zonder het hele vers aan een diepteanalyse te hoeven onderwerpen.

De Franse dichter Paul Valéry schreef eens dat een gedicht een soort machientje is dat de „poëtische gemoedstoestand veroorzaakt via woorden”. Je wordt in een bepaalde stemming gebracht. Het gaat niet om de exacte betekenis, maar om het ondergaan van de taal. Poëzie draait niet om het kraken van codes, het gaat om de bui die ze veroorzaakt, en hoe je je daarna tot woorden verhoudt.

    • Ellen Deckwitz